Onoirbare verdachtmakingen aan de joodse journalistiek

Het artikel 'Israelisch zelfbedrog' van J. A. A. van Doorn (NRC Handelsblad, 18 oktober) vraagt om een reactie. Het gaat hierbij niet alleen om de wijze waarop de columnist zich over mijn artikel, 'Palestijnen speelden met vuur' (12 oktober) uitlaat. Veeleer verdienen zijn opmerkingen over de berichtgeving van 'de joodse journalisten' over Israel de aandacht. Van Doorns opvatting, dat zij hun journalistieke ethiek opofferen aan de belangen van Israel, is een onoirbare verdachtmaking. Het doet geen enkel recht aan het brede scala van meningen, dat onder joodse journalisten buiten Israel over het optreden van Israel bestaat. De Nederlandse pers geeft daarvan dagelijks blijk. Voor Van Doorn zijn joodse journalisten, wat ze ook schrijven, bij voorbaat verdacht. Een perfect voorbeeld van 'Guilt by association', niet fundamenteel verschillend van de wijze waarop de leider van het Front National, Jean Marie le Pen, zich regelmatig uitlaat over de joodse journalisten in Frankrijk.

En wat te zeggen van de kwalificatie: 'propagandamachine', voor artikelen die op opiniepagina's verschijnen. Van Doorn citeert er een in de Nederlandse pers, het mijne, benevens het vertaalde stuk van de Amerikaan Rosenthal en een ingezonden brief van een dame in de Volkskrant. Een propagandamachine? Een joods complot misschien?

Ook waar het gaat om Israelische journalisten is Van Doorns beschuldiging ongefundeerd. Hij blijkt er geen idee van te hebben hoe hard en open de op angelsaksische leest geschoeide Israelische pers functioneert. Ik nodig hem uit de dageditie van de voor hem toegankelijke, Engelstalige Jerusalem Post van de laatste jaren op het CIDI te bestuderen. Hij mag alle kranten van zijn keuze ter vergelijking ernaast leggen. De resultaten van dit onderzoek over de verslaggeving over de Palestijnen dient hij evenwel onomwonden naar buiten te brengen. Ik voorzie een 'mea culpa'.

Enkele opmerkingen over Van Doorns kritiek op mijn artikel. Hij stelt dat geen der biddende joden gewond raakte door de van de Klaagmuur afgeworpen stenen. Onjuist. Volgens de Jerusalem Post van 9 oktober raakten er elf aan de voet van de Klaagmuur gewond, en acht politieagenten.

Voorts zegt Van Doorn dat de bevindingen van de mensenrechtenorganisatie B'tselem de versie van de Israelische politie en van de 'joodse journalisten' ernstig hebben ondermijnd. Onjuist. Ook B'tselem stelt dat de Palestijnen met het gooien van stenen zijn begonnen alvorens de politie is gaan schieten. B'tselems kritiek richt zich op de reactie van de Israelische politie, derhalve op het bloedige vervolg van de gebeurtenissen. Ook in mijn stuk wordt de politie 'onverantwoord' genoemd. B'tselems versie verschilt alleen in zoverre van de mijne, dat zij stelt dat de eerste stenen naar de politie zijn gegooid en daarna naar de beneden staande gelovigen. Overigens telt B'tselem twee keer zoveel gewonden onder de biddende joden, tweeentwintig, als men deed in de eerste berichten in de Israelische pers.

Geen enkel bericht bevestigt Van Doorns uitspraak over de biddende joden. Sommigen van hen zijn volgens hem 'met machinepistolen uitgeruste religieuze fanaten'. Ook hier wordt onbekommerd de associatieve beschuldiging gehanteerd, naar het schijnt om de massale stenenregen op biddende mensen te bagatelliseren. In het verlengde hiervan komt Van Doorn uit op de mededeling, dat er 'in Jeruzalem gelovigen in soorten' zijn, omdat 'de moslimgelovigen de toegang tot hun gebedsruimten zien versperd door Israelische militairen'. Een irrelevante beschuldiging. Net als de columnist weet iedereen dat de toegang pas werd versperd na de geweldadigheden op de Tempelberg, uit vrees dat de islamitische gebedsruimten wederom voor oneigenlijke doelen zou worden gebruikt.

De vraag rest waarom Van Doorn toch iedere keer weer Israel in de beklaagdenbank zet. Amoz Oz, Israelisch schrijver en Vrede Nu activist, geeft daarop in een interview met HP/De Tijd van 28 september een antwoord, dat mij zeer aanspreekt: 'De blunders van Westerse intellectuelen gelovig of niet zijn doorgaans gebaseerd op een desastreuze mix van christelijke sentimentaliteit en Realpolitiek. Conflicten vertalen ze altijd in David en Goliathverhoudingen, waarbij ze consequent in de armen van David springen. Ook al heeft hij een keer ongelijk, ook al heeft hij een keer de moeilijkheden veroorzaakt. Ik veracht die geestelijke luiheid, die onwil om iets te begrijpen.'

    • Documentatie Israël in den Haag
    • R. M. Naftaniel