Een kleine kunstmaan Satelliet van de revolutie

De vaak gehoorde uitspraak dat Aleksej German, een van de meest geprezen Sovjet-regissseurs van dit moment en leider van de belangrijke Werkplaats voor de Eerste Film van de Lenfilm-studio, slechts drie films gemaakt heeft, is niet helemaal waar. Voor het ontstaan van Germans schitterende trilogie (De weginspectie, 1971; Twintig dagen zonder oorlog, 1976; Mijn vriend Ivan Lapsjin, 1982) heeft hij in 1967 een halve film geregisseerd, Sedmoj spoetnik, die nu onder de slecht passende Nederlandse titel De zevende metgezel alsnog ons land bereikt.

In een interview met deze krant (23 januari 1987) zei German over de samen met Grigori Aronov geregisseerde film dat die hem nog steeds sympathiek is, maar dat hij hem niet als de zijne erkent: 'Je kunt niet samen een spook zien.' Halverwege de jaren zestig werd de uit het theater afkomstige German assistent bij Lenfilm van de toen invloedrijke, maar nu vergeten Vladimir Vengerov. In theorie had German daarna het recht om zelf een project te regisseren, maar de lastige klant kreeg voor alle zekerheid een co-regisseur toegewezen, die in feite de baas was. Van die Grigori Aronov is daarvoor noch daarna veel vernomen. Nu het latere werk van German over de hele wereld druk beschreven en geanalyseerd wordt, is het makkelijk achteraf te wijzen op de aanwezigheid in Sedmoj spoetnik van de kiem van zijn favoriete thema, de relativiteit van ethische keuzen in een extreme historische situatie. Stilistisch lijkt het nog nauwelijks op een German-film, maar is het een ambachtelijk voortreffelijke, psychologisch genuanceerde en onderhoudende produktie, waarin geen enkel 'spook' voorkomt.

De basis van het scenario (geschreven door Joeri Klepikov en Edgar Doebrovski) is een novelle van Boris Lavrenjov (1891-1959), wiens novelle De eenenveertigste ten grondslag ligt aan Grigori Tsjoechrai's gelijknamige filmische afrekening met traditionele Sovjet-heroiek (1956). Het verhaal van Sedmoj spoetnik speelt zich af in 1918, tijdens de Rode Terreur, toen elke door de Witten gedode bolsjewiek vergolden werd met de executie van twintig klassevijanden. Een groot aantal van hen is geinterneerd in een Petersburgs paleis, waar de ijsberende aristocraten, officieren en politici van de oude orde trachten waardigheid en decorum te handhaven. Een ongeschoren volkscommissaris komt appel houden en geeft de gevangenen opdracht een strozak te vullen. Tegen die vernedering komen enkelen in opstand, totdat een verstrooide generaal (Andrej Popov), in het lucide besef dat de historie hem ingehaald heeft, oproept tot redelijke samenwerking met de machthebbers. Vervolgens wordt deze generaal Adamov, docent in de krijgshistorie, genegeerd door zijn metgezellen, maar hij reageert ook terughoudend op de toenaderingspogingen van de commissaris. Als uitkomt dat Adamov in 1905 al eens de zijde had gekozen van toenmalige revolutionairen, wordt hij vrijgelaten. Zijn huis blijkt gevorderd, een vriend houdt zich uit schaamte over zijn huidige positie schuil en in arren moede gaat Adamov terug naar het Sovjet-hoofdkwartier, om daar zijn diensten als wasbaas aan te bieden. Hij laat zich tijdens een offensief van de Witten mobiliseren in het Rode Leger en wordt krijgsgevangen gemaakt door de aanvallers, die hem verwelkomen als een van de hunnen. Ook die gunst wijst Adamov af en hij wordt op een bleke wintermorgen zonder veel omhaal gefusilleerd. Vlak daarvoor legt hij een Witte officier uit waarom hij de zijde van de Roden gekozen heeft: 'Wanneer een grote planeet voorbijkomt, worden kleinere satellieten ('spoetnik') soms in haar baan meegezogen.'

Behalve de magnifieke, academische zwart-wit-fotografie van Edoeard Rozovski overtuigen vooral de tot in de kleinste bijrollen beestachtig mooi spelende acteurs. Subtiele signalen als een oogopslag, een loopje, een stemwending, een ingeslikte opmerking illustreren niet alleen het hoge niveau van de Sovjet-acteerkunst in een gemiddelde produktie, maar ook het grote psychologische inzicht van de regisseurs. De onderworpenheid van individuen aan de moloch, die Geschiedenis heet, wordt pijnlijk voelbaar, en in dat opzicht valt de invloed van German niet te loochenen.

    • Hans Beerekamp
    • Andrej Popov
    • A. Anisimov
    • Grigori Aronov. Met
    • Aleksej German
    • de Zevende Metgezel . Regie
    • Viktor Ehrenberg. Amsterdam