ACCOUNTANTS LOODSEN HONGARIJE KAPITALISME BINNEN

Regering probeert overgewaarderde bedrijven te privatiseren

De waarde van Hongaarse staatsondernemingen blijkt bij nader onderzoek dikwijls sterk geflatteerd. De privatisering van die bedrijven kwam mede daardoor maar moeizaam op gang. Westerse acountants fungeren als wegbereiders voor het kapitalisme. Padvinders op avontuur in Oost-Europa.

Toen de jeugdige Nederlandse senior-acountant Simone Molenaar vorige maand namens het internationale acountantsbureau Ernst en Young het stoffige kantoor van een handelsonderneming in Boedapest betrad, was het of zij in een andere tijd verzeild raakte. Zij zag antiquarische boekhoudmachines, met de hand beschreven papieren en grote klappers waarin smoezelige paperassen werden opgeborgen. Molenaar kwam voor een acountantsonderzoek annex controle van de boekhouding. 'Het bedrijf wilde privatiseren en buitenlands kapitaal aantrekken', zegt zij. 'Een goede boekhouding en een adequate bedrijfsverslaggeving volgens internationale standaarden is dan onontbeerlijk. Niemand investeert in een bedrijf zonder een betrouwbaar financieel rapportagesysteem'. Toen de directeur van de staatshandelsonderneming Simone Molenaar de financiele papieren van zijn bedrijf toonde, fronste laatstgenoemde de wenkbrauwen. 'Ik kreeg de rapportage die zij voor de Hongaarse belastingdienst hadden gemaakt. Zoiets was ik niet gewend. Ik zag lijsten met voorraden, met debiteuren, crediteuren en wat al niet. Maar een duidelijk beeld van inkomsten en uitgaven, van winsten en verliezen ontbrak', aldus Molenaar. 'De presentatie van de activa en passiva op de balans was niet reeel. Het was allemaal zo kunstmatig.'

Bij het koortsachtige streven om vrije-marktprincipes in de afkalvende Oosteuropese planeconomieen te vlechten, nemen lang niet altijd Westerse industriemagnaten of scherpzinnige economen het voortouw. Vaak zijn het acountants, zoals Simone Molenaar. Zij werpen zich als eersten in de strijd om (ex-)communistische boekhoudingen zo te reconstrueren dat zij aan kapitalistische maatstaven beantwoorden. Haar werkgever, Ernst en Young, opende pas twee jaar geleden een kantoor in een voormalige jeugdherberg in de Hongaarse hoofdstad. Nu werken er 120 mensen en het eind is nog niet in zicht.

Enkele kilometers verder streek ook twee jaar geleden in een nieuw kantoor nabij de Donau concurrent Price Waterhouse neer, een firma met 41.000 stafleden in 104 landen. Directielid Nigel Gore van het Hongaarse kantoor zegt: 'Wij begonnen hier met twee man en nu zitten wij ook met 120 mensen.' Hun enthousiasme kent nauwelijks grenzen. 'Acountants hebben een reputatie van muggezifters en saaie bureaucraten. Maar zelden heb ik zo'n onstuimig kantoor gezien en zoveel uiteenlopende en onverwachte situaties beleefd. Het is puur avontuur. Wij zijn hier de pioniers, de spoorzoekers, de padvinders en tegelijk ook de financiele kaartenmakers. Wij maken duidelijke financiele documenten waarmee Hongaarse bedrijven hun reele positie kunnen bepalen als zij met buitenlandse kapitalisten in zee willen en waarmee buitenlanders in Hongarije tot juiste investeringsbeslissingen kunnen komen. Zonder dat is de reconstructie van dit land onmogelijk'. Mondiale acountantsbureaus als Ernst en Young en Price Watehouse en talloze kleinere collega's voeren in Hongarije niet alleen acountantsonderzoeken uit, zij verkopen zichzelf ook als marketingspecialisten, management-raadgevers of privatiseringsdeskundigen.

Gevangenisstraf

Simone Molenaar van Ernst en Young stuit tijdens haar 'veldwerk' in Hongaarse bedrijven op uiteenlopende reacties. Zij vertelt: 'Bij een firma toonden de mensen zich angstig. Ik vroeg ze bij wijze van spreken dingen waarop vroeger gevangenisstraf stond. De eerste antwoorden zijn dan: 'Mag ik dat wel zeggen?' en 'Ik weet het niet'. Dan volgt vaak overleg met de hogere echelons en uiteindelijk komt het verhaal toch wel op tafel. Uit alle deeltjes moet je dan een nieuwe balans en een nieuwe verlies- en winstrekening reconstrueren. Molenaar heeft ook andere ervaringen. 'Sommige bedrijven zijn bijzonder positief en zeer open. Je krijgt er alle medewerking en als wij klaar zijn, tonen zij zich verbaasd over de grote hoeveelheid gegevens die er in hun bedrijf circuleerden. Zij zeggen dan enthousiast dat zij veel geleerd hebben en dat onze presentatie van hun bedrijf veel reeler is. Maar ik ben er niet zeker van of zij het ook altijd echt begrijpen.'

