Beroep Kosto tegen verbod opvangruimte asielzoekers

DEN HAAG, 24 okt. Staatssecretaris Kosto (justitie) gaat in hoger beroep bij het gerechtshof in Den Haag tegen het verbod asielzoekers vast te houden in de transitruimte van Schiphol. De president van de rechtbank in Den Haag verbood het verblijf in de transitruimte begin deze maand in een kort geding dat was aangespannen door de Vereniging VluchtelingenWerk Nederland.

De staatssecretaris heeft hoger beroep aangetekend omdat hij nog steeds vindt dat het zogenoemde Schipholwetje ook geldt voor de transitruimte. Deze noodwet werd vorig jaar opgesteld om het opvangcentrum voor asielzoekers op Schiphol-Oost te legaliseren. De rechtbankpresident oordeelde in het kort geding dat de noodwet geen wettelijke basis geeft aan het verblijf in de transitruimte van Schiphol.

Justitie had tot gisteren de tijd te reageren en de situatie in de transitruimte te veranderen. Asielzoekers die nu op de luchthaven arriveren worden aangehouden op grond van artikel 19 van de Vreemdelingenwet en zo snel mogelijk overgebracht naar het politiebureau in Hoofddorp. Op basis van dat wetsartikel mogen de vluchtelingen nog maximaal zes uur in de transitruimte worden vastgehouden, de nachtelijke uren niet meegerekend. Kosto heeft het gerechtshof gevraagd voorrang te verlenen aan de zaak in hoger beroep en 1 november als datum voorgesteld.

In het centrum op Schiphol-Oost is geen plaats genoeg om de pas aangekomen vluchtelingen op te vangen. Daarom verblijven de asielzoekers meestal een dag of twee op de luchthaven voordat ze door contactambtenaren worden gehoord in het Hoorcentrum Asielzoekers in Hoofddorp. Na dat verhoor gaan de vluchtelingen of naar een asielzoekerscentrum in het land of naar het centrum op Schiphol-Oost.

Justitie werkt aan een wetswijziging om het asielzoekerscentrum op Schiphol-Oost te verplaatsen naar een lokatie buiten de luchthaven, waar genoeg ruimte is om de huidige veertig opvangplaatsen uit te breiden tot honderdtwintig.