OLIECONCERNS ALS BOOSDOENERS

De vrees dat oorlog de olieproduktie in Saoedi-Arabie grotendeels zal stilleggen, is ongerechtvaardigd. Die vrees heeft zeer recent wel geleid tot een prijs van veertig dollar per vat. Dat betekent ook dat de prijs in geval van oorlog zal oplopen tot vijftig, zestig of misschien wel honderd dollar per vat. Omdat de consument die prijs niet kan opbrengen, zal er een diepe recessie volgen en na het einde van de oorlog daalt de prijs weer tot vijftien of tien dollar per vat. Sjeik Yamani is erg resoluut in zijn antwoorden op de bange vragen van het Duitse weekblad Wirtschaftswoche.

De vroegere Saoedische olieminister wijst erop dat de Irakezen er in de oorlog met Iran niet in zijn geslaagd de Iraanse olievelden te beschadigen. Hij geeft toe dat de olie-installaties wellicht gevaar lopen maar acht het niet waarschijnlijk omdat de Saoediers in de lucht sterker zijn. Maar zelfs als in het ergste geval de olieterminal Ras Tanura zou worden uitgeschakeld dan nog zouden de Saoediers een deel van de produktie onmiddellijk per tanker kunnen vervoeren. Yamani is het dan ook niet eens met de suggestie dat zijn oproep bij het begin van de Golfcrisis om de strategische reserves aan te spreken, olie was op het vuur van de prijsstijging. Hij wijst de oliemaatschappijen aan als de grote boosdoeners omdat zij niet bereid zijn hun voorraden aan te spreken. Yamani gelooft niet in olieschaarste, omdat een aantal landen de produktiecapaciteit uitbreidt. Hoewel hij die landen niet bij hun naam noemt, wijst hij er wel op dat de produktie zelfs in de VS alweer stijgt. Hij bepleit samenwerking tussen de producenten en de gebruikers omdat niemand gediend is met extreme prijsschommelingen.

Business Week

Harvard mag dan een grote reputatie hebben, volgens een onderzoek van het Amerikaanse weekblad Business Week is het nog beter om je op het zakenleven voor te bereiden aan de Northwestern Graduate School of Management. De resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op de waardering van de consumenten, te weten de afgestudeerden en de ondernemingen die hen in dienst nemen. Gemeten naar het aantal wetenschappelijke publikaties staat Harvard echter op eenzame hoogte met twee keer zoveel punten als Berkeley, met een budget dat ruim vier keer zo groot is en met ruim twee keer zoveel wetenschappelijke publicisten. De twintig belangrijkste Amerikaanse managementopleidingen besteden samen 240 miljoen dollar per jaar aan wetenschappelijk onderzoek. De bedragen lopen per instelling uiteen van veertig miljoen tot minder dan een miljoen dollar per jaar. Dat zegt volgens het blad echter weinig over de kwaliteit en de bruikbaarheid van de publikaties. Immers, Claremont Graduate School scoort met een budget van 350.000 dollar en met slechts dertien hoogleraren vele malen beter dan rijke en grote instellingen als Columbia University. Dat komt grotendeels door het werk van Peter F. Drucker. Deze staat volgens het blad bij veel collega-hoogleraren niet hoog aangeschreven omdat hij eerder journalist dan hoogleraar zou zijn. Het blad meent echter dat het gros van de wetenschapsmensen zich te zeer beperkt tot academische theorieen die niet relevant zijn voor het wel en wee van het bedrijfsleven. Het blad spreekt er bij voorbeeld schande van dat de denkbeelden van de Amerikaanse organisatiedeskundige W. Edwards Deming nog steeds niet serieus worden genomen door de Amerikaanse wetenschap, hoewel het Amerikaanse bedrijfsleven sinds het begin van de jaren '80 begon te beseffen hoeveel de Japanners te danken hebben aan zijn ideeen over kwaliteitsbeheersing.

The Economist

De moderne geneeskunde heeft grote verdiensten op het gebied van diagnostiek en behandelingsmethoden maar de enorme sommen die nu aan high-technology geneeskunde worden besteed, produceren slechts marginale verbetering van de gezondheid. Daarom is het beter geld uit te geven aan gezondheid dan aan geneeskunde. Dat is de essentie van een essay in het Britse weekblad The Economist. De Amerikanen bij voorbeeld geven per jaar 600 miljard dollar uit aan doktersrekeningen. Dat is twaalf procent van het bruto nationaal produkt en het is meer dan twee keer zoveel als de uitgaven voor onderwijs. Toch sterven de Amerikanen jonger dan de inwoners van andere ontwikkelde landen en is de babysterfte in de VS hoger. Omdat het resultaat van veel moderne behandelingsmethoden op zijn minst twijfelachtig is - het blad noemt enkele sprekende voorbeelden - zou het beter en goedkoper zijn de geldstromen te verleggen naar preventie in de brede zin van het woord. Maar voor er iets verandert, zal de samenleving moeten erkennen dat de moderne geneeskunde een onnauwkeurige wetenschap is die niet altijd werkt en dat de gezondheidskosten niet bepaald dienen te worden door de dokter.