Oorzaak wonderlijke tryptofaan-ziekte eindelijk gevonden?

De verklaring van de raadselachtige L-tryptofaan-ziekte, het Eosinophilia myalgia syndroom, lijkt weer een stapje dichterbij te zijn gekomen. Het L-tryptofaan blijkt verontreinigd met tryptofaan-dubbelmoleculen (dimeren) (Journal of the American Medical Association, 3 okt; New England Journal of Medicine, 4 okt.)

De laatste tijd is er veel te doen geweest rond deze ziekte die alleen voorkwam bij mensen die voedselsupplementen met het aminozuur L-tryptofaan geslikt hadden. Deze patienten hadden last van ernstige spier-, en gewrichtspijnen en ook hun longen, huid en zenuwstelsel vertoonden afwijkingen. Een aantal is er zelfs aan gestorven. Nadat in november 1989 alle preparaten met L-tryptofaan uit de handel waren genomen is het aantal nieuwe ziektemeldingen naar praktisch nul gedaald.

Vorige maand werd al bekend dat alleen L-tryptofaan bevattende produkten van de Japanse farmaceutische fabriek Showa Denko de ziekte verwekten. Verder onderzoek van de Amerikaanse Food and Drug Administration en de fabrikant zelf heeft nu een onverwacht resultaat opgeleverd. In het Japanse L-tryptofaan, dat door genetisch gemanipuleerde bacterieen geproduceerd wordt, zijn naast gewone L-tryptofaan-moleculen ook verbindingen van twee tryptofaanmoleculen aangetroffen. Een klein percentage (0,01%) van het L-tryptofaan is met een aldehyde-groep tot zo'n dimeer omgevormd. In het L-tryptofaan zijn geen virale of bacteriele verontreinigingen aangetroffen, zoals de meeste onderzoekers eerst gedacht hadden.

Of de tryptofaan-dimeren echt de oorzaak zijn van de tryptofaanziekte moet nog bewezen worden. Het is mogelijk dat bepaalde beta-carbolinen een rol spelen. Die moleculen ontstaan als de tryptofaan-dimeren in een zuur milieu (maagzuur!) terecht komen. De dubbelmoleculen vallen dan uiteen in L-tryptofaan en beta-carboline. Men kent al een heel scala aan biologische effecten van beta-carbolinen. De moleculen zouden ook normaal in het zenuwstelsel aanwezig zijn en als een soort boodschapper-stof fungeren. Proefdieronderzoek moet nu uitwijzen of deze stof inderdaad tot Eosinophilia myalgia kan leiden.