Wie Ligeti wil spelen moet wel zijn taal spreken

AMSTERDAM, 23 okt. Van veel hedendaagse componisten is bekend dat zij uitgesproken ideeen hebben over de wijze waarop hun werk moet worden uitgevoerd. Daarom reisde de Nederlandse pianist Ronald Brautigam afgelopen zaterdag naar Hamburg, om de van oorsprong Hongaarse componist Gyorgy Ligeti zijn interpretatie van diens Pianoconcert te laten horen.

Het werd een wat merkwaardige ochtend, die begon met het ontbijt van de componist, vervolgens een uitvoering van het solistische deel van Ligeti's Pianoconcert en ten slotte, op verzoek van Ligeti, nog wat muziek van Schubert en Chopin. Daarna vertelde Ligeti dat hij zich helaas niet kon vinden in de opvattingen van Brautigam over zijn Pianoconcert. 'Als het gaat over mijn oeuvre, spreken we allebei een andere taal', deelde de componist aan Brautigam mee.

Het gevolg is dat het Koninklijk Concertgebouworkest de voor deze week geplande uitvoeringen van Ligeti's Pianoconcert, met Ronald Brautigam als solist, van het programma heeft moeten nemen. Ook de plaatopname van het concert, die volgende week zou moeten plaatshebben, is uitgesteld. Pogingen van het Concertgebouworkest om een pianist te engageren die wel de goedkeuring van Ligeti kon wegdragen zijn mislukt; de ene was niet beschikbaar, de andere wegens een ongeval uitgeschakeld.

Overleg tussen Ricardo Chailly, die de uitvoering zou dirigeren, en Ligeti leverde evenmin iets op. Daarop restte het orkest 'niets anders dan het verzoek van de componist, zij het uiterst ongaarne, te respecteren'. In plaats van Ligeti's concert wordt nu de Kammermusik nr 2 van Hindemith uitgevoerd met Ronald Brautigam als solist.

Brautigam: 'Ik had al gehoord dat Ligeti heel lastig kan zijn. Hij zou waarschijnlijk het liefst werken met een soort 'gecomputeriseerde' pianist, die heel exact doet wat hij heeft voorgeschreven. Ik heb me op mijn eigen manier op de uitvoering voorbereid, er bestaat volgens mij nooit een opvatting over een muziekstuk. Sinds juli heb ik intensief aan het concert gewerkt, in de laatste weken vrijwel non-stop dat betekent al gauw een uur of zeven per dag , maar Ligeti wil graag musici die een werk noot voor noot met hemzelf instuderen.'

Pag.6: Vervolg

De 67-jarige Gyorgy Ligeti behoort tot de beroemdste hedendaagse componisten. Hij schrijft over het algemeen moeilijke en geraffineerde muziek, met een uiterst subtiel gevoel voor klank. Ook het Pianoconcert is een veeleisend werk, zowel voor het orkest als de solist. Het werd geschreven voor de rijke Amerikaanse pianist Mario di Bonaventura, die de premiere speelde in februari 1988 en tot 1 oktober van dat jaar het alleenrecht op de uitvoering had. In oktober 1988 vond de Nederlandse premiere plaats tijdens de Vara-matinee, met de Italiaanse pianist Bruno Canino.

Volgens de secretaresse van Ligeti, mevrouw Duchesneau, heeft de componist een uitvoering van zijn werk niet geweigerd. Over de artistieke interpretatie bestond volgens haar geen verschil van mening. Duchesneau: 'Ligeti was onder de indruk van de pianistische capaciteiten van Brautigam. In goed overleg en met wederzijds respect zijn uitvoerder en componist tot de conclusie gekomen dat de interpretatie nog niet uitvoeringsrijp was. Dat gebeurt wel vaker.' Volgens haar is het niet onmogelijk dat Brautigam het werk opnieuw gaat studeren en alsnog, natuurlijk na het weer bij de componist te hebben voorgespeeld, zal uitvoeren. Een interpretatie volgens de wensen van de componist was op een zo korte termijn niet haalbaar.

In principe had het Concertgebouworkest het verzoek van Ligeti kunnen negeren. Een componist heeft weliswaar als 'auteur' uitsluitend zelf het recht op 'openbaarmaking', maar in de praktijk is dat recht overgedragen aan instanties als de Buma/Stemra. In het geval van Ligeti de Duitse zusterorganisatie is dat Gema. Wanneer uitvoerders aan de formele eisen (bij voorbeeld de financiele) hebben voldaan, kan een componist een uitvoering nauwelijks weigeren. Volgens W. Grosheide, hoogleraar privaatrecht in Utrecht, en expert op het gebied van auteursrechten, zou de componist zich kunnen beroepen op een 'moreel recht', met als argument dat een uitvoerder 'zo onvoldoende recht doet aan een compositie, dat het zijn werk niet meer is', maar de kans dat hij een dergelijke rechtszaak wint, is volgens hem uiterst klein.

Samuel Beckett verloor een kort geding naar aanleiding van een uitvoering door de Haarlemse Toneelschuur van zijn toneelstuk Wachten op Godot in een rolbezetting van uitsluitend vrouwen. De kleinzoon van Richard Strauss slaagde er daarentegen wel in tussen 1983 en 1986 een uitvoering van Rudi van Dantzigs ballet Vier Letzte Lieder tegen te houden, omdat een ballet volgens hem niet overeenkwam met de intenties van de componist. Pas in 1986 liet de erfgenaam zich overtuigen van de artistieke kwaliteit van het ballet.

Brautigam heeft zich echter neegelegd bij de wens van de componist. Brautigam: 'Een uitvoering waarvan de componist zich distantieert zou ik niet willen. Het is natuurlijk jammer dat ik er zoveel tijd aan heb besteed, maar die is nooit helemaal weggegooid.

Ik heb daarmee een technische reserve opgebouwd waarvan ik ook in ander repertoire, zoals nu in Hindemith, kan profiteren. Ik zal Ligeti's Pianoconcert met plezier weer oppakken, als ik ervoor gevraagd wordt. Dan ga ik alleen misschien wat eerder met de componist overleggen.'