Burgeroorlog en zo

'Volgend jaar loopt Gorbatsjov vast dat plan van hem is volstrekt vaag. Dan breekt bij ons de anarchie uit. Misschien grijpt een nieuwe Bonaparte de macht. Gorbatsjov zal vervolgens het leger inzetten. Dat leidt tot verdere anarchie. Het is van belang dat u weet wat dat betekent. Burgeroorlog. Dat is bij ons altijd de manier geweest om conflicten op te lossen.'

Zij spreekt na de lunch in het provinciehuis van South Glamorgan, Wales, terwijl de gasten hun apple and rubarb crumble wegprikken. Een slanke Russin van ergens in de dertig, gestoken in onmodieus zwart en goedkope, gevlochten schoenen. Daarboven fletse krulletjes, priemende ogen en blosjes op de wangen. Het valt Lilia Sjevtsova, hoogleraar aan het Moskouse Instituut voor economie en internationale studies, niet licht de ondergang van haar land te voorspellen.

Kameraad Thomas Kolesnitsjenko, politiek commentator van de Pravda, naar zijn zeggen 'het meest conservatieve dagblad ter wereld', kent het doemscenario. Hij antwoordt op de nieuwe vrijmoedigheid in een stijl die hem in de loop der jaren vertrouwd moet zijn geraakt: 'Jullie van de oppositie moeten de militaire haviken niet provoceren. En ook het nationalisme niet aanwakkeren. Wat wij vooral nodig hebben is orde. Het zou me niet verbazen als Gorbatsjov enige militaire macht zou gebruiken om dat te bereiken.'

En zich richtend tot de aanwezige Westeuropeanen: 'Degeen die het best heeft begrepen dat wij eerst politieke steun nodig hebben van het Westen, is premier Thatcher geweest. Ik wil hier geen reclame maken voor mevrouw Thatcher, ik ben socialist. Het is heel gevaarlijk wat ik hier in de krant lees, dat de NAVO weer plannen maakt waarin de Sovjet-Unie als het grote gevaar wordt afgeschilderd. Jullie kweken rozen op het graf van de Koude oorlog, maar de doorntjes zouden wel eens scherp kunnen zijn. Stel dat de militairen een greep naar de macht zouden doen, wat gebeurt er dan met de vrije landen in Centraal-Europa? Dan krijg je weer een koude oorlog, of een hete.'

De universiteit van Wales is de onwaarschijnlijke aanstichter van dit debat over de op handen zijnde burgeroorlog. Wat bedoeld was als een poging om meer samenwerking te smeden in de berichtgeving over het dynamisch samengegroeide Europa van na 1992, loopt ten gevolge van de historische dynamiek van Cardiff tot Kamtsjatka uit op een Oosteuropese landdag, met Esten, Polen, Duitsers, Tsjechen, Hongaren en Oekrainers, die de bui zien hangen.

Een van hen is Michael Zantovsky, een melancholiek dromende kettingroker. Hij is woordvoerder en vertrouweling van president Havel van Tsjechoslowakije. Oorspronkelijk werkte hij als psycholoog in een psychiatrische kliniek, waar hij wetenschappelijk geinteresseerd was in de ethologische denkbeelden van Tinbergen en Lorentz. Zijn bijdrage werd niet dienstbaar geacht aan de opbouw van de socialistische staat. Hij moest weg en ging vertalen en stukjes schrijven, tot de fluwelen revolutie als Praags correspondent voor Reuters persagentschap.

Afgelopen weekeinde was hij even van de Burcht afgedaald om aan de rand van dit continent deel te nemen aan het gesprek over Europa. Hij is nu verrast over de ernst van de Westeuropese belangstelling, al verwijt hij de media hier te zijn opgehouden met serieus berichten over zijn land. 'Dat komt door de nice story-mentaliteit. Nadat de revolutie van de dichter-president beschreven was, vonden jullie het niet meer interessant hoe het verder ging. Of het werd je te duur. In het begin kon Havel het weer voorspellen en was het de opening van de New York Times. Toen hij vorige week de minister van defensie ontsloeg en door een burger verving, was het niet meer dan een gemengd bericht in de grote Westerse kranten.'

Zantovsky is ronduit somber over de ontwikkelingen in het Oosten. 'Als je vroeger bij ons de toestand wilde bespreken, was de uitdrukking: 'Breng mij een glas bier en een kaart van Europa'. Het is nu te ernstig voor dat soort ontspannen bespiegelingen. In het Westen gaat de ontwikkeling naar integratie (van landen) en regionalisatie. In onze contreien steken besmettelijke vormen van nationalisme de kop op. Als je hier bovendien van Russische economen hoort dat zij een werkloosheid van tenminste 25 procent verwachten, dan kan je uitrekenen dat 50 miljoen mensen op het punt staan op reis te gaan. Welke kant op? Richting eten. Dat wil zeggen naar Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije. En dat terwijl bij ons het goede dat is bereikt toch al heel makkelijk kan instorten als er geen hulp komt. Wij kunnen die massa's niet absorberen, zij zullen iedere stabiliteit in gevaar brengen. Dit wordt de grootste migratiegolf sinds de vroege middeleeuwen.'

In het kader van de herwaardering van alle waarden komt professor Boris Rubtsov, econoom aan de Moskou school van het Centraal Comite van de communistische partij, even de schattingen van de Amerikaanse spionagedienst verbeteren. Het bruto nationaal produkt per hoofd van de bevolking in de Sovjet-Unie is niet 50 a 60 procent van dat in de Verenigde Staten, zoals de CIA tot voor kort aannam. Veertien procent van wat de Amerikanen voortbrengen is voor de Sovjets een veiliger aanname. 'De levensstandaard in de Sovjet-Unie is de laagste van Europa, met uitzondering van Roemenie en Albanie.'

Of, zoals de econoom dr. Vladimir Popov van het 'Arbatov-instituut' rustig uitlegt: 'Er zijn grote technische fouten gemaakt. Ik heb het niet over ideologie. Een paar jaar geleden was de Sovjet-economie op haar manier redelijk in evenwicht en zou overgang naar een markteconomie mogelijk zijn geweest. Nu zijn de tekorten op alle fronten hoog opgelopen, terwijl de ondoelmatigheid van het systeem is gebleven. De terugval van de economie na vijf jaar perestrojka beloopt 20 tot 25 procent. Het enige dat nu helpt is een weg die leidt naar meer armoede voor het beter wordt. Het is de vraag of dat kan zonder 'onvoorspelbare sociale en politieke consequenties', bij ons een eufemisme voor revolutie.'

Onder fel protest over het gebruik van het woord wij van de hoofdredacteur van de Oekraiense krant 'Stem van de vrijheid', concludeert Popov: 'Het beste dat wij in de Sovjet-Unie ons kunnen wensen is een Marshall-plan. Sinds kort heeft de regering-Ryzjkov daar zijn bezwaren tegen opgegeven. Ik denk dat zo'n plan in het beste belang van het Westen en van de Sovjet-Unie is. De Comecon zal geen enkele rol meer spelen. Op den duur, niet al te vlug, zal ook Rusland bij een herenigd Europa willen aanschuiven.'

    • Marc Chavannes