Volleybalteam bereikt via winst op Japan eerste doel

BRASILIA, 24 okt. Meteen na het duel tegen Japan stapte Oranje-aanvoerder Avital Selinger weer het veld in de lege sporthal Nilson Nelson op om een partijtje te volleyballen met drie wisselspelers. Het was een indicatie hoe gemakkelijk Nederland gisteren de kwartfinale van het wereldkampioenschap bereikte. In 59 minuten werd Japan met 3-0 weggeslagen (15-4, 15-12, 15-3). Alleen in de tweede set konden de Aziaten door gebrek aan concentratie bij Oranje goed meekomen. Vanavond wordt bij de loting de tegenstander van Nederland voor de wedstrijd van vrijdag in Rio de Janeiro bekend.

De Japanners accepteerden de nederlaag gelaten. Zij hadden niets anders verwacht. Japan is met ruim 5 miljoen georganiseerde spelers, onder wie zo'n 80.000 in de mamasan (de huisvrouwencompetitie), volledig gek van volleybal. Van 1970 tot ongeveer 1974 behoorde het land tot de wereldtop met als hoogtepunt een gouden medaille bij de Olympische Spelen van '72. Maar tegenwoordig heeft Japan een middelmatige ploeg. Het roer is inmiddels wel omgegooid. 'Maar', sprak coach Masayki Minami, speler van het gouden team van Munchen, realistisch: 'Het kan misschien nog wel tien jaar duren voordat we terug zijn aan de top.'

Geld speelt geen rol. De organisatie binnen de clubs en bedrijven die volleyballen, zit uitstekend in elkaar. Arie Selinger, de voormalige bondscoach van Nederland, heeft bij Daiei de meest moderne apparatuur tot zijn beschikking. Sponsors gooien er bij het volleybal in Japan miljoenen tegenaan. De Japanners halen daarmee vrijwel alle grote internationale toernooien naar eigen land. Zo vond afgelopen zomer de finaleronde van de eerste World League in Osaka plaats. Nederland werd daarin tweede achter Italie, dat zich gisteren voor de kwartfinales van het WK plaatste door met 3-0 van Tsjechoslowakije te winnen. Japan zelf had echter bij lange na niet de laatste vier van het evenement kunnen bereiken.

Nadelig

De intrede van het zogenaamde krachtvolleybal in de jaren zeventig met sterke en lange spelers is nadelig geweest voor Japan. Het land heeft onder de bevolking maar weinig 'bomen van kerels'. In de huidige selectie zitten twee spelers van twee meter en een en de 23-jarige Hideyuki Otaki van 2.06 meter. De laatste mist echter kracht en heeft opvallend dunne armen en benen. Hij weegt slechts 85 kilo, terwijl ter vergelijking de Nederlander Edwin Benne (2.08 meter) 102 kilogram schoon aan de haak heeft. Otaki was tegen Nederland geen basisspeler en op de momenten dat hij wel mocht meedoen was hij nauwelijks op een goede pass of smash te betrappen.

Toch wordt de Japanse ploeg bij het WK gevolgd door een grote groep landgenoten. 'Ook nu de ploeg niet goed presteert, worden de Japanse spelers in eigen land als goden behandeld. Ze kunnen daar niet rustig op straat lopen', zei speler Henk-Jan Held die afgelopen jaar twee keer met de nationale ploeg in Japan verbleef. De Nederlander kreeg in Brasilia zelf bezoek van twee Japanse schoolmeisjes die hem een ingelijste foto kwamen overhandigen. Ron Boudrie: 'We hebben het meegemaakt dat er meisjes speciaal van Osaka naar Tokio gingen om ons daar te kunnen uitwuiven. In de lobby van ons hotel zaten er fans dagenlang te wachten om ons even te kunnen zien'.

Fanatiek

De Nederlandse ploeg speelde in Japan voor maximaal 10.000 toeschouwers. Dat totaal kan bij het WK in Brazilie worden overtroffen. Indien Oranje het thuisland vrijdag in de kwartfinale als tegenstander treft, zitten er naar verwachting 25.000 mensen in sporthal Maracanazinho in Rio. Die zullen hun team fanatiek aanmoedigen. 'Maar dat kan je ook positief opvatten', aldus Boudrie. 'Wij zijn volleyballers en moeten het mooi vinden om voor zoveel mensen te spelen.' Hij wees op het feit dat Zweden afgelopen week Brazilie bijna in eigen hal wist te verslaan. De Scandinaviers verspeelden zelfs een matchpunt. Gisteravond won Cuba in een slopende wedstrijd met 3-2 van Brazilie. Edwin Benne: 'Het zal een hele nieuwe ervaring zijn, zo'n volle zaal. Ik heb die mensenmassa in Japan meegemaakt. Dat is overdonderend. Het belangrijkste is dat je je orientatievermogen behoudt. Door dat enorme lawaai weet je nauwelijks wat voor en achter is.'

Bij Nederland heerste er gisteren een opgeluchte stemming. Door het bereiken van de laatste acht is het eerste doel bereikt. Sommige spelers denken nu aan meer. De vraag is of dat wel reeel is. De mogelijke opponenten van Oranje in de kwartfinale, Cuba, de Sovjet-Unie en Brazilie, hebben alle aangetoond een ijzersterke ploeg te hebben. 'Maar speel je een heel goede wedstrijd, dan ben je erdoor. Waarom zou dat niet kunnen?', vroeg Boudrie zich af. En Held: 'We behoren tot de beste vijf a zes landen van de wereld. De rest verslaan we met gemak. Nu moeten we kijken of we wat tegen de sterkere kunnen doen.'

Bondscoach Harrie Brokking liet tegen Japan zijn basisploeg vrijwel de hele wedstrijd staan. Tweede spelverdeler Arnold van Ree mocht welgeteld een bal aanraken, Martin Teffer speelde een deel van de tweede set en Patrick de Reus werd in de slotfase van de tweede en derde set ingezet. Gezien het krachtsverschil had Brokking zijn wissels meer de kans kunnen geven. Hij verzuimde dat omdat volgens hem ook het pas in juli vernieuwde basisteam de speeltijd hard nodig heeft. 'Ik ben de Japanners dankbaar', sprak Brokking na afloop. Hij doelde daarmee op het feit dat de tegenstander uit Azie had besloten voornamelijk op Edwin Benne te serveren. De aanvaller, die nu samen met Zwerver ook de stop voor zijn rekening moet nemen, kon de oefening goed gebruiken. Benne kreeg 62 Japanse services te verwerken, collega Zwerver slechts vier en Held drie. De tevredenheid over de goede stopscore van Benne, 88 procent, beheerste na afloop de stemming bij Oranje.

    • Hans Klippus