Privatiseer het socialisme!

ROTTERDAM, 24 okt. Het openbaar toilet op het Batthyanyplein in Boedapest, staatsbezit, is tegenwoordig in handen van een prive-ondernemer. Hij betaalt de staat maandelijks 100.000 forint een fors bedrag, maar de bijna drieduizend mensen die hier elke dag hun behoefte doen betalen elk twee forint. Dat stelt de kleine ondernemer in staat niet alleen die 100.000 forint per maand te betalen, maar ook nog twee schoonmakers in dienst te nemen die bij hem vijftig procent meer verdienen dan in de staatssector.

Het arrangement stelt iedereen tevreden: de staat die geld vangt voor het openbaar toilet, de pachter en zijn schoonmakers die beter verdienen, en de klanten die voor het eerst sinds mensenheugenis een schoon openbaar toilet betreden.

Privatisering is het slagwoord van Oost-Europa. Bij tienduizenden verschijnen de particuliere bedrijven, als paddestoelen na de regen: de restaurants in Boedapest, de computerbedrijven in Warschau, de bloemenwinkels in Boekarest en de schoonmaakfirma's in Sofia, nieuwe kranten, nieuwe taxibedrijven, bureaus voor huwelijksbemiddeling, zwembaden, drukkerijen, bakkerijen, campings: een lawine van ondernemingen.

In sommige landen wordt voortgebouwd op wat al onder het socialisme mogelijk was, zoals in Hongarije, waar computerdeskundige Laszlo Rozsahegy in 1982 in zijn tweemansbedrijfje Rolitron hoogwaardige instrumenten voor ziekenhuizen ging maken, na zeven jaar een omzet bereikte van 450 miljoen forint en inmiddels een samenwerkingscontract met een Westduits bedrijf heeft afgesloten. Rolitron telt inmiddels meer dan honderd werknemers. Een hoopvol begin.

Een hoopvol begin? Een klein, een bescheiden begin. Want een jaar na de revoluties van vorig jaar staan alle Oosteuropese landen nog voor de eerste echte drempel, die tevens de sleutel vormt tot het succes van de transformatie van de centraal geleide naar de markteconomie: de privatisering van de grote staatsbedrijven, de monopolies van het socialisme.

Pag.13: Ware krachtproef moet nog beginnen