'FILM OP WATERBASIS' TOONT COMPILATIE VAN ZWEMBADSCENES INHET ZUIDERBAD; Er zal toch maar een panter in het water springen

Sommige psychiaters menen dat naar film kijken een regressieve bezigheid is, die de rijpere persoonlijkheid steeds minder genot verschaft. De gemiddelde leeftijd van de bioscoopbezoeker lijkt hun gelijk te geven. In het donker onbespied gluren naar andermans dromen en je overgeven aan voorgeprogrammeerde emoties, die je in het gewone leven niet snel zal toelaten, het duidt inderdaad op ego-zwakte. De filmkijker bevindt zich weer in de baarmoeder, en laat zich daar onderdompelen in een warm bad.

Cinefilie is een pathologische afwijking (misschien worden de beste films daarom wel gemaakt door heel jonge en heel oude regisseurs, die zich niet meer schamen voor hun kindsheid), maar de parameters van die perversie liggen zo vast, dat ze als vanzelfsprekend worden aanvaard. Sinds de uitvinding van de film zijn er een paar modificaties toegevoegd, zoals geluid en beeldformaat, er is wel eens geexperimenteerd met reuk- en tastsensaties (Sensurround), maar in wezen maakt de kijker nog steeds deel uit van een collectief dat in het donker naar een projectie zit te turen. Televisie en video vertonen regelmatig films, maar niemand zou durven beweren dat de ervaring dezelfde is.

Een drive-in-bioscoop, waar weer andere vormen van intimiteit mogelijk worden, heb ik nooit bezocht. Maar binnenkort hoop ik met een aantal andere halfnaakte mensen in het water van een zwembad naar een film te kijken. Dat is een verontrustend vooruitzicht, al was het maar omdat ik in hetzelfde bad ooit voor het eerst kopje onder ben gegaan.

Het idee van de manifestatie Film op Waterbasis is geniaal: verzamel en monteer een groot aantal filmfragmenten die zich in een zwembad afspelen en projecteer die voor badende toeschouwers. De locatie is het Amsterdamse Zuiderbad, een onnavolgbare plek, die door S. Montag ooit beschreven werd als 'een oude huiskamer met een vijver in het midden'.

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit, wat je er voor beelden zou projecteren. De ervaring van collectieve intimiteit in een weerloos makende, schaamte verwekkende omgeving moet op zichzelf al genoeg stof tot nadenken opleveren over de zelden eerder bij me opgekomen vraag, wat naar film kijken eigenlijk betekent. Maar de compilatie die Wiet van Hoorn en Valerie Schuit van de Stichting WG Film samenstelden en die ik onder veilige omstandigheden al heb kunnen zien, biedt enig houvast.

De anderhalf uur durende montage is zorgvuldig gecomponeerd. Film op Waterbasis is ook inhoudelijk een veel doordachter manifestatie dan een 'festival' dat twintig films over treinen achter elkaar zet. De selectie begint met een fragment uit Jean Vigo's documentaire Taris, roi de l'eau (1932). De lichamelijke zwemsensatie wordt bijna abstract geintroduceerd, evenals het uitkleden, in een trucagesequentie. Dan volgt een reeks fragmenten die de ongemakkelijkheid van de zwemmer illustreren: puberaal geschutter op de walkant in L'ami de mon amie en Blueberry Hill, de striptease op een duikplank van Cybill Shepherd in The Last Picture Show. Stan Laurel valt in het diepe en dan begint voorzichtig het hoofdstuk erotiek, getoonzet door de volmaakt door het water snijdende mannenlichamen van David Hockney in A Bigger Splash. Voor de scenes uit La piscine en Breathless is 'erotisch' een eufemisme: als Richard Gere zich op de duikplank uitstrekt boven het languit in het water liggende lijf van Valerie Kaprisky, lijkt 'seksualiteit' een gepaster term.

