Europese defensie met vuurpijlen en zevenklappers; Parijs en Rome vinden Nederlandse voorstellen te weinig ambitieus

DEN HAAG, 25 okt. 'Uit tactisch oogpunt een slimme zet.' Zo luidt een reactie in Nederlandse diplomatieke kringen over het recente voorstel van de Europese Commissie om in de EG-verdragen een artikel op te nemen waarin de lidstaten zich verplichten elkaar bijstand te verlenen in het geval van een militaire aanval. 'Als je alle problemen ziet op de weg naar militaire samenwerking binnen de Europese Gemeenschap, dan lijkt deze oplossing een rustige methode. Maar op den duur zal die verstrekkend zijn.'

'De Europese Commissie bemoeit zich steeds meer met het terrein van de veiligheid', merkt een goed geinformeerde bron op die niet nader aangeduid wil worden. Hij verwijst naar de verklaring die de Commissie, het 'dagelijks bestuur' van de EG, onlangs over de Golf heeft uitgegeven en die verder ging dan die van de lidstaten. 'De Commissie wil hier een grote broek aan trekken en daar moeten we paal en perk aan stellen.'

De Europese Commissie kon zich met het voorstel over de verplichting tot militaire bijstand beroepen op het plan dat de Italiaanse minister van buitenlandse zaken, De Michelis, eerder naar voren had gebracht. De huidige voorzitter van de Europese ministerraad had geopperd de Westeuropese Unie (WEU), waarin negen EG-landen hun militaire activiteiten coordineren, te laten fuseren met de Europese Politieke Samenwerking (EPS), het kader waarbinnen de twaalf EG-landen hun buitenlandse politiek op elkaar afstemmen. Dat zou betekenen dat de verdragen die aan de WEU ten grondslag liggen ook binnen de EG-sfeer gelding zouden krijgen en juist die bijstandsverplichting maakt daar onderdeel van uit (artikel 5 van het Verdrag van Brussel uit 1948).

Turkije

Een diplomatieke zegsman in Den Haag ziet aanzienlijke praktische problemen opdoemen als zo'n verplichting tot hulp aan een andere lidstaat bij een militaire aanval, die overigens verder gaat dan een soortgelijke afspraak in het NAVO-handvest, in de EG-verdragen wordt opgenomen. 'Willen wij een bijstandsverplichting aangaan jegens Griekenland voor het geval dit land in een gewapend conflict raakt met het NAVO-land Turkije? En wordt NAVO-land Noorwegen zo niet buitengesloten?' Hij waarschuwt er voor op die manier partij te kiezen voor Griekenland en tegen Turkije, 'net nu Turkije van flankland in het Atlantisch bondgenootschap tot frontlijnstaat is geworden'. 'Onze veiligheidsbelangen vallen nu eenmaal niet samen met de integratie van de EG.' Verder wordt de Ierse neutraliteit als obstakel genoemd.

De Nederlandse regering is ongelukkig met de initiatieven die de laatste tijd openbaar zijn gemaakt voor nauwere samenwerking tussen EG-landen op het terrein van defensie en buitenlandse politiek. 'Het afschieten van die vuurpijlen en die zevenklappers heeft onze irritatie opgewekt', zegt een ingewijde. 'Het plan van De Michelis bestond slechts uit een velletje', werd spottend gesignaleerd. 'En van het begin deze maand gedane Frans-Duitse voorstel staat zelfs nog niets op papier!' Dit voorstel behelst dat de regeringsleiders van de EG-landen de onderwerpen voor een gemeenschappelijke buitenlandse politiek en een gezamenlijk veiligheidsbeleid selecteren, waarna de ministers van buitenlandse zaken daarover bij gewogen meerderheid beslissingen zouden moeten nemen. 'Over dingen die je concreet wilt weten, hoor je niets. Er is over die plannen nog nauwelijks nagedacht.'

Dat betekent niet dat Nederland veiligheidskwesties in alle gevallen buiten het EG-verband wil houden. Het geeft de voorkeur aan een procesmatige boven een modelmatige benadering. In plaats van het schilderen van prachtige vergezichten zou volgens Den Haag moeten worden gekeken hoe binnen de Europese Gemeenschap praktisch op defensiegebied kan worden samengewerkt. Dit zou wel binnen strikte grenzen moeten gebeuren. Vastgehouden moet worden aan het collectieve en geintegreerde karakter van het NAVO-bondgenootschap en de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa moet verzekerd blijven.

