DON QUICHOTTE VAN DE PERESTROJKA; Of de strijd van eenkolchozdirecteur tegen de waanzin van de planeconomie

Kolchoz-directeur Magomed Tsjartajev is een van die Don Quichottes die in de Sovjet-Unie al voor de perestrojka de strijd hebben aangebonden met de waanzin van de centraal geleide planeconomie. Tien jaar worstelde hij met desinteresse, luiheid, spil- en drankzucht. Zes jaar geleden had hij er genoeg van, hij maakte de boeren tot mede-eigenaars van de kolchoz. Resultaat: de produktie is vertienvoudigd en de kolchoz is uit de rode cijfers.

Een baal hooi met twee kromme beentjes eronder wandelt de berg af, naar Sjoekty, een bergdorp in Noord-Dagestan. De beentjes horen bij een oud vrouwtje, want in Sjoekty wordt het hooi alleen door oude vrouwtjes naar beneden gedragen. In de zomer maaien en hooien de mannen of hoeden ze de schapen van de kolchoz 'Ordzjonikidze', de enige werkgever van het dorp. De stallen en weidegronden liggen driehonderd kilometer verderop, in de vlakte bij Machatsjkala, de hoofdstad van Dagestan. Veel van de kolchozboeren wonen daar in tijdelijke onderkomens, ver van hun geboortedorp. In Sjoekty wonen voornamelijk kinderen en bejaarden, en de directeur van de kolchoz, de 48-jarige Magomed Tsjartajev, voor wie in bepaalde kolchozkringen snuivend de neus wordt opgehaald.

Tsjartajev behoort tot een van die Don Quichottes die in de Sovjet-Unie al voor de perestrojka de strijd hebben aangebonden met de waanzin van de centraal geleide planeconomie. Sommigen van die Don Quichottes is het slecht vergaan in de Brezjnevtijd, zoals kolchozdirecteur Ivan Choedenko, die zijn eigenzinnigheid beloond zag met een verblijf in de gevangenis waar hij is gestorven. Anderen hebben beter geboerd, zoals Vasili Starodoebtsev uit Jaroslavl, wiens gevecht met de autoriteiten met succes is bekroond maar die zich inmiddels als voorzitter van de Boerenunie heeft ontpopt als een fervent pleitbezorger van een sterk kolchozsysteem.

Tsjartajev, die in 1942 in Sjoekty werd geboren, deed het op zijn manier. Na het landbouwinstituut van Machatsjkala te hebben doorlopen, werkte hij als agronoom op de kolchoz. In 1974 werd hij tot voorzitter gekozen, nadat zijn voorganger was veroordeeld wegens het illegaal verpachten van stukjes grond aan de boeren. Tien jaar worstelde de jonge Tsjartajev met de feilen van het kolchoz-systeem: desinteresse, luiheid, spil- en drankzucht en ongerijmde beslissingen van hogerhand. De kolchoz leed verlies en Tsjartajev schaamde zich. Om de kolchozniki 's ochtends te bewegen op te staan en het land op te gaan, vertelt hij, moest hij ten slotte eerst een krat wodka laten aanrukken, waarna de boeren op het veld onmiddellijk een schaap slachtten en zich de sjaslyk goed lieten smaken.

Pistool en dolk

Zes jaar geleden had hij er genoeg van. Hij riep zijn kolchozniki bij elkaar en legde de verbouwereerde boeren uit dat zij voortaan mede-eigenaars van de kolchoz waren. De kolchoz werd getransformeerd tot een aandeelhoudersvereniging en wie het niet aanstond, kon zijn biezen pakken. Hoe hij zo vrijelijk over eigendom kon beschikken dat van de staat was? Met het pistool in de ene en de dolk in de andere hand, lacht Tsjartajev, die aan zijn gevecht overigens menige grijze haar heeft overgehouden.

Dagestan is een kleine 'autonome Sovjet-republiek' die staatkundig bij de Russische federatie hoort. Autonome republieken hebben minder zelfstandigheid dan de Unierepublieken maar wel een eigen staatsvorm en een eigen parlement. In Dagestan, qua oppervlakte iets groter dan Nederland, wonen 33 verschillende bergvolken met 33 verschillende talen. Darginen, Avaren, Lakten, Koemyken, Lezginen, elk dal heeft zijn eigen volk. Sjoekty is een Dargiens dorp, vijf kilometer verderop ligt een dorp waar Lakten wonen. Onderling communiceren de dorpen in het Russisch. In deze vrijgevochten bergen huisde de Kaukasische opstandelingenleider Sjamil die in de vorige eeuw de tsaristische kolonisatoren van de Kaukasus belaagde.

