Nieuwe brieven van Aldo Moro brengen Italie in rep enroer

ROME, 23 okt. Een handvol brieven van twaalf jaar geleden heeft Italie geconfronteerd met een stuk onverwerkt verleden dat lang is weggedrongen maar nog steeds een explosieve lading heeft: de ontvoering van en moord op de christen-democratische leider Aldo Moro door de linkse terreurgroep Rode Brigades, in 1978.

Op 9 oktober zijn bij een verbouwing in een appartement in Milaan 46 brieven gevonden die Moro tijdens zijn gevangenschap heeft geschreven en die, in tegenstelling tot andere brieven aan politici en familie, nooit op de bus zijn gedaan. Nieuwe feiten bevatten ze nauwelijks, maar twaalf jaar na dato is de affaire-Moro nog steeds zo gevoelig dat Giovanni Spadolini, de huidige voorzitter van de Senaat en een persoonlijke vriend van Moro (hij was diens executeur-testamentair), vrijdag sprak van een poging de Italiaanse instituties in gevaar te brengen.

Van verschillende kanten is geopperd dat de 421 vellen papier die in Milaan zijn gevonden, fotokopieen van de brieven, daar jaren later zijn verstopt, misschien zelfs pas kort geleden, om bepaalde politici onder druk te zetten. Premier Andreotti, die in de brieven zwaar wordt bekritiseerd, sprak van vreemde politieke intriges en zei dat er koppen zouden rollen als de waarheid niet snel aan het licht zou komen. Het kabinetsbesluit van gisteren om het hoofd van de militaire inlichtingendienst te vervangen wordt direct met dit dreigement in verband gebracht.

Op haar beurt wil Eleonora Moro, de weduwe, het hoofd van Andreotti. Zij overweegt Andreotti, in 1978 ook premier, en president Cossiga, indertijd minister van binnenlandse zaken en als zodanig verantwoordelijk voor de politie, voor de rechter te dagen omdat zij te weinig hebben gedaan om het leven van haar man te redden.

Aldo Moro was in 1978 de prominentste politicus van Italie. Hij was voorzitter van de christen-democratische partij maar ook, veel belangrijker, de architect van de politieke samenwerking tussen de christen-democraten en de communisten, het zogeheten historisch compromis. Met zijn ontvoering wilden de Rode Brigades de staat in het hart raken en bovendien de man treffen die het symbool was van een poging het verstarde politieke stelsel te doorbreken volgens de brigadisten een schijndoorbraak.

Moro heeft in de steeds bitterder wordende brieven die wel zijn verzonden voortdurend opgeroepen om te onderhandelen. Hij werd daarin gesteund door de Socialistische partij, ook toen al onder leiding van Bettino Craxi. Maar de christen-democraten en de communisten, geleid door Enrico Berlinguer, stelden zich op het standpunt dat met terroristen niet wordt onderhandeld, ook niet over Moro.

In de brieven die nu bekend zijn geworden en die voor een deel eerdere versies van andere brieven waren, komt vaak het verwijt van Moro terug dat zijn partijgenoten hiermee in feite zijn doodvonnis hebben getekend. De gevangen christen-democraat haalt hard uit naar zijn politieke vrienden. Cossiga is 'iemand die niet op zijn plaats is', 'geleid moet worden' en 'gehypnotiseerd (is) door Berlinguer'. Andreotti is 'een kille regisseur, ondoorgrondelijk, zonder twijfels (...) zonder een moment van menselijk meegevoel'.

Ook andere christen-democratische leiders worden fel aangevallen en Moro schreef dat hij uit de partij zou stappen als hij het er levend zou afbrengen. Maria Fida Moro, een van Moro's vier kinderen en sinds 1987 senator voor de christen-democratische partij, heeft gisteren gezegd dat de felle beschuldigingen van haar overleden vader voor haar aanleiding zijn partij te verlaten.

Veel van die aanklachten stonden ook in de andere brieven, de brieven die wel zijn verzonden. De herhaling ervan komt hard aan, maar het is vooral het oprakelen van de hele affaire dat zoveel beroering heeft veroorzaakt en opnieuw de aandacht heeft gevestigd op de vele vragen die niet zijn beantwoord.

Moro had 55 dagen gevangen gezeten toen zijn lijk op 9 mei werd gevonden in een rode Renault 4, symbolisch geparkeerd in een straatje tussen het hoofdkwartier van de communistische partij en dat van de christen-democraten. Sommige christen-democraten wekten in die periode de indruk dat zij Moro liever kwijt dan rijk waren. En het justitiele onderzoek tijdens Moro's ontvoering en in de maanden na de moord vertoont een merkwaardige, bijna verdachte opeenstapeling van incompetentie, nalatigheid en blunders.

De zaak-Moro was gaandeweg weggezakt in het collectieve geheugen van Italie, bedolven onder andere schandalen en onder het economische succesverhaal dat het land het afgelopen decennium heeft geschreven.

Over het vat met kwade dampen was een deksel gedaan. Maar dat daaruit na al die jaren nog steeds bijzonder giftige dampen kunnen opstijgen, blijkt wel uit het simpele feit dat politiek Italie in rep en roer raakte toen bekend werd dat er opnieuw brieven van Moro waren gevonden. De familieleden hadden de brieven liever geheim gehouden, maar om de steeds sneller draaiende geruchtenmolen tot stilstand te brengen werd besloten ze toch te publiceren.

Vorige week donderdag brachten de kranten lange uittreksels, en daarna begonnen de speculaties. Volgens sommigen zijn de brieven een tijdbom waarvan niet goed duidelijk is wie hem heeft geplaatst en wanneer hij af zal gaan. Zijn de originelen echt verbrand, zoals gevangen brigadisten hebben gezegd? En de belangrijkste vraag: hoe komen die brieven in Milaan?

Moro is in Rome ontvoerd en is in Rome gevangen gehouden. Op 1 oktober 1978, vijf maanden na de moord op Moro, deed de politie een inval in het appartement aan de Via Monte Nevoso in Milaan, dat al een tijdje in de gaten werd gehouden. Hierbij werd een aantal documenten over de ontvoering van Moro gevonden, maar niet de 46 brieven die hier nu als bij toeval zijn ontdekt achter een vals muurtje onder een raam. Is de huiszoeking indertijd zo slecht gedaan, of zijn de documenten er later verstopt?

Voorlopig eindigen de berichten over deze nieuwe affaire-Moro alleen maar met vraagtekens. Eugenio Scalfari, hoofdredacteur van La Repubblica, wees er zondag in een opvallend berustend commentaar op dat er veel mensen zijn die er belang bij hebben de democratie en haar instellingen te verzwakken: van neo-fascisten, aartsconservatieven en vrijmetselaars tot mafiosi, wapenhandelaars en drugssmokkelaars, en vaak werken ze nog samen ook.

De ervaring heeft geleerd dat we ons geen illusies moeten maken over de mogelijkheid om klaarheid te brengen in de grote onopgeloste raadsels van onze recente geschiedenis, aldus Scalfari. 'Er is een grijze zone tussen de democratische instellingen en de groepen die daartegen samenzweren. In die grijze zone lopen de onderzoeken onvermijdelijk vast.'

    • Marc Leijendekker