Vlotte musical over racisme, wanhoop en rompslomp in deklas

Wiens schuld is het als op een school een niet-Nederlands jongetje het slachtoffer wordt van rassendiscriminatie? Is het de schuld van de kinderen die hem tot het uiterste treiterden? Of had de gemeente invallers moeten sturen naar de door overwerkte en zieke leraren geplaagde school? Misschien is het wel de schuld van de begeleiders die niet opletten, van de schooldirecteur die het zo druk had met zijn administratieve rompslomp of, wie weet, van het alsmaar bezuinigende ministerie van onderwijs.

In de musical Grote jongens draait het allemaal om de teloorgang van de gelukkige klas uit de tijd van Ot en Sien. Als je je als directeur bezig moet houden met de medezeggenschapsraad, het schoolwerkplan, de parttimers, de invallers en de uitvallers sijpelt de liefde, de hoeksteen van de school, langzaam weg. 'Ik zou het niet hebben geloofd, ' zegt directeur Wiegersma aan het einde van het stuk, 'als ik het niet met mijn eigen ogen had zien gebeuren.'

Op dat moment is er al veel gepasseerd. Ondanks al Wiersma's steeds wanhopiger klinkende telefoontjes heeft Klas 6B op een kwade dag weer eens geen leerkracht. De vader van Chantal Modderman, een sauna-exploitant, besluit de kinderen mee te nemen naar de Flevohof. Hij ergert zich al zo lang aan de kolerezooi op de school van zijn dochter, dit is zijn bijdrage aan de volksontwikkeling en trouwens: hij moest toch naar de Flevohof om de bouw van een hygiene-centrum te promoten. Twee moeders gaan mee als begeleiders.

Op de Flevohof gaat het mis. Uit baldadigheid duwen een paar kinderen Chalid Houda het varkenskot op de afdeling rasveredeling in. Het jongetje raakt zwaar gewond, belandt in het ziekenhuis en brengt het er niet levend vanaf. Van de drie begeleiders is niemand aanwezig bij het ongeluk. Dan pas treedt de machinerie in werking die het af liet weten toen Wiersma's problemen nog die van iedere schooldirecteur waren. De pers, de inspectie, de ouders, de gemeente: iedereen doet zijn zegje en erg verheffend is het allemaal niet. Het net sluit zich om Wiersma. Hij is de schuldige, hij had de kinderen nooit mogen laten gaan.

'Grote jongens' is alleen al door zijn opzet een unieke musical. Hoofdrolspeler Hans Hamstra (Wiersma) is zelf schooldirecteur. Hij heeft meegeholpen aan het scenario, dat mede daardoor bijzonder levensecht is. De spelers, veertig kinderen, twintig volwassenen en een orkest, doen belangeloos mee. De musical is duidelijk met persoonlijke betrokkenheid tot stand gekomen, bedoeld om problemen aan de kaak te stellen die vooral in een stad als Amsterdam steeds nijpender worden.

Het is daarom jammer dat schrijver/regisseur Ger Beukenkamp en componist/dirigent Ruud Bos het wat zware onderwerp zo luchtig mogelijk hebben willen brengen. De vlotte teksten en de snelle wisselingen van de scenes laten nauwelijks ruimte voor verontwaardiging of ontroering, al moet worden gezegd dat het aanwijzen van Wiersma als schuldige een gouden greep is. De toeschouwers beseffen maar al te goed dat juist hij de enige zonder schuld is.