Werkt niet, helpt wel

HOMEOPATHISCHE geneesmiddelen werken niet, maar ze helpen wel. Steeds meer mensen zeggen baat te hebben bij het gebruik van preparaten waar door de gebruikte hoge verdunningen, natuurwetenschappelijk gezien, vaak weinig meer in zit dan water en alcohol. Het voorstel van staatssecretaris Simons om de ziekenfondsen deze en de vagere categorie van de antroposofische geneesmiddelen niet meer voor vergoeding door het ziekenfonds in aanmerking te laten komen, lijkt daarom goed voor een kleine volksopstand. Een voorproefje daarvan kreeg Simons toen hij dit voorjaar het omstreden alternatieve geneesmiddel Vasolastine de status als geneesmiddel dreigde te ontnemen. Ook dat had betekend dat het voor ziekenfondspatienten niet langer gratis verkrijgbaar zou zijn.

Van Vasolastine is dit jaar in een proefschrift wetenschappelijk aangetoond dat het niet beter werkt dan een nepmiddel. Over veel homeopathische middelen ontbreekt die kennis. De vraag is of een wetenschappelijk bewijs van de werkzaamheid nodig is om een preparaat een geneesmiddel te noemen. Van tal van ziekten en psychosomatische aandoeningen is aangetoond dat ze met behulp van de suggestie die van een nepmiddel (placebo) uitgaat zijn te genezen.

Dat lijkt te pleiten voor handhaving in het ziekenfondspakket, maar de werking van een placebo wordt versterkt door de patient er zelf en veel voor te laten betalen. Dat zou pleiten voor afschaffing van de betaling door de ziektekostenverzekeraars. Dat motief voert Simons echter niet aan. Het is hem om een bezuiniging te doen.

OF DE ziekenfondsen minder geld aan geneesmiddelen kwijt zullen zijn als ze homeopathische en antroposofische geneesmiddelen niet meer vergoeden is echter de vraag. Onder ziekenfondsverzekerden bestaat de heilige traditie van gratis verkrijgbare geneesmiddelen na het verplichte ritueel van een kort bezoekje aan de huisarts. De kans is groot dat patienten die nu hun huisarts om een homeopathisch geneesmiddel vragen in het vervolg weer om een recept voor een regulier (allopathisch) geneesmiddel zullen komen. Homeopathische middelen worden vaak voorgeschreven voor onschuldige aandoeningen aan de luchtwegen en bij vage klachten over pijn, slecht slapen en vermoeidheid. Het reguliere assortiment bevat daartegen anti-hoestmiddelen, antibiotica, pijnstillers, spierverslappers, slaap- en kalmeringsmiddelen. Vaak zijn die preparaten duurder dan de homeopathische alternatieven en daardoor zullen de uitgaven stijgen. De beoogde bezuiniging was overigens marginaal: het afgelopen jaar is naar schatting voor zestig miljoen aan alternatieve geneesmiddelen door de ziekenfondsen vergoed. Dat is drie procent van de totale omzet aan medicijnen in ons land.

ANDERE VRAGEN zijn of de totale kosten van de gezondheidszorg (veertig miljard per jaar) zullen dalen als het gebruik van homeopathische middelen wordt teruggedrongen en of de bevolking er gezonder van zal worden. Een van de redenen waarom alternatieve preparaten goedkoper zijn dan de allopathische middelen is dat de fabrikanten van de laatste categorie middelen hun medicijnen moeten laten registreren en daarvoor manshoge stapels dossiers met de resultaten van duur proefdier- en patientenonderzoek aan het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen moeten overleggen. Daarin moeten niet alleen de werking, maar ook de schadelijke bijwerkingen worden beschreven. Fabrikanten van homeopathische en antroposofische medicijnen hoeven hun middelen niet te laten registreren, voornamelijk omdat ze geen schade aanrichten.

Een overstap van homeopathische naar allopathische geneesmiddelen heeft wellicht invloed op de door de Stichting Informatiecentrum voor Gezondheidszorg berekende jaarlijkse tienduizend ziekenhuisopnamen en zeshonderd overledenen als gevolg van bijwerkingen van geneesmiddelen, fout voorschrijfgedrag van artsen en verkeerd geneesmiddelengebruik door de patient.

Staatssecretaris Simons zou er goed aan doen eerst te laten onderzoeken in hoeverre het terugdringen van alternatieve geneesmiddelen het gebruik van reguliere geneesmiddelen zal bevorderen en wat dat betekent voor de kosten en de kwaliteit van de gezondheidszorg.