Onderwijsakkoord bevat wijziging in koers van bonden

ROTTERDAM, 23 okt. Tot twee keer toe verzekerde staatssecretaris Wallage (onderwijs) gisteren in zijn toelichting op het akkoord met de onderwijsvakbonden dat er geen 'koppelverkoop' had plaatsgevonden. Er was volgens hem hard maar open over de verschillende onderdelen van het convenant onderhandeld. Een offer op het ene onderdeel was niet afgekocht met een toezegging op een ander punt.

Waar gisteren alle aandacht op de financiele paragraaf van het akkoord was gevestigd, waarin de afspraken over de verdeling van zo'n 250 miljoen gulden in 1996 wordt geregeld, blijken de 'kleine lettertjes' -de pre-ambule- het meeste nieuws te bevatten. De daar verwoorde koerswijziging van de bonden is op een aantal punten niet gering.

Zo zijn de bonden het er nu over eens dat de basisvorming in de eerste fase van het voortgezet onderwijs moet worden ingevoerd. Dat is voor een deel van de bonden een nieuw standpunt. Ook leggen ze zich al op voorhand vast niet te zullen zeuren over de nog onbekende plannen van de bewindslieden met de tweede fase van het voortgezet onderwijs en over de manier waarop ze het basisonderwijs en speciaal onderwijs willen laten samenwerken.

Maar de meest opvallende koerswijziging heeft betrekking op de schaalvergroting in het basisonderwijs. Enkele weken geleden nog, lieten de bonden Wallage weten dat zij niet met hem wensten te praten over het advies van een werkgroep om de basisscholen door fusies aanzienlijk te vergroten. Het voorstel van die commissie - opheffing van scholen met minder dan 250 leerlingen - zou niet realistisch zijn. Nu hebben de bonden zich in feite vastgelegd op een minimumomvang van 170 leerlingen per school en stemmen ze in met een aanzienlijke schaalvergroting in het basisonderwijs. Dat doen ze door in de pre-ambule al op voorhand akkoord te gaan met een nieuwe manier van financieren van het basisonderwijs waarbij de vaste vergoeding die een school onafhankelijk van het aantal leerlingen krijgt, wordt verlaagd of zelfs verdwijnt. Dat maakt het voor kleine scholen financieel onaantrekkelijk om klein te blijven.

Daarnaast gaan de bonden er mee akkoord dat de bijna drieduizend scholen die op dit moment al meer dan 170 leerlingen hebben, 25 miljoen gulden krijgen voor ontlasting van van de directeur (voor de resterende ruim vijfduizend scholen is er daarvoor 7,5 miljoen gulden beschikbaar). Het akkoord voorziet ook in een stimuleringsfonds van vijf miljoen gulden voor scholen die fuseren en zo boven het leerlingental van 170 komen. Een principiele reden om niet met de staatssecretaris over schaalvergroting in het basisonderwijs te praten hebben de bonden na dit akkoord niet meer.

De wat gereserveerde tevredenheid van de bonden stak gisteren schril af tegen de uitbundigheid waarmee de bewindslieden het convenant begroetten. Dat het de bonden niet lukte de door hen fel bestreden salariskorting voor het onderwijspersoneel (de zogeheten WISO-korting) ongedaan te maken is misschien minder verrassend dan de stilzwijgende afspraak dat onderwerp verder maar te laten rusten. Zoals het ook opvallend is dat het akkoord er gekomen is terwijl de onderhandelaars weten dat het onderwijs de komende tijd nog met aanzienlijke bezuinigingen (voorzichtige schattingen gaan uit van tweehonderd tot vijfhonderd miljoen) te maken krijgt. Maar zoals een van de onderhandelaars in de wandelgangen verklaarde: 'Wij konden deze 250 miljoen zich niet laten lopen. Wat er daarna gebeurt zien we dan wel weer. Het akkoord heeft dan ook inderdaad veel weg van een kaartenhuis. Zij het dat er wat lijm aan de kaarten zit'.

Het convenant lost zeker niet alle kwalen op. Het kan zich zelfs tegen de euforische bewindslieden keren als de mensen in het onderwijs worden geconfronteerd met een werkelijkheid die door bijvoorbeeld de fusies (of door de bezuinigingen) anders is dan wordt gesuggereerd. Die zouden dan echt het gevoel kunnen krijgen bij de neus te zijn genomen en het vertrouwen in 'Zoetermeer' definitief opzeggen.