Jan van Munster toont de grillige gezichten van energie

De 51-jarige Jan van Munster, opgeleid als beeldhouwer aaan de Rotterdamse academie, boorde al vrij vroeg in zijn loopbaan een letterlijk onuitputtelijke bron van inspiratie aan, namelijk het thema energie. Energie in de natuurkundige zin van het woord kan immers niet verloren gaan, het is de aanduiding van iets onzichtbaars dat voortdurend en overal van karakter en verschijningsvorm verandert, zich manifesteert als warmte, electriciteit, licht, magnetisme, radio-activiteit. Energie, die kan veraangenamen en vernietigen, is een stroom tussen elkaar afstotende polen, een zowel letterlijk als figuurlijk te hanteren beeld van spanning en tegenstelling. Van Munsters streven is niet alleen het zichtbaar maken van wat niet gezien kan worden, maar ook het onderschikken van natuurkundige oerwaarheden in een letterlijk spannende symboliek, waarin het plus- en het minteken, de + en de steeds weerkerende steunpunten zijn.

Een overtuigende selectie uit zijn recente werk wordt geexposeerd in het nieuwe gebouw van de Kunstvereniging Diepenheim. In de vorm van al of niet gekleurd licht tekent de energie zich af als een gloeiende Warmtecirkel, of als een O-zon, een Ronde tweehoek, als grillig verlopende stralende abstracties. Het zijn uit neonbuizen en metaal vervaardigde lichtsculpturen, ruimtelijke tekeningen waarin het evenwicht van licht en donker, warmte en kou, pool en tegenpool in een lange variatie van mogelijkheden tot stand komt.

Dit soort werk kennen we van Van Munster, het is overal in het land aan en in gebouwen, zelfs in het plaveisel onder onze voeten te zien. In Diepenheim komt ook een latere generatie van zijn kunstwerken aan bod waarin Van Munster zich weer opstelt als de beeldhouwer die hij van huis uit is. Het enigszins sensationele object Noli me tangere behoort tot deze groep. Een zware zuil van een meter zwartglanzend metaal wordt bekroond door een kap, die door een ingebouwde compressor dusdanig wordt afgekoeld dat de vochtigheid uit de buitenlucht er op neerslaat in de vorm van witglinsterende ijskristallen. Het object past in een groep beelden van gepolijste zwarte graniet en van glas waarin het begrip oppervlaktespanning in zuilen, ruimtelijke ellipsen en afgeronde kegels gestalte krijgt, de vormen tonen de verschillende gezichten van deze energiesoort. Er is ook een Energieveld bestaande uit grote eieren met een ruwe bronshuid met ergens in het midden een tot een gouden glans gepolijst en opgepoetst ei. De ruwe eieren en die ene spiegelgladde vorm oefenen een bijna voelbare spanning op elkaar uit, alsof ze op het punt staan zich in een oerknal te verenigen.

Met deze expositie wordt in Diepenheim een nieuw cultureel centrum ingewijd. Het staat midden in dit Overijsselse dorp, een nogal opzienbarend gebouw met glaswanden en onverwachte wendingen van de architecten Henk de Leeuw en Harry ten Dam. Diepenheim heeft al jaren de zomertraditie van beelden in buitenopstelling in en rondom het dorp, die werd georganiseerd door de Stichting Beeld-en-route. Deze stichting is nu samengegaan met een vereniging die in het dorp een galerie exploiteerde. Zo ontstond de Kunstvereniging Diepenheim die het nieuwe centrum kon laten bouwen. Per jaar zullen er vier tentoonstellingen komen, een per seizoen, daarnaast zijn er lezingen en concerten.

De zalen, met een uitgekiende mengeling van kunst- en buitenlicht, worden op het ogenblik optimaal gebruikt voor de presentatie van Van Van Munster. Daaronder ook zijn combinaties van zwart granieten cilinders met tekeningen in kwik, in de gepolijste steen ligt dit beweeglijke metaal dan in uitsparingen. Het zwaar vloeibare, zilverglanzende kwik met zijn bol staande oppervlaktespiegel is een heel speciale uitingsvorm van dat zo moeilijk grijpbare begrip energie.