'n Man wat die trein amper haal

Hebben Afrikaner schrijvers Nederland wat te zeggen? Beslist. Albanese schrijvers ook, en Chinese, Vuurlandse, Amerikaanse. Maar het Afrikaans is toch een stamverwante taal? Wij kunnen het met een beetje moeite lezen of verstaan en als wij onze reserves opzij schuiven betreden wij met de Afrikaner literatuur een totaal nieuwe wereld.

Als de culturele banden tussen Zuid-Afrika en Nederland weer worden aangehaald, zullen de Afrikaner schrijvers weer in Nederland gelezen worden, zo hoopt president De Klerk. Het klinkt mooi, maar de wens is de vader van de gedachte.

Los van het feit dat een cultureel verdrag met Zuid-Afrika de gehele Zuidafrikaanse bevolking zou moeten omvatten en niet alleen de vijf miljoen Afrikaans sprekenden, is het Afrikaans meer dan een derivaat van het zeventiende eeuwse Nederlands. Het Afrikaans heeft zich in Afrika geworteld. Kon de Nederlander in de jaren dertig zonder probleem Afrikaner schrijvers als C. M. van den Heever en Jan van Melle in hun eigen taal lezen, met het Afrikaans van Breyten Breytenbach hebben de huidige lezers de grootste moeite. Zijn proza moet vertaald worden, zijn gedichten krijgen uitgebreide woordenlijsten.

In zijn voetspoor is een hele groep jonge schrijvers opgestaan die tot de zogenaamde 'taalontginners' behoren (het geschreven Afrikaans is zo'n 130-140 jaar oud en ontwikkelt zich nog alle kanten op). Deze schrijvers doorspekken hun idioom met de taal van de skollies (de straatjeugd) en de moderne media, zij richten zich meer op het Derde-Wereld-Afrika dan de zogenaamde sestiger generatie die zich laafde aan Europese voorbeelden. Hedendaagse schrijvers als Etienne van Heerden, Andre le Roux en Andre Letoit stellen mij telkens voor problemen. In hun werk kom ik talloze uitdrukkingen tegen die in geen woordenboek zijn terug te vinden. Zij schrijven een speels Afrikaans en zoeken ook aansluiting bij het kleurrijke Afrikaans dat door de bruine bevolking wordt gesproken.

Natuurlijk hangt het ook van de schrijver af. Een helder verteller als Andre Brink is beter te volgen dan een taalvirtuoos als Breytenbach. Er zijn schrijvers die zich meer thuisvoelen bij Europese thema's en schrijvers die zich juist meer aan Afrika verbinden. De in Amsterdam wonende Elisabeth Eybers, die in ons land tot de Nederlandse literatuur wordt gerekend, schrijft een prachtig doorzichtig Afrikaans. Maar het is bijna een tussentaal geworden een taal tussen Nederland en Zuid-Afrika. Het staat ver af van het Afrikaans dat gekneed en gestreeld wordt in township, stad en veld.

Het zijn juist die voor ons 'onbegrijpelijke' schrijvers die de Nederlanders iets nieuws over Zuid-Afrika vertellen jammer voor de president maar wij kunnen ze alleen in vertaling lezen. Hun Afrikaans staat al veel te ver van ons af ('Zoals het vulgaire Latijn van het Italiaans', schreef een Afrikaner taalkundige eens). Niet voor niets hebben de zwarte universiteiten hun departement Afrikaans-Nederlands opgesplitst in twee verschillende vakken. De docenten daar ontkennen de Nederlandse wortels van het Afrikaans niet, maar zij vinden dat de zwarte wortels van het Afrikaans zijn vergeten. Het Afrikaans is al verder dan de meeste sprekers: het is deel van Afrika.

'Ja jis, 'n ou kan hier verdomp net nie wen nie, het ek gescheme toe ons ougat deur Den Haag ry en ek die gabbas so uitcheck. Hierdie lanies was nog altyd maar 'n spul gaga goed', heeft de president misschien in zijn dagboek geschreven, toen hij de demonstranten zag. (Ach joh. Je kunt hier verdomme nooit van ze winnen, dacht ik terwijl we zo braaf door Den Haag reden en ik naar de voorbijgangers keek. De mensen zijn hier nog steeds geschift.)

Maar dat had u vast en zeker al begrepen. En dan te bedenken dat er nog steeds geen behoorlijk woordenboek Afrikaans-Nederlands bestaat. Hoe moet het de heer Lubbers vergaan in zijn gesprekken met de heer De Klerk?

Een woord wordt makkelijk misverstaan. 'n Man wat die trein amper haal, heeft hem in Zuid-Afrika gemist. Het bijwoord amper betekent in het Afrikaans namelijk niet net, maar net niet.

Als dat maar niet tot diplomatieke misverstanden leidt.

Wat willen ze nog meer, zult u tegenwerpen. De Afrikanen zijn ons Europeanen een stap voor. Ze staan boven het benauwde nationalisme en kiezen voor een verenigde taal. Ze zijn in dat opzicht verder dan wij.

    • Adriaan van Dis