Couppoging illustreert zwakte Endara

LIMA, 24 okt. De wittebroodsweken van Panama's gezette president Guillermo Endara ('het dikkerdje'), na zijn onlangs gesloten huwelijk met een 30 jaar jongere studente, zijn van korte duur geweest. Het waren eerder dagen dan weken, nog voorafgegaan door een korte hongerstaking uit 'solidariteit met de armen in Panama', die volgens de volksmond eerder was bedoeld om voor de huwelijksnacht de nodige kilo's te verliezen.

Van politieke wittebroodsweken is geen sprake geweest voor Endara, die in de nacht van de Amerikaanse invasie op 20 december vorig jaar samen met zijn twee vice-presidenten op een legerbasis van de Verenigde Staten werd beedigd. Endara is nu tien maanden president van Panama en overleefde vorige week de eerste althans, de eerste publiekelijk toegegeven couppoging tegen zijn regering. Het Britse dagblad The Independent meldt bovendien vandaag dat een Panamese bank die gedeeltelijk in handen is van Endara, betrokken is bij het witwassen van drugsgeld. Endara's positie zal er bepaald niet sterker door worden.

Couppoging

De schaarse feiten over de couppoging van vorige week willen dat een onderdeel van de Fuerza Publica (FP, de strijdkrachten die de eenheden van ex-dictator generaal Noriega hebben vervangen) in de provincie Chiriqui een complot tegen de regering-Endara is gesmeed. Prompt werden vier vermeende samenzweerders gearresteerd.

De belangrijkste arrestant is kapitein Francisco Herrera van de FP, broer van kolonel Eduardo Herrera, de in augustus met pensioen gestuurde chef van de nieuwe ordetroepen van Panama. Op Eduardo Herrera's benoeming door Endara was destijds felle kritiek geuit omdat hij eerder deel uitmaakte van Noriega's strijdkrachten. Volgens waarnemers van regeringszijde gaf Eduardo Herrera leiding aan het complot dat tot doel had vanuit de provincie Chiriqui de rest van Panama te veroveren.

Dinsdag rapporteerde de openbare aanklager van Chiriqui, Emilio de Leon, aan de regering dat een ondergrondse groep, de Beweging 20 december (M-20), in Chiriqui guerrillastrijders opleidt. De 225 recruten zouden zijn verdeeld over drie kampen en vanuit Costa Rica worden bevoorraad.

Verder voedsel voor de geruchten over een coup bieden de berichten uit de VS als zou de in Miami gevangen zittende Noriega, gebruik makend van zijn recht om te bellen met zijn advocaat, uit zijn cel de 'destabilisatie' van Panama hebben voorbereid. Dit zou zijn gebleken uit door de Amerikaanse justitie afgeluisterde telefoongesprekken tussen Noriega en diens advocaat, Frank Rubino. Noriega is nog steeds in afwachting van zijn proces in Florida wegens drugssmokkel en het witwassen van drugsgelden voor het Medellin-kartel een proces dat maar niet van de grond wil komen.

Ogenschijnlijk klopt de theorie over de Noriega-Herrera-connectie aardig. De Panamese provincie Chiriqui was de machtsbasis van Noriega, waar hij als hoofd van de inlichtingendienst onder de toenmalige Panamese leider Omar Torrijos werkte. Ten tijde van de Amerikaanse invasie werd gevreesd dat de troepen van de VS de meeste weerstand in die provincie zouden ondervinden. Zoals bekend was de weerstand minimaal, ook in Chiriqui. De banden tussen Eduardo Herrera en Noriega waren en zijn een gegeven, ook voor de regering-Endara die Herrera in januari zijn nieuwe functie gaf.

Welvaart

De poging tot de staatsgreep in Panama, of beter gezegd: de berichten daaromtrent, lijken een reflectie te zijn van de toenemende politieke problemen van de regering-Endara. Hoewel Endara en zijn vice-presidenten Ricardo Arias Calderon en Guillermo Ford met hun ADOC-coalitie de zekere winnaars waren van de door Noriega gefrustreerde verkiezingen vorig jaar mei, is het momenteel twijfelachtig of de regering nog de steun heeft van een meerderheid van de bevolking.

Tien maanden na de invasie merken de Panamezen nog dagelijks de gevolgen van het gewelddadige Amerikaanse ingrijpen. Als de uitgebrande volkswijk El Chorillo niet duidelijk genoeg is dan dienen de Amerikaanse militaire patrouilles wel als herinnering aan wie werkelijk de baas is in Panama.

Wat Endara vooral wordt verweten, is dat hij ondanks zijn Amerikaanse beschermheren niet de instant-welvaart naar Panama heeft weten te brengen die velen na de invasie hadden verwacht. Van de bijna 20.000 uit hun krotten gebombardeerde inwoners van El Chorillo wachten er nog steeds 3.000 op hun verhuizing uit een door de Amerikanen ingericht tentenkamp.

In toenemende mate wordt weer gesproken over de scheiding tussen het volk en de rabiblancos, de spottend 'witstaarten' genoemde zakelijke elite van Panama wier vertegenwoordigers vice-president 'Billy' Ford voorop nu aan de macht zijn in het land. In toenemende mate wordt weer met enige heimwee gesproken over de uit het volk afkomstige Noriega, weliswaar 'een klootzak, maar wel onze klootzak'.

Ook Panamese zakenlieden zijn ontevreden. Hun winkels en bedrijven zijn in de nasleep van de invasie op grote schaal geplunderd, eerst door leden van Noriega's 'Bataljons van de Waardigheid' en vervolgens de gegoede burgerij. Een aantal van ondernemers heeft de VS aangeklaagd bij een rechtbank in New York wegens het ontbreken van afdoende bescherming tijdens de chaotische oorlogsdagen in december.

Schadevergoeding

Op haar beurt eiste de nieuwe Panamese regering eerder deze maand van oud-dictator Noriega de betaling van 5 miljard dollar schadevergoeding. Minister van justitie Rogelio Cruz noemde in de regeringskrant La Prensa de oorlogsschade 'een direct gevolg van de door Noriega en zijn trawanten veroorzaakte plunderingen'. Het gerechtelijk papier is echter geduldig, de Panamezen zijn dat allerminst.

Na berichten over terroristische aanslagen op Amerikanen in Panama, protestdemonstraties tegen de economische politiek van de regering en het vermeende complot is het voor veel Panamezen duidelijk dat de Amerikaanse invasie een dictatoriaal regime heeft vervangen door een regering zonder ruggegraat en zonder de werkelijke steun van de 62,5 procent van de bevolking waarop Endara en de zijnen zeggen te kunnen rekenen.

In de, zo typerend voor Panama, aanzwellende geruchtenstroom is ook het bericht interessant dat onlangs wapens zijn verdwenen uit het arsenaal van de Amerikaanse marinebasis Rodman aan het Panama-kanaal. Hoewel het officiele standpunt van het Amerikaanse Southern Command in Panama is dat de zaak nog wordt onderzocht, zien waarnemers in deze affaire een aanwijzing dat de VS niet geheel onwelwillend staan tegenover een nieuwe verandering van de macht in Panama. In die optiek zijn het niet alleen de Panamezen die na tien maanden zwaar teleurgesteld zijn in de regering van 'dikkertje' Endara.