Sjoekty bestaat zeker zes- a zevenhonderd jaar, getuige de stokoude grafzerken op het islamitische kerkhof naast het huis van Tsjartajev. De bolsjewieken zijn er aanzienlijk beter in geslaagd de Kaukasus te onderwerpen dan de Russische tsaren die de zaken in de bergen meestal op hun beloop lieten. De kolchoz Ordzjonikidze is in 1936 opgericht, na de collectivisatie van de landbouw. Grootgrondbezit bestond niet in de Kaukasus, er was een vrije vorm van collectivisme, vertelt Tsjartajev. 'Ieder had een stukje eigen grond. Het maaiveld en de weidelanden waren gemeenschappelijk. Men spreekt nu steeds over verkoop van de grond aan de boeren. Dat is misdadig. De grond is geen eigendom van de staat. Hoe kun je iets verkopen dat niet van jezelf is?'

Al op het landbouwinstituut had Tsjartajev ruzie met zijn leraren over het kolchozsysteem, dat op dwangarbeid is gebaseerd. 'Eerst werkte het systeem op angst, mensen werden om het minste of geringste in het gevang gegooid. Toen de repressie afnam, nam ook de discipline af en het gevolg was grootscheepse verspilling.' De boeren lieten het veevoer verrotten, de machines wegroesten, de zaaitijd verstrijken en de melk verzuren: voor hun loon maakte het immers toch niets uit en elke rationaliteit werd gedood door irrationele directieven van bovenaf die alleen maar gericht waren op verhoging van de plancijfers. Men werkte niet met geld maar met toewijzing van alles wat voor de produktie noodzakelijk was. Tsjartajev begreep dat er maar een redmiddel was: een normaal kosten-en-batensysteem. De boeren kopen nu alles van de kolchoz, tot de laatste spijker toe, en verkopen hun produkten voor harde roebels aan de kolchoz, tegen staatsprijs. Zo bepaalt iedereen zelf de hoogte van zijn inkomen en al gauw blijkt dat de boerenzuinigheid in de Kaukasische agrariers allerminst is gedood. De produktie is vertienvoudigd en de kolchoz is uit de rode cijfers.

Demonteren

'In mijn systeem voert niemand het bevel en werkt iedereen', zegt Tsjartajev die er de oplossing in ziet voor de zieltogende Sovjet-landbouw. 'Het communisme zal niet uit zichzelf ineenstorten, je moet het ofwel met geweld om zeep brengen ofwel zichzelf van binnenuit laten vernietigen', aldus Tsjartajev, zelf overigens partijlid. 'Wat wij in feite gedaan hebben is de kolchoz ontmantelen maar hem wel als startplaats gebruiken voor een nieuwe vorm van collectieve arbeid. Niks is eenvoudiger dan het kolchozsysteem gewoon demonteren, maar dat kan ons land niet aan. De landbouwproduktie zal tot eenvijfde afnemen en dat wordt een regelrechte ramp. Bedenkt u wel: ons hele land is een grote wapenopslagplaats. Een lege maag in combinatie met het bezit van raketten is een verschrikkelijk ding.'

De aandeelhoudersvereniging van Tsjartajev heeft wel een aantal principes van de cooperatie gehandhaafd. Volgens afspraak staan de kolchozniki de helft van hun verdiende loon af voor de betaling van gemeenschappelijke kosten. Voor de diensten van de veearts, de monteur of de elektricien moet de boer zelf betalen, ook dit is ingegeven door zuinigheidsoverwegingen. Tsjartajev heeft zijn boekhouder zelfs een berekening laten maken hoeveel elke boer sinds de oprichting van de kolchoz aan het bestaande kapitaal heeft bijgedragen en die bijdrage wordt verrekend in het aandeel van de persoon in kwestie. Een melkster heeft nu een basissalaris van ongeveer 400 a 500 roebel maar kan dit met harder werken makkelijk tot 1000 roebel per maand opschroeven.

Tsjartajevs bedrijf raakte uit de rode cijfers maar, zoals te verwachten viel, in Dagestan was men daar niet gelukkig mee. In de Sovjet-Unie houdt men niet van mensen die het goede voorbeeld geven, zeker niet als dat zou kunnen betekenen dat de anderen hun vastgeroeste levenswijze en hun zetel moeten opgeven. 'De autoriteiten hebben me van meet af aan de oorlog verklaard. De ene controlecommissie na de andere werd op me afgestuurd in de hoop dat men op financiele onregelmatigheden zou stuiten. Ik werd continu op het matje geroepen, maar ze hebben niks kunnen vinden, anders hadden ze me al lang laten opsluiten', aldus Tsjartajev. 'Het zijn mensen als de secretaris van het provinciale partijcomite die me de voet dwars zetten, zij die zonder enig gevoel voor verantwoordelijkheid de baas spelen over het volk. Het is een kenmerk van een totalitair regime dat men onbeperkt kan beschikken over financiele middelen. In mijn systeem komt daar een einde aan. Zelfs voor bureaucraten zijn er geen vaste salarissen: ieder krijgt loon naar werken. En dus gaf men het bevel me geen brandstof meer toe te wijzen, geen bouwmaterialen meer, en werd het jaarplan continu verhoogd. Maar wij bleven winst maken'.

