Isolement

DE SLEUTELZIN in de betogen van F. W. de Klerk, president van de Unie van Zuid-Afrika, na aankomst in Nederland was: 'Ik ben hier niet gekomen met een lijstje met verzoeken aan de Nederlandse regering, maar met de brandende begeerte Zuid-Afrika uit het isolement te halen'. De betekenis van de politiek van de volkerengemeenschap tegenover de blanke supprematie in Zuid-Afrika had niet scherper onder woorden kunnen worden gebracht. Nog afgezien van de economische gevolgen, in de moderne wereld kan een samenleving het zich moreel en geestelijk niet veroorloven lange tijd buiten gesloten te zijn.

Een dergelijke constatering heeft ook een consequentie. Premier Lubbers bracht deze gisteravond aan het diner onder woorden met de aankondiging dat op het gebied van cultuur, onderwijs en andere specifieke terreinen betrekkingen zullen worden aangeknoopt. De Nederlandse regering is er van doordrongen dat iedere periode een eigen politiek vereist, iedere ontwikkeling een eigen antwoord. Het zou van intellectuele armoede getuigen als na de drastische veranderingen in Zuid-Afrika, met de vrijlating van Nelson Mandela als symbool maar ook als onmisbare stimulans, het pad van de volstrekte afwijzing zonder meer zou worden vervolgd. Daden moeten met daden worden vereffend. Mooie en hoopvolle woorden alleen volstaan niet.

Maar iedere nieuwe stap heeft ook zijn beperking. Lubbers noemde De Klerk, alsof hij vooral de Engelstalige Zuidafrikanen wilde aanspreken, 'the right man on the right spot'. De premier zal bij deze uitspraak een begrenzing in de tijd in gedachten hebben gehad. Want De Klerk kan slechts 'functioneel' zijn voor de overgang naar een toestand waarin de meerderheid de macht overneemt. Het is immers niet uit te vlakken dat al het eerbetoon waarmee het Zuidafrikaanse staatshoofd wordt ontvangen tegelijkertijd een potsierlijke indruk achterlaat. De man mag zijn persoonlijke verdiensten hebben, maar hij blijft de op zijn best paternalistische variant van een verwerpelijk regime. Een woordvoerder die het overgrote deel van het volk nog onmondig heeft gelaten.

NIEUWE OPENHEID tegenover Zuid-Afrika moet niet worden besproken in termen van beloning van dat deel van de blanke minderheid dat de staatsmacht in handen heeft. Het gaat erom het nieuwe Zuid-Afrika nu al tegemoet te treden, daarmee in gesprek te raken, intensiever dan totdusver mogelijk was. De problemen beperken zich niet tot de tegenstelling blank-zwart, maar vinden uitdrukking in pogingen tot tribale, sociale en economische emancipatie, desnoods ten koste van de concurrentie, zwart, gekleurd en blank. Daardoorheen lopen ideologische tegenstellingen, over de vraag hoe na de politieke macht de economische macht over de verschillende bevolkingsgroepen kan en moet worden verdeeld. Hier bestaan vraagstukken die het Zuid-Afrika van het moment niet alleen, laat staan in isolement, kan oplossen. De blanke minderheid heeft kans gezien de samenleving naar de rand van de afgrond te loodsen, zij mag niet in staat worden geacht haar daarvan op eigen kracht terug te voeren.

De Europese Gemeenschap studeert thans op een fasegewijze opheffing van de sancties tegen Zuid-Afrika. Zij zou er goed aan doen haar horizon een flink eind te verruimen. Het bezoek van De Klerk heeft de noodzaak daarvan onderstreept.