Haken en ogen met de koppelingen van de Koeweitcrisis; Aanspraak Turkije op grond Irak

Diplomaten in het Midden-Oosten kunnen hun voordeel doen met de volgende axioma's. -Wie beweert dat zijn optreden in de ene situatie degrondslag legt voor een nieuwe wereldorde moet erop rekenen dat zijn optreden in een andere situatie ook naar dat criterium zal worden beoordeeld.

-Wie een bondgenootschap aangaat met Arabische staten moet beseffen dat de hechtheid van dat bondgenootschap wordt beinvloed door zijn houding tegenover ontwikkelingen in het Arabisch-Israelische conflict.

-Wie zegt dat een oplossing van de Arabisch-Israelische kwestie de hoogste prioriteit krijgt zodra Irak zich uit Koeweit heeft teruggetrokken, ontkent niet de 'koppeling' tussen beide kwesties, maar bevestigt deze. Hij geeft Irak de gelegenheid zijn inval in Koeweit te rechtvaardigen omdat het daarmee de wereld heeft gedwongen hogere prioriteit toe te kennen aan de Palestijnse kwestie en Israel mogelijk meer reden geeft een vreedzame oplossing van de Golfcrisis te vrezen dan toe te juichen.

-Hieruit volgt dat hij die nu een bondgenootschap met de Arabische staten tegen Irak bijeen wil houden, nu ook de Arabisch-Israelische kwestie moet oplossen.

-Het Arabisch-Israelische conflict is niet het enige in deze regio dat zich leent voor een in veel gevallen ongelegen koppeling aan de Golfcrisis.

Voldongen feiten

Ook de Grieks-Cyprioten hebben hun oren gespitst bij al dat gepraat over onaanvaardbare voldongen feiten en over de uitvoering van de resoluties van de Veiligheidsraad. Wat jammer dat Turkije nu net de bezettende macht is op Noord-Cyprus, en dat de medewerking van dat land aan de uitvoering van de resoluties tegen Irak niet kan worden gemist.

Natuurlijk zullen Turken, net als Israeliers, verontwaardigd antwoorden dat beide kwesties niets met elkaar uitstaande hebben. En inderdaad hebben zowel Turken als Israeliers betere juridische en ethische argumenten dan Irak, ter verdediging van hun respectieve bezettingen. Maar heeft dat wel zoveel te betekenen?

Israel houdt de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de hoogten van Golan bezet in een oorlog die als defensief mag worden bestempeld. Het is de vraag of die bezetting drieentwintig jaar later nog altijd te rechtvaardigen is, nu alle betrokken Arabische partijen zich bereid hebben getoond vrede te sluiten en, of de bezetting niet in strijd moet worden geacht met de verschillende resoluties van de Veiligheidsraad, zoals met Resolutie 242. Het is duidelijk dat de annexatie van Oost-Jeruzalem en Golan, Israels weigering deel te nemen aan een internationale conferentie over de kwestie, en de eis van Jeruzalem om invloed te hebben op de samenstelling van iedere Arabische of Palestijnse onderhandelingsdelegatie, daarmee niet te rijmen zijn.

Ook Turkije had krachtens het Garantieverdrag het recht om op Cyprus 'op te treden', maar 'met als enige doel het herstel van de toestand zoals door dat verdrag in het leven geroepen', namelijk de onafhankelijkheid, integriteit en veiligheid van de Republiek Cyprus en eerbiediging van haar uit 1960 daterende grondwet. Optreden deed Turkije, maar zeker niet met het gevolg dat die toestand werd hersteld. Tal van resoluties waarin de Veiligheidsraad terugtrekking van alle buitenlandse strijdkrachten eiste, zijn genegeerd. En thans, zestien jaar later, handhaven de Turkse troepen er nog steeds een 'Turkse Republiek van Noord-Cyprus' die aanspraak maakt op volledige onafhankelijkheid.

Koerden

Dan zijn er de Koerden. In hun geval heeft de koppeling een geheel andere aard. Voordat Saddam Hussein Koeweit binnenviel waren hoofdzakelijk de Koerden van Irak slachtoffer van zijn politiek. Bovendien hadden zij hem binnenslands de meeste problemen bezorgd. Het zou daarom voor de hand liggen dat zij de VN in de campagne tegen Saddam zouden steunen. Maar de Koerden worden door de VN niet erkend en zij worden door Washington weliswaar vriendelijk ontvangen door de voorzitter van de vaste senaatscommissie voor buitenlandse zaken, senator Claiborne Pell met de nek aangekeken. Toen ik onlangs in Washington de reden hiervoor vroeg, kreeg ik een woord ten antwoord: 'Turkije'.

