Sterk psycho-analytisch drama van O'Neill bij De Appel; Hetverleden als toekomst

Een vader, eens een veelbelovend acteur, nu aan lager wal en verslingerd aan de drank; een moeder, verslaafd aan de morfine en twee zoons die eveneens kampen met een drankprobleem; de jongste van hen is bovendien tbc-patient ziedaar het gezin Tyrone waarvoor het gezin O'Neill model heeft gestaan. Lange Dagreis naar de Nacht van de Amerikaanse schrijver Eugene O'Neill is, zoals bekend, gebaseerd op autobiografische feiten.

O'Neill moet een morbide beeld van het leven hebben gehad en het lijdt geen twijfel dat als de hel niet al bestond, hij deze zeker zou hebben uitgevonden. We weten hoe die er volgens hem uitziet dank zij zijn tussen 1939 en 1941 geschreven drama, nu opgevoerd door Toneelgroep De Appel. In Lange Dagreis naar de Nacht laat hij, de methoden van de psycho-analyse indachtig, langzaam maar zeker het onverwerkte verleden van hem en zijn familieleden naar boven komen: ergens diep in deze bodemloze beerput ligt de verklaring voor hun verknipte karakters. Maar lost dat ook iets op? Integendeel: kennis leidt tot een onafzienbare zee van schuld- en haatgevoelens.

In zijn portrettering van de personen heeft Eugene O'Neill niemand gespaard; zichzelf schildert hij af als een ziekelijk, hatelijk pestkereltje. 'Hij kan er niets aan doen dat hij is zoals het verleden hem heeft gemaakt', zegt moeder, doelend op haar oudste zoon James, maar het zou ook als het credo van alle vier de gezinsleden opgevat kunnen worden. Het verleden uit haar geest bannen is voor moeder even ondenkbaar en onmogelijk als stoppen met het innemen van morfine. Hoe zou ze het verleden kunnen vergeten: het is immers heden en toekomst. Ze schiet in een nerveuze lach.

Christine Ewert speelt de moeder met een inlevingsvermogen dat lijkt toe te nemen naarmate de voorstelling vordert. De reserve die ik in het begin tegen haar had, is na de pauze verdwenen. Ook de andere rollen in dit door Leonard Frank geregisseerde stuk zijn sterk bezet. Dat geldt met name voor Marcel Royaards als een ongezond bleke, landerige Edmund en ook voor Eric Schneider. Schneider spreidt in zijn lachjes, stembuigingen en bewegingen een vanzelfsprekendheid ten toon die zijn aanwezigheid dominanter maakt dan die van de anderen. Het is alsof de woorden uit zijn mond de elkaar in hoog tempo opvolgende confidenties, woedeuitbarstingen en zenuwinzinkingen nog opzwepen.

Zo beladen als het spel is, zo kaal is het decor van Leonard Frank: een houten tuinkamer, enkele stoelen en een tafel. Wat mij betreft had Frank die soberheid ook tot de tekst soepel vertaald door Ger Thijs - mogen uitbreiden, door deze na de pauze wat in te korten, zonder daarbij afbreuk te hoeven doen aan het ijselijke vierde bedrijf. De uitzichtloze situatie, gecombineerd met de welhaast tropische temperatuur in het kleine bovenzaaltje van het Appeltheater, deed de aandacht soms wegzakken. Maar dit is niet meer dan een kanttekening bij een in veel opzichten geslaagde voorstelling.