Noteringen aan beurs in gevaar door EG-richtlijn

AMSTERDAM, 24 okt. Bij bijna twee derden van de aan de Amsterdamse beurs genoteerde ondernemingen (exclusief beleggingsfondsen) is dertig procent of meer van de aandelen geconcentreerd in een hand.

Volgens het ontwerp van de 13de EG-richtlijn op het gebied van vennootschapsrecht is iemand die dertig procent van de aandelen in een beursfonds bezit verplicht een bod op de rest uit te brengen. Dit betekent dat bijna twee derden van de Amsterdamse beursfondsen de kans lopen van de beurs te verdwijnen. Dat staat haaks op de pogingen om van Amsterdam een Europees financieel centrum te maken.

Overigens zou in de praktijk zelfs meer dan twee derden van de beursfondsen voor ten minste dertig procent in handen kunnen zijn van een partij. Begin volgend jaar moet Nederland volgens de Europese wetgeving ook de meldingsplicht invoeren. Houders van een belang van tien procent of meer in een beursfonds moeten zich dan bekend maken. Onlangs is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend om deze zaken te regelen. Een meerderheid van de Kamer lijkt voorstander van een scherpere meldingsplicht dan de EG eist en zou de minimumgrens al bij vijf procent willen stellen. Alleen het CDA is hier tegen.

Dat zo veel in Amsterdam genoteerde aandelen in vaste handen zitten beperkt ook de omvang van vraag en aanbod op de Amsterdamse beurs en kan ertoe bijdragen dat de aandelenkoersen in Amsterdam zo'n veertig procent lager liggen dan op de beurzen in ons omringende landen.

Een woordvoerder van de Amsterdamse effectenbeurs wijst er op dat het bod van de grootaandeelhouder niet geaccepteerd hoeft te worden en dat daarom in landen waar die verplichting al bestaat vaak biedingen onder de beurskoers worden gedaan.

Supplement Economie: Verborgen macht op Beursplein 5