Statistiek vormt voor Alberda onmisbare schakel intopsport

BRASILIA, 23 okt. Volgens Joop Alberda, volleybalcoach en adjunct-directeur van het sportcentrum van de universiteit in Groningen, heeft de Nederlander een aangeboren aversie tegen statistiek in de sport. Hij zegt dat cijfermateriaal als bedreigend wordt ervaren. 'Uit dat oogpunt', aldus Alberda, 'wordt er in Nederland vaak laagdunkend over statistieken gedaan. Je hoort dan wel de kreet: het is te wetenschappelijk. Dat is onzin. Het gaat eigenlijk alleen maar om een paar droge streepjes en getallen.'

Alberda is van mening dat statistieken in de topsport onmisbaar zijn met name voor coaches, maar ook voor spelers en andere geinteresseerden. Dat is vooral het geval in takken van sport waarbij systematische spelpatronen een grote rol spelen. Volleybal, Alberda's eigen sport, is een goed voorbeeld. 'Maar ook voetbal zou er baat bij hebben als bepaalde acties in kaart worden gebracht. Daar ben ik van overtuigd.' Statistieken kunnen er volgens Alberda voor zorgen dat en de individuele prestaties van spelers en het algemene niveau stijgt.

Alberda werkte geruime tijd samen met dr. Volko de Jong, ex-volleyballer en econometrist aan de Rijksuniversiteit van Groningen, aan een computergestuurd systeem op het gebied van de statistiek. Dat zou beter en effectiever zijn dan alle andere bestaande modellen. Op uitnodiging van de internationele volleybalfederatie FIVB en de Braziliaanse bond geeft de ex-bondscoach van het nationale jeugdteam (1980-'86) deze week een demonstratie op het symposium voor coaches dat tijdens het wereldkampioenschap volleybal in Rio de Janeiro wordt gehouden. Met name de Amerikanen tonen veel belangstelling voor de Nederlandse vinding.

Alberda is ervan overtuigd dat de Nederlandse sporter kan worden opgevoed om met statistieken om te gaan. 'Het is niet de bedoeling dat je een speler aan de hand van de cijfers laat zien dat hij slecht heeft gespeeld. Dat heeft geen zin. Maar je kan met elkaar zoeken naar de oorzaken waarom hij die vier ballen in de tribune heeft geslagen. Je moet zo'n speler laten merken dat de statistieken er zijn om hem beter te laten spelen.' Bij Jong Oranje, in de tijd van de huidige A-internationals Held en Zwerver, gebruikte Alberda de cijfers al met succes. 'En de speelsters van Avero Sneek (kampioen bij de vrouwen, red) hebben tegenwoordig hun persoonlijke gegevens, zoals scoringspercentages van smashes, services en het blok, bij wijze van spreken boven hun bed hangen.'

Het cijfermateriaal kan een coach en zijn spelers ook helpen bepalen welke strategie er tegen een bepaalde opponent moet worden gekozen. Alberda geeft een voorbeeld van de Europese titelstrijd van vorig jaar in Zweden. Hij stond toen als tijdelijk assistent bondscoach Brokking bij. Alberda wijst op de halve finale tegen Italie die Nederland met grote cijfers verloor. 'De ploeg', blikt hij terug, 'wilde toen een van de Italianen, Bernardi, kapot spelen. Het probleem was dat Bernardi het hele EK in bloedvorm was. Daar had Nederland dus eigenlijk met een hele grote boog omheen moeten spelen. Dat had de statistiek kunnen uitwijzen en dat had je de spelers met behulp van videobeelden kunnen laten zien.'

Alberda ziet de statistieken ook als een belangrijk middel om de toeschouwers, met name die voor de televisie, te laten zien wie er nu eigenlijk goed spelen. Zijn systeem werd al door de NOS gebruikt en ook voor de wedstrijden van de World League van volgend jaar heeft men in Hilversum interesse getoond. Alberda: 'Het volleybal heeft sterren nodig. Maar die zijn in deze sport moeilijker te herkennen dan bijvoorbeeld in het voetbal. Daar zie je speler vier man passeren of een pass over veertig meter geven. In het volleybal gaat alles veel sneller. De ene actie is nog niet voorbij of de andere is alweer bezig. Dan kan je als toeschouwer nauwelijks stil staan bij een mooi moment van een individuele speler.'

Joop Alberda wijst er op dat statistieken nooit de leidraad voor het handelen van een coach mogen zijn, maar slechts een ondersteunende functie hebben. 'Wij praten tijdens lezingen altijd over lies, big lies and statistics.' Daarmee wordt bedoeld dat er de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht moet worden genomen bij het gebruik van de cijfertjes. Alberda noemt ze echter wel 'een onmisbare schakel'. 'Ik zit als coach toch rustiger aan de kant als ik de tegenstander plat geanalyseerd heb. Dat is toch geen schande? De Amerikaanse volleyballers hadden voor de Olympische Spelen van 1984 een boekwerk van 568 pagina's over de tegenstanders. Ze wonnen goud.'

'Elke coach bedrijft statistiek', zegt de huidige coordinator-trainer van de studentenvereniging Donitas die dit jaar in de eredivisie debuteert. 'In driekwart van de gevallen gebeurt dat onbewust. Maar als een coach een speler naar de kant haalt, omdat hij vijf ballen verkeerd heeft gespeeld is dat ook een vorm van statistiek. Michels laat bij hoekschoppen de bal bij de eerste paal doorkoppen, omdat hij heeft gezien dat dat succesvol kan zijn. Dan zit hij ook met een aantal plussen en minnen in zijn hoofd. Ook weer cijfers.'