LOUIS ALTHUSSER 1918-1990; Een beminnelijke marxist

'Als mij gevraagd zou worden in enkele woorden de essentiele stelling samen te vatten, die ik in mijn filosofische essays heb willen verdedigen, dan zou ik zeggen: Marx heeft de grondslag gelegd voor een nieuwe wetenschap de wetenschap van de geschiedenis.' Zo vatte de Franse filosoof Louis Althusser, die eergisteren op 72-jarige leeftijd overleed, in 1970 zijn filosofie samen. Het was zijn strenge poging om het marxisme als kritische wetenschap te vrijwaren van stalinisme en humanisme die hem in de jaren zestig en zeventig tot een van de meest invloedrijke en omstreden theoretici van het Westeuropese marxisme maakte.

Het werk van Althusser is nauw verbonden met de fameuze Ecole Normale Superieure (ENS). Vlak nadat Althusser in 1939 is geslaagd voor zijn toelating tot de ENS breekt de oorlog uit. Hij is vijf jaar lang oorlogsgevangene in Duitsland, een ervaring die hem blijvend heeft getekend. Vanaf dat moment wordt Althusser herhaaldelijk overvallen door een manisch-depressieve gemoedstoestand. Na de bevrijding keert hij terug naaar de ENS waar hij in 1948 bij Gaston Bachelard afstudeert en tot 1980 werkzaam zal blijven.

In 1948 wordt de in het dagelijks leven beminnelijke en prettig anarchistische Althusser lid van de communistische partij (de PCF). Na enige tijd breekt bij hem een kritische houding door ten opzichte van de Sovjet-Unie. In tweeerlei opzicht: hij veroordeelt de repressieve en dogmatische praktijk van het stalinisme, maar ook het 'socialistisch humanisme' dat na 1956 een dominante rol bij de hervormers is gaan spelen.

In zijn twee hoofdwerken die beide in 1965 verschenen, Pour Marx en Lire le Capital, bepleit hij een theoretisch anti-humanisme. 'De vraag naar het subject van de geschiedenis: wie of wat maakt de geschiedenis, wordt niet meer gesteld, ' verklaart hij. Het marxisme is in zijn ogen een theorie van het conflict tussen maatschappelijke klassen, dat de loop van de geschiedenis bepaalt.

In deze zin staat Althusser met beide benen in het Franse structuralisme dat in de jaren zestig het intellectuele leven in Frankrijk overheerst. Levi-Strauss en Lacan behoren tot de geestelijke bagage die hij met het marxisme in verband wil brengen. Zijn opstellen met een blijvende waarde zijn die over de dialektiek en over de theorie van de ideologie. Daarin legt hij een relatie met elementen uit de linguistiek, de psychoanalyse en de filosofie van Spinoza.

In de loop van de jaren zeventig wordt hij steeds meer opgeslokt door de polemiek binnen de communistische partij. Zijn creatieve werk als filosoof ligt dan duidelijk achter hem. Hoewel Althusser als een van de meest vooraanstaande critici zeker bij heeft gedragen tot de liberalisering van de PCF is zijn houding ten opzichte van het communisme zeer ambivalent. Meer dan eens spreekt hij lovend over de culturele revolutie als een terecht antwoord op de verwording van de Sovjet-Unie. En telkens houdt zijn kritiek stil bij de erfenis van Lenin. Op kousevoeten sluipt hij om de verantwoordelijkheid heen van concepties als 'de dictatuur van het proletariaat' voor het latere stalinisme. De centrale rol van het humanisme als betoog over de mensenrechten in de Oosteuropese oppositie stuit bij hem op een theoretisch gemotiveerd onbegrip.

Zijn verdediging van het marxisme is uiteindelijk de tragische geschiedenis van een terugtocht. In de loop der jaren schrompelt het object van het marxisme van het wijdse 'continent der geschiedenis' ineen tot een specifieke 'analyse van de kapitalistische productiewijze'. Om eind jaren zeventig te eindigen in een wanhopige proclamatie van de crisis van het marxisme. Het marxisme is in zijn ogen tot een vrijwel lege verzameling geworden.

Aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen sprak Althusser in mei 1978 over dit thema. De filosoof besloot in de bomvolle zaal voor een meer dan aandachtig gehoor met de woorden: 'Maar als we in staat zijn deze crisis nauwkeurig te kennen ... dan is er nog niets verspeeld. Dat is onze enige hoop in de wereld waarin we leven, maar ze is onmetelijk.' Althusser verliet vroeg het diner. Hij wilde per se de afscheidswedstrijd van Cruijff met Ajax op de televisie volgen. Na de desastreuze 8-0 nederlaag tegen Bayern Munchen liepen we naar de bushalte. Terwijl we stonden te wachten, pakte Althusser me plotseling bij mijn arm en zei: 'Ik heb wel gesproken over de hoop, maar ik geloof er niet meer in. Het is echt afgelopen.'

In 1980 breekt zijn werkzame leven plotseling af. In een vlaag van depressiviteit vermoordt Althusser zijn vrouw. Hij wordt vrijgesproken wegens ontoerekeningsvatbaarheid maar verdwijnt uit het openbare leven. De stilte wordt nog een keer doorbroken. In 1987 schrijft de vooraanstaande katholieke intellectueel Jean Guitton, die voor de oorlog Althussers filosofie-leraar is geweest een bewogen relaas over hun veertig jaar lange vriendschap. Guitton: 'Voor mij is zijn leven door een zuiver mysticisme in gang gehouden. En ik vraag me af of het marxisme voor hem geen middel tot overleven was, zoals elke andere totalitaire doctrine dat zou zijn geweest.'

    • Paul Scheffer