Enkele vaktechnische problemen waarop Simone Molenaar met regelmaat stuit: 'Het is hier gebruikelijk allerlei kosten direct in het eigen vermogen te verwerken in plaats van ze ten laste van de verlies- en winstrekening te brengen; Hongaarse boekhouders zijn in het algemeen niet gewend aan het verwerken van transacties in buitenlandse valuta; kosten van onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd maar direct ten laste van de verlies- en winstrekening gebracht.' Nog een complicatie waarmee Molenaar en haar collega-acountants regelmatig worden geconfronteerd: 'De Hongaren werken met waarden die naar Westerse maatstaven allang niet meer bestaan. Niet-opeisbare vorderingen en onbruikbare voorraden blijven onrealistisch lang op de balans staan en worden niet afgeschreven.'

In buitenlandse acountantskringen wordt smakelijk gelachen om het geval van een tractor, bouwjaar 1971, die nog altijd voor 14.000 dollar in de boeken van een bedrijf bleek te figureren. In het Westen was zo'n apparaat al vele jaren geleden afgeschreven. Maar de Hongaarse belastingautoriteiten schreven in 1982 een nieuwe herwaardering voor vaste activa voor. Dus werd het afschrijvingsproces herhaald en verscheen de oude tractor weer voor 24.000 dollar in de boeken. Molenaar: 'Als dat allemaal door de buitenlandse acountants is rechtgezet, wacht de Hongaarse manager een onaangename verrassing: het vermogen van zijn bedrijf blijkt veel geringer dan hij had gedacht.' En dan is er nog de complicatie met het grond- en gebouwenbezit. Simone Molenaar: 'Er bestaan hier naast eigendomsrechten verscheidene gradaties van gebruiksrecht met als uiterste het 'bijna-eigendomsrecht'. De staat kan zulke rechten altijd intrekken en dat is in het verleden ook wel gebeurd. Maar voorzover ik weet, heeft de verkoop of overdracht van particulier bezit tot nu toe geen problemen opgeleverd.'

Chaos

Verder is in de nabije toekomst nog een zekere mate van chaos gegarandeerd door de onderontwikkeling van essentiele kapitalistische instrumenten zoals kapitaalmarkten, aandelenmarkten en een modern banksysteem. Het verzilveren van een bankcheque blijft in Boedapest vooralsnog een langdurig avontuur en veel zaken worden dus gedaan in contanten, doorgaans honderd-dollarbiljetten. Acountant Molenaar zegt daarom: 'De buitenlandse investeerders die hierheen komen om een joint venture te stichten, doen het meestal om hier aanwezig te zijn. Het is een kwestie van tafeldekken. Maar het diner moet nog worden opgediend.' Zij ziet dat laatste wel gebeuren. 'Ik geloof in het principe van de self fullfilling prophecy en ik denk mijn vierjarige contract hier met veel arbeidsplezier uit te dienen.' Wat haar wel steekt is de beperkte belangstelling van Nederlandse bedrijven. 'Het zijn de Duitsers en de Oostenrijkers die hier domineren, al zie je ook steeds meer Japanners'.

Nigel Gore van Price Waterhouse ziet vooral ook de noodzaak om de traditionele psychologie van de Hongaarse financiele managers bij te stellen. 'Bij het leiden van hun bedrijven kijken zij vooral door de achteruitkijkspiegel en veel minder door de voorruit', legt hij uit. 'Zij letten veel minder op gegevens die van belang zijn voor de toekomst van een levend bedrijf dat verder moet groeien.' Acountant Gore: 'Ook vanuit de politiek bestond er druk op de managers om de winsten te overschatten en de verliezen te onderschatten. Dat leverde een steeds meer geflatteerd beeld op en camoufleerde ook het feit dat zulke bedrijven zonder massale overheidssubsidies niet verder konden. Nu deze subsidies opdrogen, blijkt dat steeds meer keizers geen kleren hebben. Buitenlandse kapitalisten moeten nu die kleren verschaffen. Dat is ook de reden van ons succes hier. Wij verlichten voor de Hongaarse staatsbedrijven de weg, leggen contacten en bereiden hen voor op joint ventures met buitenlanders en op privatisering.

