Andriessen voorspelt magere jaren; 'Ik maak me zorgen over deeconomie in Duitsland, onze belangrijkste afnemer'

DEN HAAG, 25 okt. Op 14 oktober 1964 verdedigde dr. J. E. Andriessen, toen minister in het kabinet Marijnen, zijn eerste begroting van Economische Zaken in de Tweede Kamer. De economische groei bedroeg meer dan acht procent per jaar en de vooruitzichten waren zeer gunstig. Vandaag heeft minister Andriessen (62) zijn derde begroting in de Tweede Kamer verdedigd. De economische groei voor dit jaar bedraagt bijna drie procent en de vooruitzichten zijn somber.

'De zeven vette jaren hebben we gehad', zegt minister Andriessen op zijn werkkamer aan de Bezuidenhoutseweg. 'Maar hoe mager de komende jaren worden kan ik niet voorspellen.' De Nederlandse ondernemers nemen een afwachtende houding aan. Dalende afzetverwachtingen en winstprognoses nopen tot een heroverweging van investeringen.

'Ik maak me zorgen over de economische ontwikkeling in Duitsland, de belangrijkste afnemer van onze produkten. De prognoses voor de economische groei worden steeds neerwaarts bijgesteld omdat de kosten van de Duitse hereniging hoger zijn dan werd geraamd. En ik vrees dat pas na 2 december (de dag van de algemene verkiezingen in Duitsland, cb) het complete financiele plaatje zal worden gepresenteerd', zegt Andriessen.

De CDA-bewindsman is minder somber over het midden- en kleinbedrijf. De loonsverhoging, matige prijsontwikkeling en de belastingoperatie-Oort resulteerden in een behoorlijke koopkrachtverbetering: 'Maar ook het midden- en kleinbedrijf zal een stapje terug moeten.'

En wat betekent dit voor het beleid van Economische Zaken? Andriessen: 'Ik ben geen subsidie-fan en het ontbreekt de overheid ook aan financiele middelen om een vermindering van de vraag op te vangen. De overheid moet eerst zijn eigen huishouden op orde brengen. En wat dat betreft, de boodschap wordt eentonig, verwijs ik naar de tussenbalans die het kabinet begin maart gaat opmaken.'

Het vorige kabinet heeft een kans laten lopen om budgettair orde op zaken te stellen, meent Andriessen: 'Toen hadden we het economisch tij nog mee.' Hij wil geen prognose doen over de omvang van de bezuinigingen. Vrijdag maakte dr. W. Duisenberg, president van De Nederlandsche Bank, bekend dat het kabinet in de periode 1992-1994 drie keer zoveel moet bezuinigen als in de Miljoenennota is aangeven. 'Het bedrag van ruim 15 miljard gulden lijkt mij wat aan de hoge kant, maar Duisenberg is nu eenmaal de penningmeester van de club en die zijn altijd wat voorzichtig. Maar voor alle duidelijkheid: we geven geen duimbreed toe wat betreft de afspraken over het financieringstekort en de collectieve lastendruk.'

Andriessen is er ook geen voorstander van om ondernemers aan te sporen meer te gaan investeren, zoals de coalitiepartner wil. Nederland heeft een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans van ruim 20 miljard gulden. Volgens de PvdA komt dat omdat er in Nederland te weinig wordt geinvesteerd. De oorzaak ligt volgens Andriessen bij de hoge contractuele besparingen. 'Wij sparen voor ons pensioen en dat is een goede zaak, gezien de vergrijzing. In landen die een ander pensioensysteem hebben, voorzie ik grote problemen.'

Deze discussie, het economisch klimaat en het midden- en kleinbedrijf zijn de centrale thema's geweest bij de begrotingsbehandeling van EZ. Energie, buitenlandse handel en de nota 'Economie met open grenzen' komen in zogenaamde uitgebreide commissie-vergaderingen aan de orde. Andriessen: 'Ik vind het jammer dat de grote lijn van het EZ-beleid tijdens zo'n begrotingsbehandeling daardoor onderbelicht blijft. Maar het is de democratie die mij dit oplegt.'

