Zelfgenoegzaam

'Te ver doorgedreven recht wordt onrecht.' Als Michels Voltaire had gelezen, zou hij misschien Ronald Koeman niet buiten de interland in Portugal hebben gehouden. Dit moest ik bij wijze van na-ontsteking nog even kwijt, maar eigenlijk wilde ik inhaken op een bijdrage in het FIFA-magazine van de maand september. De wereldvoetbalbond blikt daarin zelfgenoegzaam terug op het WK in Italie.

In een soort hoofdartikel herinnert de algemeen secretaris van de FIFA, de Zwitser Sepp Blatter, aan wat er na het eindsignaal van de strijd om de derde plaats tussen Italie en Engeland gebeurde: de spelers vielen elkaar min of meer om de hals en wisselden shirts uit. Niet ten onterechte schrijft Blatter dat vijftig vandalen dikwijls meer publiciteit krijgen dan vijftigduizend zich correct gedragende bezoekers. Ook verdienden de Engelsen waarschijnlijk het winnen van de Fair Play Cup wel degelijk, want hoewel bikkelhard deden zij zelden een greep in de beker met schaamteloze overtredingen.

Maar dat het bij het WK niet zo ridderlijk toeging als op de eerste tekstpagina betoogd, bleek enkele bladzijden verderop. Weliswaar suggereert de kop 'Fair Play was more than a motto' dat het allemaal prima is verlopen, maar als de cijfertjes op tafel komen werken die toch tamelijk ontnuchterend. Er waren zestien spelers voortijdig weggestuurd en er vielen 163 gele kaarten. In 52 wedstrijden kwam dat neer op een gemiddelde van bijna 3,5 per ontmoeting.

Vermoedelijk zag de schrijver van die bijdrage ook wel in dat menig lezer na het opzuigen van deze getallen een bezorgde rimpeling van het hoge voorhoofd niet kon verbergen, maar hij trekt haastig de remedie naar zich toe: cijfers zeggen weinig, het komt op de interpretatie aan. Het toverwoord in zijn verdediging wordt gevormd door het begrip 'nieuwe instructies'. De arbiters waren dusdanig op hun plichten gewezen en mochten letterlijk niets door de vingers zien, dat het aanvankelijk kaarten regende. Niettemin, zo wordt triomfantelijk geconstateerd, lag de sportiviteit op een veel hoger plan dan bij vorige wereldkampioenschappen.

Of dat nu werkelijk zo was, is eigenlijk onaantoonbaar. Ik heb voor de aardigheid eens gezocht naar de mate waarin bijvoorbeeld bij het wereldkampioenschap van 1970 in Mexico met gele en rode kaarten is gewapperd. Welnu, rood is daar al helemaal niet gegeven en geel 46 keer in 32 wedstrijden, een gemiddelde van omstreeks 1,5 per match. Dat ziet er een stuk beter uit dan dit jaar, maar men speelde twintig ontmoetingen minder dan dit jaar (zestien deelnemende landen) en de scheidsrechters waren twintig jaar geleden een stuk minder streng dan tegenwoordig.

Ook verliep lang niet alles gladjes in Mexico. Zo was de openingsmatch tussen Mexico en de Sovjet-Unie een tamelijk rauw partijtje waarin vier Russen en een Mexicaan tegen geel opliepen. Brazilie-Uruguay was ook niet zo fris en in de finale Brazilie-Italie liepen de gemoederen incidenteel eveneens hoog op. Maar zonder twijfel waren er minder tackels van achteren op de achillespezen dan in latere jaren. En barre toestanden als in 1966, toen een rustig mens als Sir Alf Ramsey de Argentijnen voor 'beesten' uitmaakte en Pele (die vandaag vijftig jaar is geworden) moedwillig in elkaar werd getrapt, deden zich niet voor. Arbitrage op dit niveau is ook tientallen jaren gehandicapt geweest door de verschillen in interpretatie tussen Europeanen en Zuidamerikanen over wat wel en niet mocht.

Maar ook al neem je de radicale opdrachten in aanmerking welke de fluitisten dit jaar moesten uitvoeren, dan nog is er zeker geen reden om de bazuinen te doen schallen. De handjes zitten veel losser dan vroeger en de slimmigheidjes zijn minder zichtbaar geworden. We zijn niet braver dan destijds. Wie mag dat ook verwachten? Het enige is dat sublieme arbitrage duidelijk kan maken dat de misdaad niet loont.

    • Herman Kuiphof