De Klerk: nadruk ligt op de vorming van een grondwet

DEN HAAG, 24 okt. 'Ik zal onder elke president dienen die wordt gekozen onder de nieuwe grondwet', zei Zuid-Afrika's president F. W. de Klerk gistermiddag. Met brede armgebaren en een lange stilte gaf hij zijn woorden nadruk. Maar een echt antwoord gegeven had hij eigenlijk niet op de vraag van de Engelstalige zwarte journalist of hij zichzelf als minister zou kunnen voorstellen onder president Nelson Mandela. De persconferentie in de Rolzaal op het Binnenhof liep ten einde, zodat De Klerk niet gevraagd kon worden wat hij nu precies bedoelde.

Een van de redenen waarom blank en zwart er nog niet verder dan tot 'talks about talks' zijn gekomen, vindt zijn oorzaak in onenigheid over de wijze waarop de nieuwe grondwet door de bevolking moet worden gesanctioneerd. 'Deze grondwet moet op gerechtigheid stoelen en geheel vrij zijn van raciale classificaties en voorrechten', zegt de Zuidafrikaanse president. In een gesprek met journalisten vanmorgen zei hij erbij: de blanke overheersing mag niet worden gevolgd door een overheersing van een met het Afrikaanse Nationale Congres verbonden zwarte groepering.

Hoofdpersoon

'Meneer Mandela wil samen met mij de hoofdpersoon zijn. Hij wil Zuid-Afrika in blank en zwart indelen, waarbij het ANC de enige vertegenwoordiging van de zwarten is en daarmee dus ook de machtigste partij', zegt de president. Consequent daarmee is dat het ANC eerst een soort parlement wil kiezen, dat als constituerende vergadering de grondwet opstelt.

De Klerk en zijn Nationale Partij willen daarentegen beginnen met vertegenwoordigers van alle groeperingen te onderhandelen over een grondwet, die vervolgens per referendum wordt voorgelegd aan de diverse groeperingen. 'Elke groep moet er in meerderheid voor zijn. Pas daarna kan er op basis van deze grondwet een nieuw parlement worden gekozen', zei De Klerk vanmorgen. 'In die grondwet zullen de rechten van minderheidsgroepen gewaarborgd moeten zijn anders kunnen wij hem niet aanvaarden.'

Ommekeer

Riekt dat niet naar handhaving van blanke rechten, zo werd hem gevraagd. Het antwoord luidde 'nee'. 'Ik had van mijn partij geen mandaat gekregen om deze vergaande verandering van onze maatschappij te voltrekken als ik niet had beloofd het resultaat in de vorm van een nieuwe grondwet eerst aan hen voor te leggen. Bovendien worden minderheidsgroepen niet meer naar ras of huidskleur gerangschikt, maar naar interesses.'

De ommekeer in zijn denken en in dat van zijn partij ontstond, zegt hij steeds opnieuw, doordat het systeem 'onwerkbaar' werd. Heeft dan geen rol gespeeld dat het apartheidssysteem immoreel was, zo wordt hem gevraagd. Hij aarzelt. 'Ons ideaal was om van Zuid-Afrika een klein Europa te maken, met allemaal verschillende staten en staatjes. Maar de onderlinge onrechtvaardigheid waar dit in de praktijk toe leidde, maakte dat streven onwerkbaar, onuitvoerbaar.'

Niet wat was, maar wat is en zal komen, daar wil De Klerk over praten. Naar buiten toe zwijgt hij om tactische redenen over de sancties, naar binnen veroordeelt hij ze als een 'beoordelingsfout' door de westerse landen. Zij richtten deze sancties in om het apartheidsysteem op te ruimen. Nu dat wordt opgeruimd, maken ze zich afhankelijk van het ANC, dat de oude sancties gebruikt om steeds weer nieuwe eisen te stellen, aldus De Klerk.