Witte Wolga

In Tsjartajevs kolchoz is de directie opgeheven. De leiding bestaat uit zes man, hijzelf is tot voorzitter van de aandeelhoudersvereniging gekozen. Vorig jaar heeft hij in totaal 7.200 roebel verdiend, ofwel 500 roebel per maand. Dat had makkelijk meer kunnen zijn, maar hij zegt voor alle diensten zelf te betalen, bij voorbeeld voor zijn witte Wolga, die zeer te lijden heeft onder het ontbreken van verharde wegen in de bergen. Tsjartajev leeft overigens niet slecht. Zijn ruime huis biedt voortdurend onderdak aan gasten en leden van de talrijke familie en is rijk gestoffeerd met geimporteerde meubels en tapijten. De Kaukasische gastvrijheid gebiedt ons 's ochtends plaatselijke cognac te drinken en boterhammen te verorberen die belegd zijn met een centimeter dikke laag kaviaar uit de Kaspische Zee.

Toen Tsjartajev geen gehoor vond in Dagestan, zocht hij het hogerop. In Moskou wordt welwillend naar zijn verhaal geluisterd - hij heeft meermalen de gelegenheid gekregen zijn systeem aan Gorbatsjov persoonlijk uit te leggen - maar tot zijn teleurstelling blijft het daarbij. Actieve steun krijgt hij niet. Steun vindt hij tot nu toe slechts in de pers, die al menig artikel aan hem heeft gewijd. Begrip vond hij ook bij ... ex-Politburolid Jegor Ligatsjov in zijn nadagen, en dat is minder onwaarschijnlijk dan het lijkt, want deze zag er waarschijnlijk de laatste redding in voor het kolchozsysteem dat hij zijn hele leven te vuur en te zwaard heeft verdedigd.

Er zijn inmiddels in het hele land kolchozen die de methode-Tsjartajev hebben omhelsd. Een constante stroom van delegaties komt naar Sjoekty om zich de voor- en nadelen van de methode te laten uitleggen. Tijdens ons bezoek arriveerde een delegatie van Russische kolchozboeren uit Kabardino-Balkarie, eveneens in de Noord-Kaukasus. Deze week is er in Moskou een conferentie gewijd aan Tsjartajevs plan ter redding van de landbouw.

Gekooide tijger

Volgens Tsjartajev zijn er in de Sovjet-Unie geen goede economen. Parlementslid Vladimir Tichonov, directeur van de landbouwacademie, ijvert voor onmiddellijke ontmanteling van het kolchozsysteem. Vasili Starodoebtsev, voorzitter van de Boerenunie en directeur van een rijke en machtige kolchoz in Rusland, wil het oude systeem koste wat kost handhaven. Waarom die onverzoenlijke uitersten, vraagt Tsjartajev zich af. 'De mensen dwingen weer boer te worden is net zo absurd als doorgaan met de miljardensubsidies ter ondersteuning van de kolchozen en sovchozen, waarvan het merendeel alleen van die subsidies kan bestaan.' Tsjartajev pleit voor 'vreedzame onteigening' van de kolchozen die volgens de officiele ideologie immers altijd al 'volksbezit' zijn geweest. Wanneer de kolchozboeren mede-eigenaar worden van de kolchoz sla je twee vliegen in een klap: het kolchozsysteem hoeft niet met geweld ontmanteld te worden, maar de boer gaat voortaan wel economisch te werk.

In Sjoekty is men er nog niet gerust op. De agronoom prijst Tsjartajev, maar is somber gestemd over de toekomst: de tegenwerking blijft enorm, en de algehele economische situatie in het land wordt er ook niet beter op. Hij bouwt al jaren aan zijn huis, maar waar haal je het bouwmateriaal vandaan? Vroeger kreeg de kolchoz dat toegewezen van hogerhand, maar sinds Tsjartajev zijn model heeft doorgevoerd is dat ook afgelopen.

Tsjartajev zelf kan er razend om worden. Als een gekooide tijger loopt hij door de keuken, terwijl zijn vrouw Fatima het zoveelste bord schapenvlees opschept. Volgens islamitisch gebruik eet de vrouw niet mee aan tafel, een gebruik waarop voor mij een uitzondering wordt gemaakt. Tsjartajev maakt zich ook voortdurend kwaad op Gorbatsjov, die de perestrojka geheel ten onrechte is begonnen met politieke hervormingen. Het gevolg is dat het hele land praktisch onbestuurbaar is geworden, zegt Tsjartajev, en hij wijst opnieuw op het gevaar van wapens in de handen van onrijpe politici. Hij ziet dan ook maar een scenario voor de toekomst: een grijze dictator wacht al in de coulissen.

In Dagestan is het wonderlijk genoeg nog rustig. De 33 volkjes zijn kennelijk ieder op zich te weinig talrijk om elkaar met reden in de haren te kunnen vliegen. In het schooltje in Sjoekty gaan de meeste lessen in het Dargiens. Alleen de verbuiging van 'brigadir' of 'kolchoz' (kolchozlis) en het Russische alfabet geven de westerling enig houvast. Maar de wanhoop van de Dargiense Pietje Bell die zijn scheikundeles niet geleerd heeft en voor het bord van de ene op de andere voet staat te wippen, doet de scheidslijn tussen de volkeren onmiddellijk in het niets oplossen.

    • Laura Starink