Levensgevaarlijk is de weerloosheid van de zwemmer, hij verliest evenwicht, vaste grond onder de voeten en geeft zich ten slotte over. Alleen al om de titel zijn de twee fragmenten uit The Unbearable Lightness of Being perfect op hun plaats.

Film is niet alleen een afspiegeling van lichamelijke gevoelens. Een zwembad biedt ook esthetische mogelijkheden, door het geometrische lijnenspel en de spiegeling van het water. In de woorden van Eric de Kuyper: 'Tot voor de opkomst van de tropische en exotische zwembaden dwong de strakheid van de waterspiegel ook een strakke architectuur af'. In het fragment uit zijn film Casta Diva vormt het rechthoekige bassin een onoverbrugbare kloof voor het verlangen van een voyeur, die we op de rug zien, frummelend aan zijn zwembroek en kijkend naar een jongen aan de overkant. Er zit geen geluid onder het fragment, hoe zal dat werken in het Zuiderbad? Wordt er in stilte gekeken, of nemen echoende zwembadgeluiden de plaats in van popcorngeritsel?

Na de pauze, die gevuld wordt met een waterballet-entr'acte van Gonnie Heggen, neemt onversneden angst de plaats in van licht ongemak. De opmaat is weer voortreffelijk gekozen, de klassieke scene uit Bert Haanstra's De stem van het water met het jongetje dat niet onder de stok door durft. In een zwembad kun je verdrinken, en de bijna identieke fragmenten uit beide versies van Cat People tonen een vrouw die in haar eentje zwemmend roofdiergeluiden van de kant hoort. Er zal toch maar een panter in het water springen. Gelukkig blijft de schade beperkt tot een aan flarden gerukte badjas.

Nog geraffineerder is de moord in Peter Greenaway's Drowning by Numbers, door een vrouw die haar de zwemkunst onmachtige geliefde teder van zijn drijvers berooft. Van de verdrinkingsscene in Skolimowski's Deep End had ik al eens gedroomd: een jongen en een meisje op de bodem van een leeg zwembad, dat langzaam volloopt. Godard liet in Alphaville mannen aan de rand van het bad fusilleren, die door lieftallige zwemsters worden afgevoerd. Direct aansluitend zorgen de buitenaardse organismen in Cocoon voor nieuwe levenskracht en de bron der jeugd. De finale naakt: hoe kun je anders eindigen dan met de zwemorgieen uit Hollywoodmusicals? Busby Berkeley en Mel Brooks, die hem persifleerde in History of the World Part I, laten meisjes met een gebeitelde glimlach om de lippen de prachtigste figuren formeren, wederom een triomf van de filmkunst op de zwaartekracht en de doodsangst.

Natuurlijk had Esther Williams, de personificatie van de zwembadfilm, niet mogen ontbreken. Maar van haar bekendste film Bathing Beauty bleken de rechten niet beschikbaar, evenmin als die van Sunset Boulevard, waarin een in het zwembad van Gloria Swanson drijvend lijk als verteller optreedt. Alle andere zwembadfilms die ik maar heb kunnen bedenken zijn wel aanwezig in de compilatie, waarvan bovendien alle rechten keurig geregeld werden. Het programma is een verbluffend staaltje van filmliefde en -kennis en van organisatievermogen, opgebracht door twee buitenstaanders in het Nederlandse festival- en filmhuiswereldje.

Wat er op het doek verschijnt is dus dik in orde, al moet je de akoestiek en projectie in een zwembad natuurlijk nog maar afwachten. Over de consequenties van deze natte droom voor een bibberende cinefiel maak ik me meer zorgen. Misschien verschaft de lotsverbondenheid met de personages op het grote scherm wel enige troost, net zoals in de bioscoop. Maar kun je een zwembad eigenlijk ook verduisteren?

    • Hans Beerekamp
    • Film op Waterbasis
    • Wiet van Hoorn
    • Valerie Schuit. Amsterdam