Studie Afrikaans is nooit in de ban gedaan

ROTTERDAM, 23 okt. In een zwartboek over wetenschappelijke contacten tussen Nederland en Zuid-Afrika uit 1980 onderscheidde de anti-apartheidsbeweging Nederland nog vier categorien van samenwerking: (hulp bij) promoties van Zuidafrikaanse wetenschappers, stages in Zuid-Afrika, lezingen en deelname aan onderzoek. Toen het cultureel akkoord in 1981 werd opgezegd, verdween de samenwerking op de stages van vooral HTS'ers en enige contacten op persoonlijke titel na: institutionele samenwerking was vanaf dat moment verboden, persoonlijke contacten waren dat niet.

Opvallend afwezig in het zwartboek is de studie van het Afrikaans, die bijvoorbeeld aan de Universiteit van Amsterdam nog steeds bestaat. In 1932 richtte de Nederlands-Zuidafrikaanse Vereniging een stichting op 'ter bevordering van de studie van de Afrikaanse taal- en letterkunde en de geschiedenis en cultuur van Zuid-Afrika'. Deze stichting stelde aan de Universiteit van Amsterdam een buitengewone leerstoel voor het Afrikaans in, met in de jaren vijfig prominente hoogleraren als Van Wijk Louw en Van der Merwe Scholtz. In de jaren zestig verdween de leerstoel uit bezuiningsoverwegingen. De Afrikaanse taal- en letterkunde bleef bestaan als afstudeervariant bij Nederlands.

Een woordvoerder van de Nederlands-Zuidafrikaanse Vereniging verklaart het voortbestaan ondanks de opzegging van het cultureel akkoord uit het gebrek aan contacten met Zuid-Afrika. Het Afrikaans kan ook zonder samenwerking met wetenschappers uit het land zelf worden bestudeerd. Ook K. Schuringa van de anti-apartheidsbeweging meent dat het rapport, dat voor zijn tijd tot stand is gekomen, om die reden het Afrikaans niet heeft genoemd.

Van de culturele boycot ondervindt Den Besten geen hinder. Als hij naar een congres in Zuid-Afrika gaat, houdt hij daar geen lezing.

Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is de studie van het Afrikaans wel verdwenen, maar al ver voor 1981. De letterkunde van Zuid-Afrika was een verplicht onderdeel van het doctoraal examen Nederlands. Voor keuzevakken over Zuid-Afrika was echter niet veel belangstelling en toen rond 1970 besloten werd de studieduur te verkorten, was de letterkunde van Zuid-Afrika het eerste slachtoffer. De reden voor opheffing was met andere woorden een bezuiniging, niet een politiek standpunt of druk van de publieke opinie.

In Leiden, de derde en laatste plaats in Nederland waar Afrikaans werd gegeven, was in 1987 wel sprake van al deze drie oorzaken. F. J. Aucamp, de Zuid-Afrikaan die het keuzevak Zuidafrikaanse taal- en letterkunde gaf, vond het indertijd een vreemde beslissing: het aantal studenten nam net toe, van twee a drie tot een stuk of acht per jaar. Hij verklaart de verdwijning ook uit de 'laffe houding' van Nederland ten opzichte van de Zuidafrikaanse cultuur, 'een produkt van het Nederlandse calvinisme maar het stiefkind van dit land'.