In zijn rede uitgesproken op 3 november van vorig jaar - vier dagen voordat Andriessen voor de tweede keer door de Koningin werd beedigd - bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit zei Andriessen dat de overheid net als pubers worstelt met de identiteit. 'Anders dan de generatie van economen na Keynes en Schumpeter dacht, moeten wij toegeven dat veel de macht van de overheid te boven gaat en dat veel dingen in onze samenleving niet 'maakbaar' zijn. Daarnaast stamt de bestuurlijke organisatie van de overheid uit de vorige eeuw en dat is lang geleden.' Ook in zijn vorige functie als voorziter van de christelijke werkgeversorganisatie NCW had Andriessen veel kritiek op met name de sectorkennis van EZ. Het departement was onvoldoende een discussiepartner voor het bedrijfsleven.

Volgens de werkgeversorganisaties VNO en NCW is daar nog niet veel aan veranderd. 'Maar het vertrek van secretaris-generaal Rutten eind januari was een teken aan de wand', meent een woordvoerder van de werkgevers. Bij het vertrek van Rutten werd gespeculeerd over de mogelijke koerswijziging: minder nadruk op de macro-economische invalshoek van het beleid en meer op de organisatie van het departement en de directe relaties met het bedrijfsleven.

Door de voortijdige val van het kabinet-Marijnen heeft minister Andriessen in de jaren zestig zijn klus niet kunnen klaren. Wanneer bestempelt hij zijn beleid als succesvol? Andriessen: 'Ik vind mijn beleid geslaagd wanneer de overheid als betrouwbaar wordt ervaren, het beleid consistent en uitvoerbaar is, en EZ voor het bedrijfsleven een discussiepartner van niveau is.'

Deze opvatting verklaart ook de felle reactie van de doorgaans zeer gemoedelijke bewindsman tijdens de discussie over de WIR-tegenvaller. Minister Kok (financien) wilde de rekening van de WIR-tegenvaller op het bedrijfsleven verhalen. Dat was volgens Andriessen in strijd met eerder gemaakte afspraken. 'Een politiek slijtage-slag', oordeelt Andriessen nu. 'Het meest moeilijke dossier waar ik ooit mee te maken heb gehad. Maar we hebben het naar ieders tevredenheid afgerond.'

Aanstaande vrijdag gaat Andriessen opnieuw met minister Kok in de clinch over de fiscale aftrekbaarheid van lijfrentepremies. Met ingang van 1 januari 1991 wordt de aftrekbaarheid verlaagd van 17.000 naar 10.000 gulden. Voor mensen die aan de basisaftrek niet voldoende hebben om in combinatie met de AOW een adequate oudedagsuitkering op te bouwen, bijvoorbeeld als gevolg van een pensioenbreuk, biedt het ministerie van financien de mogelijkheid om meer af te trekken dan 10.000 gulden. Volgens Andriessen is die regeling niet uitvoerbaar.

Bij de discussie over het milieu en de inkomensontwikkeling wordt de uitvoerbaarheid van beleid vaak onderschat, meent Andriessen. 'Ik zie het dan als mijn taak mijn collega-ministers daarop te wijzen.' Deze opstelling in het kabinet heeft hem volgens een collega al de bijnaam 'de remmer van het bobslee-team Lubbers-Kok' opgeleverd.

De PvdA is zakelijker geworden, geeft Andriessen grif toe. 'Maar tegelijkertijd kun je het die partij niet kwalijk nemen dat ze nog een aantal oude thema's meeneemt. Zo'n koopkrachtdiscussie bijvoorbeeld, dat is niet mijn discussie. Dan zie je dat die partij geketend zit aan oude thema's.'