Israel sluit toegang tot bezette gebieden geheel af

TEL AVIV, 24 okt. De Israelische minister van defensie, Moshe Arens, heeft gisteravond gelast om Israel volledig van de bezette gebieden af te sluiten. Sinds vanmorgen is het Palestijnen uit de Westelijke Jordaan-oever en de Gaza-strook verboden naar hun werk in Israel te komen.

Palestijnse arbeiders die vaak in Israel overnachten, hebben opdracht gekregen om met spoed naar hun woonplaatsen terug te keren. Naar schatting 100.000 Palestijnen uit de bezette gebieden werken in Israel. Hun afwezigheid zal een verlammend effect hebben op de bouwnijverheid en de landbouw.

Deze drastische veiligheidsmaatregel zal enkele dagen van kracht zijn. Na topberaad met de opperbevelhebber, generaal Dan Shomron, nam Arens dit besluit om de hoog opgelopen spanning tussen joden en Palestijnen te verminderen.

De spanning liep gistermiddag verder op, toen in een werkplaats in Ashkelon een Palestijnse arbeider twee Israeliers met een zware hamer verwondingen aan de schedel toebracht. De Palestijn, die uit Gaza kwam, werd gearresteerd en verklaarde volgens radio Israel de aanslag te hebben uitgevoerd uit wraak voor het doodschieten van een vriend in de Gaza-strook door Israelische soldaten.

Eerder op de dag waren twee vrouwelijke soldaten door een Palestijn uit een dorp nabij Jenin met een mes aangevallen. Een van de vrouwen liep diepe verwondingen in de borststreek op en onderging een gecompliceerde operatie. De palestijn werd ter plekke door soldaten en burgers in elkaar geslagen en overleed later in een ziekenhuis.

Gistermiddag werd een Palestijn in een auto die op weg was van Israel naar de Gaza-strook nabij de grenspost Eres vanuit een passerende auto door hoogstwaarschijnlijk een joodse schutter doodgeschoten. Drie Palestijnen raakten gewond. Het nieuws over deze joodse wraakaktie verspreidde zich snel naar de Gaza-strook en leidde daar tot grote onlusten.

Minister Arens kwam gisteren met zijn staf tijdens een spoedbijeenkomst tot de conclusie dat de situatie zo ernstig is dat joden en Palestijnen moeten worden gescheiden om verder bloedvergieten te voorkomen. De huidige cyclus van geweld begon zondag in Jeruzalem, toen een Palestijn drie Israeliers vermoordde uit wraak voor het doodschieten van 21 Palestijnen bij de Al-Aqsa moskee in Oost-Jeruzalem op 8 oktober. Israelische veiligheidsmensen gaan ervan uit dat de ernstige incidenten van de afgelopen dagen duiden op een niewe fase in de Palestijnse volksopstand, de intifadah.

Vooral in rechtse kringen in de Israelische politiek wordt gepleit voor een zeer streng veiligheidsbeleid tegen de Palestijnen. Palestijnen op wie bij controles 'koude wapens' (messen, bajonetten, lange schroevendraaiers en dergelijke voorwerpen) worden aangetroffen, moeten onmiddellijk worden gearresteerd en volgens deze kringen zonder pardon met hun hele familie over de grens worden gezet.

Een rechtse parlementarier waarschuwde deze week in de Knesseth dat de Palestijnen met hun moordaanslagen op Israeliers 'zichzelf een transfer opleggen'.

Het afsluiten van de bezette gebieden van Israel, zoals ook gebruikelijk is op Grote Verzoendag, wordt door linkse politici begroet als het bewijs dat ook rechts moet erkennen dat de deling van 'Erets-Israel', het land van Israel, de enige uitweg is uit de zich naar een Ierse situatie ontwikkelende spanning tussen joden en Palestijnen. Dit thema is de afgelopen dagen uitgebreid in hoofdartikelen in de Israelische pers aangesneden.

Op verschillende plaatsen in Israel, onder andere bij Tel Aviv, werden naar Gaza terugkerende Palestijnse auto's met stenen bekogeld. De burgemeester van Jeruzalem, Teddy Kollek, zei gisteren dat de veiligheid in Jeruzalem slechts kan worden gegarandeerd als er vredesoverleg op gang komt.