Over de noodzaak van privatisering als cruciaal onderdeel van Hongarije's opmars naar de markteconomie bestaat op zich in Boedapest weinig verschil van mening. Zo'n proces is ook dringend nodig om vitaliteit en harde valuta te injecteren in een recessieve economie die volgend jaar waarschijnlijk met vier procent zal teruglopen. Maar over de wijze waarop de privatisering moet plaatsvinden, kunnen de gemoederen in Hongarije behoorlijk verhit raken. Toen het proces eind vorig jaar op gang kwam, was het chaotisch en omstreden. Centraal stond toen de zogeheten 'spontane privatisering' waarbij staatsmanagers en buitenlanders op eigen initiatief bedrijven kochten of verkochten. Nogal wat staatsmanagers verkochten bedrijven aan elkaar zodat er in wezen weinig veranderde. Tijdens dit spontane maar soms nogal corrupte proces raakten ook heel wat zakken goedgevuld. Berucht was bij voorbeeld de verkoop van vijftig procent van de Hungar-hotelketen voor slechts negentig miljoen dollar aan de Nederlands-Zweedse investeringsgroep Quintus. De woedende Hongaarse pers sprak over een groteske uitverkoop en meende te weten dat een luxe hotel al zestig miljoen dollar waard was. Enkele maanden geleden draaide de Hongaarse rechter de zaak terug.

Agentschap

Op 1 maart van dit jaar zag het Staats Eigendom Agenstchap (SPA) het licht, dat voortaan namens de overheid aan elke privatisering en verkoop van staatsbedrijven zijn goedkeuring moet hechten. Dit agenstschap staat sindsdien voor de lastige taak bij de privatisering een evenwicht te vinden tussen de dwingende eisen van snelheid en eerlijkheid. Nu het SPA ruim een half jaar bestaat, is nog maar vijf procent van de Hongaarse staatsbedrijven geprivatiseerd en als dat tempo voortduurt, zal het zeker een eeuw in plaats van de voorgenomen vijf a zes jaar duren om de massa van 's lands staatsfirma's aan prive-personen over te dragen. Belangrijke buitenlandse investeringsgroepen als de European Development Corporation en de Hungarian Investment Company dreigden al naar elders te vertrekken. 'De zaken moeten zeker worden versneld', erkent de econoom Laslo Bathory, verbonden aan het SPA. 'Vergeet niet, voor ons is dit ook een groot experiment. Wij openen nu steeds meer kanalen en proberen zo flexibel mogelijk op te treden'.

Vorige maand lanceerde het Staats Eigendom Agentschap een campagne onder het motto 'actieve privatisering', waarbij twintig van de grootste en best renderende Hongaarse bedrijven te koop werden aangeboden. Hoewel deze twintig slechts een procent van het gehele bestand aan staatsbedrijven uitmaken, toont Laslo Bathory enthousiasme. 'Per bedrijf kregen wij al gemiddeld tien aanvragen om informatie'. Twee weken geleden kreeg de kleinhandel het groene licht om te privatiseren. Zoiets hoeft bij het SPA alleen maar te worden aangemeld. Op 1 december aanstaande moet een tweede 'actieve privatiseringscampagne' volgen waarbij mogelijk dertig a veertig staatsbedrijven zullen worden betrokken. Intussen gaat de eerder gesignaleerde 'spontane privatisering' gewoon door, al is nu het SPA-fiat nodig om excessen te voorkomen. 'Het blijft een zeer fluide en open proces', aldus de SPA-econoom Bathory vanachter een door de Wereldbank gedoneerde computer.

Dat bleek vorige week nogmaals toen het Staats Eigendom Agentschap alweer een nieuwe gids voor potentiele investeerders uitgaf waaruit blijkt dat een staatsbedrijf nu in amper honderd dagen valt te kopen. Wie interesse toont, zo belooft het agentschap, krijgt binnen dertig dagen een antwoord waarin staat onder welke condities zo'n bedrijf kan worden gekocht. De investeerder moet dan binnen dertig tot negentig dagen een laatste bod doen. In die periode dient het gewenste staatsbedrijf zich door de acountant te laten doorlichten en zich om te vormen tot een naamloze vennootschap. Dat laatste is tevens een middel om weerspannige staatsmanagers te passeren. Tot slot krijgt het SPA drie weken de tijd om het (beste) bod te honoreren.

Heeft dit gedurfde programma van massa-privatisering kans van slagen? 'Deze methode is nog niet eerder beproefd en overal schuilen risico's', bekent Laslo Bathory. 'Vooral de verkoop van grote industriele bedrijven belooft nog een ingewikkelde aangelegenheid te worden. Zij zijn veel minder waard dan het publiek denkt en dat maakt toekomstige klachten over uitverkoop onvermijdelijk. Maar veel keus hebben wij niet.'