Minister Van den Broek heeft voorgesteld dat een gezamenlijke opstelling van de Europese Twaalf denkbaar zou zijn bij acties tegen de verspreiding van kernwapens, bij wapenexport, bij onderhandelingen over wapenbeheersing en bij het leveren van een bijdrage aan een troepenmacht van de Verenigde Naties. Het EG-contingent zou dan onder een geintegreerd commando moeten staan.

Deze suggesties hebben niet overal in de EG een warm onthaal gevonden. Vooral van Franse en Italiaanse zijde werden ze als te weinig ambitieus afgedaan. In Parijs en Rome wordt aangevoerd dat het moment is aangebroken een nieuwe richting in te slaan en dat daar nu voor moet worden gekozen een voorstelling van zaken die de Nederlandse beleidsmakers niet delen.

Ongelukkig

Opvallend is de Franse positie. Aan de ene kant lijkt de regering in Parijs zich terug te trekken op een puur nationale stelling. Daarop duidt het tot verdriet van de Duitsers uitgesproken voornemen om op termijn alle Franse troepen van Duits grondgebied weg te halen. Anderzijds wil Frankrijk de Europese Gemeenschap een militaire dimensie geven. De Franse houding wordt door waarnemers wel verklaard uit de grote schrik die de omwentelingen in Oost-Europa en de Duitse eenwording in Parijs teweeg hebben gebracht. Ook met de akkoorden over wapenbeheersing die nu tussen Oost en West worden gesmeed, zou Frankrijk in de grond van de zaak ongelukkig zijn. De traditionele Franse instelling ten gunste van de Europese Gemeenschap kan er echter voor zorgen dat de 'hernationalisatie' wordt omgebogen in Europese zin.

De regering in Bonn heeft zich nog nauwelijks uitgelaten over de wenselijkheid van militaire samenwerking binnen de EG. Dat is op zichzelf genomen een teken aan de wand. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Genscher, slaat de laatste maanden zo vaak op de trommel van de NAVO en de Transatlantische samenwerking dat het de vraag is of Duitsland wel zo opgetogen zou zijn over een veiligheidspolitiek van de Twaalf, het eerder genoemde Frans-Duitse voorstel ten spijt. 'De Duitsers gaan met de mond met de Fransen mee, maar we zien zo weinig daden', aldus een diplomaat. 'Veiligheid', zo merkt deze zegsman op, 'is voor de Duitsers niet zo'n goed onderwerp, omdat ze zich daar altijd op de tweede rang bevinden, onder andere wegens het ontbreken van nucleaire capaciteit en andere begrenzingen van hun militaire macht.' Bonn zou daarom liever praten over onderwerpen waarin Duitsland wel een centrale rol speelt, zoals economische en monetaire samenwerking.

De grote voorstanders van een EG-defensiepolitiek zijn, behalve Italie en Frankrijk, ook Spanje en Belgie. Aan het andere uiterste van het spectrum bevindt zich, niet onverwachts, Groot-Brittanie. Voor de regering-Thatcher is het gepraat over de veiligheidsdimensie van de EG onzin, iets om niet aan te beginnen.

Dreiging

Zo lijken vooralsnog de sceptici het gelijk aan hun zijde te hebben: een Europese Defensie Gemeenschap (EDG) zit er de komende jaren niet in. Toch moet een dergelijke militaire eenwording in de wat verder gelegen toekomst niet worden uitgesloten, kan men zelfs in Nederlandse diplomatieke kringen horen. Drie omstandigheden die de vorming van zo'n EDG zouden stimuleren, kunnen zich wel eens eerder voordoen dan nu wordt gedacht: een grote terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Europa (tot ver beneden de honderdduizend man), een economische en technologische ontwikkeling in West-Europa die het mogelijk maakt zo'n militaire macht te ontplooien en een externe dreiging. Aan de eerste voorwaarde zal de komende jaren worden voldaan, de tweede geldt al en de derde kan actueel worden als de Sovjet-Unie uiteenvalt en de nucleaire macht daar onder ruziende deelstaten wordt verspreid, of door militaire acties van expansionistische heersers in het Midden-Oosten.