'De haat wordt met de dag groter'

JERUZALEM, 25 okt. 'Vrede met de joden is nu niet mogelijk. Het bloed is te heet', zegt een twintigjarige Palestijn in een lange steeg die door de islamitische wijk in de ommuurde stad van Jeruzalem naar de Klaagmuur loopt.

Het is angstaanjagend rustig in die steeg. Voordat er op de Tempelberg op 8 oktober Palestijns bloed vloeide, spoedden zich dagelijks duizenden orthodoxe joden in hun zwarte kaftans uit de joodse wijken door de steeg naar de Klaagmuur. Terwijl ze met hun gedachten in hogere sferen vertoefden, zagen ze niemand en hoorden ze niets. Maar ook hen is nu de angst voor Palestijnse wraak in de benen geslagen. Met bussen worden zij om de muren van de oude stad naar de zwaar bewaakte oostelijk gelegen toegangspoort tot de grote open ruimte voor de Klaagmuur gereden.

Toch leggen sommigen deze weg nog te voet af. Niet alle vrome joden laten zich door de angst uit de islamitische wijk verdrijven. Jonge jesjiwah-studenten (aan de joodse religieuze school) doen alsof er niets aan de hand is. Ze snellen voorbij, verwonderd nagekeken door Palestijnen.

'Zij vertrouwen op God', zegt een soldaat die tassen van voorbijgangers tot de Klaagmuur op explosieven en wapens onderzoekt. 'Erg druk heb ik het niet meer. Ik schat dat het aantal personen dat uit de steeg naar de Klaagmuur komt met tachtig procent is verminderd.'

'Rijd de oude stad niet met je auto binnen', waarschuwt een Israelische soldaat bij een van de toegangspoorten tot de oude stad van Jeruzalem. 'Je loopt een grote kans dat je auto in brand wordt gestoken.'

Ik parkeer mijn auto buiten de muren van de oude stad en loop via de veilige route naar het complex van de Klaagmuur. Het is er opvallend rustig. Een tiental op het plein voor de Klaagmuur gestationeerde overvalwagens van de politie duidt op de spanning en hoogste staat van paraatheid van de politie in de hoofdstad. Zo nu en dan lopen Israelische patrouilles over het plein. Even later verdwijnen ze in de tientallen stegen in de oude stad, waar nog steeds wordt gestaakt.

Van het ernstige incident van 8 oktober is hier niets meer te merken. De honderden keien die vanaf de Tempelberg naar de eronder gelegen Klaagmuur werden gegooid zijn op een grote hoop bij de politiepost geveegd. 'Deze hoop was eerst veel groter', zegt Moshe, een bewoner van de sedert 1967 gerestaureerde joodse stadswijk in de oude stad van Jeruzalem. 'Net als de stukken van de Berlijnse Muur worden de keien als aandenken door joden en toeristen meegenomen. Wie weet hoeveel ze over een paar jaar opbrengen.'

Kleine groepjes toeristen dolen over het plein bij de Klaagmuur. 'Ik ben niet bang om te komen', zegt een Zwitserse jood. De oude stad heeft hij echter als zovelen om veiligheidsredenen gemeden. Richard Verhoef (21) uit Koudekerk aan de Rijn loopt wel door de oude stad, maar veilig voelt hij zich er toch niet helemaal. 'Gisteren voelde ik me er beslist niet lekker', zegt hij.

Ook veel Palestijnen zijn echter door angst bevangen. Een Palestijn die aan de buitenkant van de oude muur woont, zegt dat hij bang is om naar zijn bakkerij in de joodse buurt tegenover de Klaagmuur te gaan. 'Joodse kinderen bekogelen me dan met stenen', zegt hij.

In de straatjes die uit de oude stad naar de Klaagmuur leiden zegt een Palestijnse jongen: 'Ik ben bang om met je te praten.' Bij het zien van een militaire patrouille haakt hij af. Als de soldaten de hoek om zijn, komt hij terug. 'De haat tussen joden en Palestijnen wordt met de dag groter', zegt hij. 'Wij Palestijnen willen in vrede leven, maar de Israeliers geven ons geen hoop. Zij drijven ons naar de wanhoop.'

Sedert het incident op de Tempelberg en de Palestijnse messentrekkerij tegen joden is Jeruzalem een verdeelde stad. Gisteren leek Israels hoofdstad zelfs te sterven. Nu de stad hermetisch is afgesloten van de Westelijke Jordaan-oever en de Gaza-strook, heeft de doorgaans bruisende stad een dorpsachtig karakter gekregen. De duizenden auto's uit de bezette gebieden met de opvallende blauwe nummerborden die dagelijks uit het 'Palestijnse achterland' naar Jeruzalem kwamen, worden nu bij militaire controleposten rond Jeruzalem door zwaar gewapende soldaten tegengehouden en teruggestuurd. En de Palestijnen in het door Israel in juni 1967 geannexeerde oostelijke stadsdeel van Jeruzalem laten zich niet in de westelijke wijken zien.

In Jeruzalem worden de hartstochten door een grote politiemacht en overal patrouillerende militairen 'bevroren'. Niet ver van het stadhuis, op een hoek, zit een forse jongeman met een geweer over zijn schouder op een muurtje. Naast hem een grote tas. Hij kijkt me scherp aan. Ik begrijp meteen dat hij een schakel is in de veiligheidsstructuur en dat in zijn tas wapens zitten om te kunnen ingrijpen in geval van een terroristische aanslag. In deze dagen van spanning wordt Jeruzalem beschermd als een vliegveld. Zichtbaar en onzichtbaar.