BORRELPRAAT

Je kunt het leuk vinden of niet, maar we vinden auto's belangrijk. De grootste ondernemingen in de wereld doen in auto's of benzine. En zelfs de meest milieuvriendelijke huisvader/moeder is stilletjes trots op zijn of haar automobiel. Het ding is ook een favoriet gespreksonderwerp aan de borreltafel. Je vangt flarden van een gesprek op: 'Ja, maar super is nu veel meer in prijs gestegen dan diesel'. 'Je vergeet dat een diesel ook veel langer meegaat; dat moet je meecalculeren'. 'Maar vergeet even niet wat je voor een auto op gas meer betaalt aan wegenbelasting'.

Het is duidelijk dat men elkaar in dit gezelschap ervan probeert te overtuigen dat je beter gas dan diesel kunt rijden of beter diesel dan benzine. Even voor de hand liggend is, dat ze er op deze manier niet uitkomen. Toch is het niet zo'n moeilijk vraagstuk, als je er eerst maar wat structuur in aanbrengt. De kosten van een auto kun je onderscheiden in kosten die niet en kosten die wel van het gebruik afhangen. De eerste soort - de constante kosten of vaste lasten in het populair jargon - heb je, ongeacht of je de auto stil laat staan of ermee rijdt. Het ding vermindert elke dag in waarde doordat het ouder wordt. Meestal wordt de waardevermindering - de afschrijving - per jaar uitgerekend. Verder betaal je een vast bedrag per jaar aan verzekering en aan motorrijtuigenbelasting. Bovendien zit er geld vast in die auto. Als je dat hebt geleend, merk je vanzelf wel dat geld geld kost. Maar ook als je het van de spaarbank hebt gehaald, moet je rente rekenen over het geinvesteerd vermogen. Tot zover de kosten die doorlopen, ook als je niet rijdt. Dan zijn er de kosten van het rijden, de rijkosten. Brandstofkosten, olie, onderhoud en reparaties. En ook een stukje waardevermindering door het gebruik.

We zullen voor een benzine-auto met een prijs van rond de 20.000 gulden nagaan wanneer het voordeliger is op diesel of op gas over te gaan. Aangenomen wordt dat we met de auto vijf jaar rijden.

Daarbij wordt gebruik gemaakt van door de ANWB verstrekte cijfers, aangepast aan de recente verhogingen van de brandstofprijs. Zo'n berekening kun je heel precies op de gulden en de kilometer uitvoeren. Dat doen we niet, we benaderen de zaak globaal omdat het vooral om de aanpak gaat. Daarbij kun je op twee manieren te werk gaan. Bij de eerste wordt alleen gerekend, bij de tweede vooral getekend.

Hamvraag

Je weet dat een diesel iets duurder is dan een benzine-auto in aanschaf en belasting, terwijl de brandstofkosten aanzienlijk lager zijn. Bij gas zijn die vaste kosten nog iets hoger, terwijl de brandstofkosten weer wat lager zijn dan bij diesel. De hamvraag is: bij hoeveel kilometer per jaar je beter diesel of gas kunt gaan rijden. Diesel is voordeliger dan benzine zodra het verschil in vaste lasten wordt gecompenseerd door het verschil in rijkosten.

De diesel-wegenbelasting is in deze prijsklasse 325 gulden hoger; de diesel-auto is duurder en dat betekent 475 gulden extra afschrijving per jaar. De verzekering voor een iets duurdere auto ligt 180 gulden hoger. Extra rente 260 gulden. Totaal verschil in vaste kosten 1240 gulden per jaar. De rijkosten van de benzine-auto bedragen 26,6 cent per kilometer (4,1 cent afschrijving vanwege gebruik; 14,4 cent benzine; 1,8 cent olie en banden; 6,3 cent reparaties). Die van een diesel 17,9 cent per kilometer (2,4 cent afschrijving vanwege gebruik; 6,8 cent brandstof; 2 cent olie en banden; 6,7 cent reparaties). Het verschil in rijkosten van diesel ten opzichte van benzine is dus 8,7 cent. Deel het vaste kostenverschil (1240 gulden per jaar) door het rijkostenverschil (0,087 gulden per kilometer) en je ziet dat je rond 14.000 km per jaar, wat de kosten betreft, beter in een diesel kunt stappen. Eenzelfde soort berekening voor gas laat zien dat het omslagpunt gas-benzine rond de 16.000 km per jaar ligt.

(Figuur) Omslagpunten benzine-diesel en benzine-gas

De tweede benadering maakt gebruik van een tekening. Horizontaal het aantal duizenden kilometers dat je rijdt per jaar. Verticaal guldens. Nu moet je de totale vaste lasten van de auto per jaar weten. Die liggen voor de benzine-auto op 6000 gulden , voor de diesel op 7240 gulden, voor gas op 7575 gulden. De totale rijkosten voor de benzineauto zijn 26,6 cent per kilometer. We mogen aannemen dat het voor de rijkosten per kilometer niet veel uitmaakt of je 10.000, 15.000 of 30.000 kilometer per jaar rijdt. De totale kosten van deze benzineauto (TKB) kunnen dan worden beschreven met de vergelijking TKB = 0,266 x + 6000, waarin de onbekende x het aantal kilometers per jaar is. Als je geen enkele kilometer rijdt (x = 0) zit je met de vaste kosten van 6000 gulden. Bij 10.000 kilometer (x = 10.000) volgt TKB = 8660 gulden. Enzovoort. In de figuur is het verloop van TKB getekend. Voor diesel geldt TKD = 0,179 x + 7240. Voor gas TKG = 0,17 x + 7575. Ook het verloop van TKD en TKG is getekend. Vanzelfsprekend zijn de gevonden omslagpunten dezelfde als we zojuist hadden uitgerekend. Het voordeel van de tekening is dat je iets makkelijker doorziet wat het gevolg is van een verandering in een van de kosten. Dat wil zeggen voor wie zich nog even wil herinneren dat in de vergelijking y = ax + b, de a de helling van de lijn bepaalt en de b het stuk dat de lijn van de verticale as afsnijdt. De helling van TKB wordt dus bepaald door de rijkosten per kilometer van 26,6 cent. Stijgt bij voorbeeld de benzineprijs dan gaat TKB steiler lopen en het omslagpunt met diesel verschuift naar voren. Het wordt al bij een lager aantal kilometers per jaar voordelig om op diesel over te stappen. Stijgt bij voorbeeld de diesel-auto in aanschafprijs, dan nemen de vaste kosten toe. De TKD-lijn verschuift evenwijdig omhoog. Het omslagpunt benzine-diesel verschuift naar rechts. Rijkosten bepalen de helling, vaste kosten het startpunt op de verticale as. Op deze manier kun je zelf allerlei 'what if'-vragen eenvoudig beantwoorden. En wie er helemaal niets aan vindt, kan bij de ANWB keurige kostencalculaties halen.