De Turken schijnen doodsbang te zijn dat iedere vorm van steun voor de politieke aspiraties van de Koerden in Irak, ook al beperken die zich vooralsnog tot reele autonomie in een democratisch Irak, repercussies aan de Turkse kant van de grens zou uitlokken, waar een veel talrijker Koerdisch-sprekende bevolking woont.

Zuidoost-Turkije is al sinds jaar en dag het toneel van een guerilla tussen het Turkse leger en Koerdische separatisten. Sinds 1978 is in het gebied de noodtoestand van kracht, maar een militaire oplossing lijkt voorlopig niet in zicht. Journalisten en politici in Ankara beginnen serieus te pleiten voor een politieke oplossing die erop gericht is een wig te drijven tussen de grote massa van de Koerden en de separatisten. Bijvoorbeeld door hun behalve economische ontwikkelingshulp (hetgeen allang het officiele beleid is) weliswaar geen bestuurlijke autonomie te bieden, maar dan toch wel enige culturele rechten bijvoorbeeld het recht op onderwijs, kranten en literatuur in hun eigen taal.

Tot op heden verzetten de Turkse strijdkrachten, en kennelijk de regering, zich tegen deze gedachtengang. Het officiele standpunt luidt dat Turkije een multiraciale staat is die wordt bijeengehouden door een homogene Turkse cultuur. Iedere beweging die de Turkse bevolking tracht te verdelen op ethnische of taalkundige gronden is bij de grondwet verboden. Maar langzamerhand wordt dit standpunt onhoudbaar. Groeiende aantallen geschoolde Koerden zijn zich ervan bewust dat zij in cultureel opzicht verschillen van de Turken, omdat Turks niet hun moedertaal is. Hieruit vloeit niet noodzakelijkerwijs politiek separatisme voort, tenzij de Turkse staat de Koerdische cultuur blijft onderdrukken.

Troef

In de confrontatie met Saddam Hussein zouden de Turken er wellicht slimmer aan doen 'de Koerdische troef uit te spelen' en Turkije uit te roepen tot een 'bi-nationale' staat van Turken en Koerden. Dat zou stroken met de feiten en bovendien enige historische legitimiteit hebben. Het oorspronkelijke manifest van het Turks nationalisme, later bekend geworden als Nationaal Pact, werd in 1919 aangenomen door een congres van gedelegeerden uit de oostelijke provincies van Anatolie, waar de Koerden de Turken veelal in aantal overtroffen.

Het document noemde Turkije of de Turken niet met name, maar sprak van 'gebieden bewoond door een Ottomaanse islamitische meerderheid, verenigd door godsdienst, ras en doelstelling'. Het eiste zelfbeschikkingsrecht voor de Arabische gedeelten van het Ottomaanse rijk op, maar stelde met klem dat alle andere regionen die door een islamitische meerderheid werden bewoond, een ongedeeld geheel dienden te blijven. De nationalistische leider Mustafa Kemal (de latere Ataturk) beloofde destijds dat Koerden en Turken dezelfde rechten zouden krijgen.

Het was algemeen aanvaard dat het gebied waarop het Nationaal Pact betrekking had ook de provincie Mosoel omvatte, waar tezamen veel meer Koerden en Turken woonden dan Arabieren. Maar die provincie waarvan inmiddels bekend was dat het belangrijke olievoorraden bezat, werd door toedoen van de Britten ingedeeld bij het nieuwe koninkrijk Irak, dat zij hadden gesticht voor hun protege Faisal (de zoon van sjarif Hussein van Mekka), na diens verdrijving uit Damascus door de Fransen.

Irak zou worden geregeerd onder Brits mandaat, en het ging de Britten erom de Iraakse grenzen zo ruim mogelijk te bemeten. H. R. P. Dickson, die in 1922 in al-Uqair de conferentie had bijgewoond waar Sir Percy Cox de grenzen van Irak, Koeweit en Najd (het latere Saoedi-Arabie) vaststelde, heeft het volgende verslag nagelaten: 'Sir Percy nam een rood potlood en tekende zeer zorgvuldig op de kaart van Arabie een grens in, van de Perzische Golf naar Djebel 'Anaizan nabij de Transjordaanse grens. Daarmee gaf hij Irak een groot deel van het gebied waarop Najd aanspraak maakte. Uiteraard om Ibn Saoed tegemoet te komen beroofde hij Koeweit zonder pardon van bijna tweederde van zijn territorium, dat hij aan Najd gaf.'

Er is dus nog een derde vorm van 'koppeling' die Saddam Hussein, die nu op Faisals troon zit, misschien eens in overweging zou moeten nemen. Als de door het Britse imperialisme opgelegde grenzen ter discussie worden gesteld, en dat stelt hij voor, dan kunnen zowel Saoedi-Arabie als Turkije aanspraak maken op grote, waardevolle delen van het Iraakse grondgebied.