Palestijnen spreken ongehinderd op Israelische televisie

Ik ben nieuw in Nederland. Ik ben nog bezig mijn weg te vinden. Daarom kan ik niet zeggen of J. A. A. van Doorn, auteur van 'Israelisch zelfbedrog' (NRC Handelsblad, 18 oktober) onbekend is met de politiek in het Midden-Oosten of dat hij een oude grief koestert tegen mijn land of tegen mijn volk, of tegen beide.

Van Doorn begint aldus: Israel is het toonbeeld van censuur, in welke vorm dan ook. Dit beweert hij na drie jaar dagelijkse gedetailleerde verslaggeving op ieder tv-toestel en voor het oog van de gehele wereld van ieder onaangenaam of ronduit afschuwelijk incident. Zo'n zevenhonderd buitenlandse verslaggevers zwerven door Israel en de gebieden: Israelische schrijvers, journalisten en intellectuelen volgen de overheid met een kritisch, waakzaam oog; in Jeruzalem worden Arabische kranten gepubliceerd die de PLO steunen; iedere Palestijnse woordvoerder kan zijn woordje doen op de wereldtelevisie, met behulp van de technische dienst van de Israelische omroep. Heet dit censuur?

In 1944 bestond Israel nog niet. Hoe moeten we dan verklaren dat Hadj Amin El Husseini, de belangrijkste Palestijnse geestelijke en politieke leider, toen hij in Berlijn was Hitler en Eichman erover onderhield dat zij te zachtmoedig optraden tegen de joden? Is het denkbaar dat de Palestijnse leiders vandaag Saddam Hussein steunen enkel en alleen omdat hij wordt beschouwd als de enige Arabische macht die in staat is Israel 'uit te wissen', of is het ons aangeboren zelfbedrog?

Was er dan geen gevaarlijke provocatie die voorafging aan de tragedie? Waarom niet gevraagd bij CNN of BBC om nog eens de beelden te tonen van de joden die op een van hun hoogtijdagen hun heiligste plaats ontvluchtten, weg van een regen van stenen die vanaf de moskeeen op hen neerkwam? Die beelden zijn niet gecensureerd (ze zijn niet 'joods') en de stenen zijn echt en werden gegooid lang voor het eerste schot werd gelost.

Dit rechtvaardigt het aantal doden echter niet en de regering van Israel en niet de een of andere groep particulieren meent dat een grondig onderzoek vereist is. Er is een commissie van onderzoek ingesteld, samengesteld uit drie bekende onafhankelijke leidende personen (allen joods, moet ik helaas toegeven). Wij wachten nu op hun bevindingen.

Om terug te komen op ons bedrog, zelfbedrog of anderszins, volgen hier enkele citaten uit het pamflet nr. 65 van het Palestijnse leiderschap (een afdeling van de 'Islamitic Resistance Movement'), oktober 1990, dat in de gebieden werd verspreid. ..de strijd van ons volk dient als een waarschuwing voor de Joden, de bloedzuigers van de mensheid die het zaad van de tweedracht en het kwaad te allen tijde zaaien, ... die de oorlog verklaren aan alle godsdiensten en geloofsgemeenschappen ... Zij besparen zich geen moeite om samen te spannen en te intrigeren ... zij verheugen zich in de aanblik van lijken zonder ledematen, zonder hoofd.'

Zo zou ik door kunnen gaan met citeren. Het pamflet eindigt met een oproep tot de actie: 'beschouw iedere jood en iedere joodse nederzetting als doelwit om te doden of te plunderen'. Dat naar deze oproepen wordt geluisterd onderstrepen de moorden van gisteren (21 oktober). En wij, de 'bedrieglijke Israeliers durven deze mensen 'extremisten' te noemen, deze mensen die, om de heer Van Doorn aan te halen, slechts 'opgeschoten jongens' zijn die het 'met een handvol stenen moeten doen'. Driehonderd Palestijnen (gemakshalve en nietszeggend 'collaborateurs' genoemd, alhoewel tachtig procent van hen bij de Israelische autoriteiten onbekend zijn) zijn in de afgelopen maanden door die 'opgeschoten jongens' vermoord meestal werd het slachtoffer met een bijl bewerkt voordat hij een genadeschot kreeg.

Moeten we wanhopen? Nooit en te nimmer. De omstandigheid dat dit op het ogenblik het gezicht is van hen die aanspraak maken op het leiderschap van de Palestijnen, mag ons er nooit van weerhouden te zoeken naar mogelijkheden tot samenleven met de Palestijnen in eerbied en met respect voor elkaar en in veiligheid. Zij hebben recht op leiderschap dat hen van een bestaan vol van bovenstaande antisemitische dromen (maar, voor de PLO, concrete projecten) zal voeren naar een bestaan waar ze recht op hebben.

Het lijkt aannemelijk dat op die tragische ochtend op de Tempelberg onze veiligheidstroepen en Israel als geheel in een vooropgezette val zijn gelopen. Het is bedroevend en pijnlijk. De Palestijnen liepen in dezelfde val; twintig van hen moesten het met hun leven bekopen. Dat is afschuwelijk. Er heerst rouw, wanhoop en woede in Jeruzalem aan beide kanten. In Israel wordt nu een feitelijk onderzoek ingesteld.

Terwijl in Bagdad vreugde heerst want voor Saddam Hussein betekende het een overwinning: het verminderde de druk op diens vernietiging van Koeweit. Ook in Damascus moet blijdschap hebben geheerst, want de gelegenheid werd te baat genomen om in Beiroet honderden christenen te doden tezamen met hun gezinnen (al waren er weinig beelden van te zien op de televisie). Aan de kant van de PLO kon men uitroepen van onverholen opluchting horen: 'de intifadah krijgt een nieuwe impuls', 'de intifadah is herboren' etc.

Ik hoop dat Van Doorn aan de kant staat van hen die bedroefd zijn. Uit zijn artikel valt dat moeilijk op te maken.