Nederlands beleid jegens Zuid-Afrika verandert langzaam; De Klerk heeft niets te verwachten

Heel langzaam verandert de Nederlandse houding ten opzichte van Zuid-Afrika. Den Haag past zijn tempo aan bij de ontwikkelingen in het land zelf. In Zuid-Afrika verschillen regering en een meerderheid van de zwarten sterk van mening over bijvoorbeeld handhaving van de sancties. De Nederlandse politici kiezen tot nu toe de kant van de zwarten. Ook het vandaag begonnen staatsbezoek aan Nederland van president F. W. de Klerk zal daar niets fundamenteels aan veranderen.

DEN HAAG, 23 okt. De huidige situatie van pas-op-de-plaats in het Nederlandse Zuid-Afrika-beleid wordt goed geillustreerd door de houding van de CDA-fractie in de Tweede Kamer. Aan het einde van een achtdaagse reis door Zuid-Afrika in september pleitte de CDA'er De Hoop Scheffer voor intrekking van het wetsvoorstel dat nieuwe investeringen verbiedt. Er leek beweging te komen in het Zuid-Afrikabeleid, want de VVD steunde het CDA op dit punt en samen hebben ze een meerderheid. Inmiddels heeft de coalitie met de PvdA aan dit plan een draai gegeven: het CDA vindt nog wel dat het wetsvoorstel van tafel moet, maar er hoeft pas in februari over te worden gepraat.

De Hoop Scheffers voorstel was nog het radicaalste idee dat uit de Kamerdelegatie kwam na het bezoek aan Zuid-Afrika: intrekking van een wetsvoorstel dat vele maanden al niet officieel is ingediend en waarvan een meerderheid van de Kamer meent dat het helemaal geen wet moet worden.

Een politieke pirouette op een stoeptegel.

Niettemin lieten PvdA, Groen Links en ook D66 meteen weten niets voor De Hoop Scheffers conclusie te voelen. Het wetsvoorstel moest 'boven de markt blijven hangen', zoals dat op het Binnenhof heet.

Ook van de regering heeft de vanmorgen op het marinevliegkamp Valkenburg aangekomen Zuidafrikaanse president en regeringsleider F. W. de Klerk geen concessies te verwachten. Premier Lubbers en minister Van den Broek zijn niet van plan hun vingers te branden aan dit zo gevoelige thema. Een reeks organisaties heeft de afgelopen dagen laten weten dat de druk op Zuid-Afrika niet mag worden afgezwakt. De komst van De Klerk, met het hele ontvangst- en dinerprotocol, is al mooi genoeg. Een woord, een daad verkeerd en het demonstrantenwezen staat weer op het Binnenhof.

Van den Broeks mededeling, dit weekeinde, dat hij er bij de EG voor zal pleiten bij de opheffing van sancties als eerste de investeringsstop in te trekken, heeft weinig betekenis. In de eerste plaats zegt die mededeling niets over het tijdstip van de opheffing en in de tweede plaats weet Van den Broek dat de meerderheid van de EG-landen nog niet aan opheffing van sancties toe is. Zijn uitspraak is vooral een vriendelijk gebaar naar De Klerk, die in navolging van ANC-leider Mandela immers een 'integer mens' mag heten.

De zeven Tweede-Kamerleden die begin september naar Pretoria, Johannesburg, Kaapstad, Durban en Ulundi reisden, zijn acht dagen lang geconfronteerd met het begrip 'onomkeerbaarheid', een kernbegrip in de discussie tussen de meerderheid van de zwarten en de Zuidafrikaanse regering. De meeste blanken met wie zij praatten, beschouwden het proces naar volledige afschaffing van de apartheid als onomkeerbaar. Een uitzondering daarop was onder anderen ds. Beyers Naude, die ook de afgelopen dagen richting Den Haag liet weten dat de sancties nog niet kunnen worden opgeheven. Nelson Mandela en de meeste zwarte vertegenwoordigers die de Kamerleden te spreken kregen, riepen op de sancties voorlopig te handhaven, totdat het veranderingsproces onomkeerbaar was. Dat moment zouden zij bepalen, Westerse politici moesten daarover niets op eigen houtje beslissen. Die opvatting werd niet gedeeld door Zulu-leider Buthelezi, die steeds tegen politieke en economische sancties is geweest.

De Nederlandse parlementariers werden in Zuid-Afrika aan een wisselbad van opvattingen onderworpen. Volgens de ANC-leiders hebben de financiele en economische sancties de blanke regering tot concessies gedwongen; ze moeten blijven bestaan om te voorkomen dat De Klerk de blanken belangrijke groepsrechten verleent die een one-man-one-vote systeem ondermijnen. Buthelezi zei daarentegen dat niet de sancties De Klerk tot zijn veranderingspolitiek hebben gedwongen. 'Dat idee onderschat al onze inspanningen om van binnenuit het systeem te veranderen.' Sancties, zei hij, spelen op dit moment vooral uiterst rechtse blanken in de kaart, die aanhang trachten te winnen met de stelling dat het de zwarte leiders er vooral om begonnen is het land economisch te wurgen.

In industriele kringen vernamen de Kamerleden dat financiele sancties, in het bijzonder het embargo op leningen van het Internationale Monetaire Fonds, een sterk effect gehad hebben op de bereidwilligheid van de regering. Gebrek aan kapitaal joegen rente en inflatie omhoog, de regering was tot actie gedwongen. 'Wie beweert dat de sancties ons tot onze ommekeer hebben gedwongen, beseft niet hoe veel van ons blanke Zuidafrikanen hebben ingezien dat we met iets moreels onjuist bezig waren', zegt daarentegen een verlichte blanke als Van Zijl Slabbert.

Hij en andere blanken pleitten trouwens voor een geleidelijke en niet voor een plotselinge opheffing van de embargo's tegen hun land. In Nederlandse ondernemerskring in Johannesburg had men echter weer een andere stelling: als sancties niet snel worden opgeheven, is de Zuidafrikaanse economie straks niet meer sterk genoeg om als economisch trekpaard voor de hele zuidelijk Afrikaanse regio te fungeren. Mandela's tegenwerping was: 'Als de sancties zouden worden opgeheven, zou ik de mensen in mijn kring die wapens willen niet meer kunnen tegenhouden en zou de trekpaard-functie van Zuid-Afrika helemaal geen kans krijgen.'

Naarmate de zeven Kamerleden langer in Zuid-Afrika verbleven en zij met buitengewone ijver vertegenwoordigers van weer nieuwe groeperingen ondervroegen, werd hun kennis van de problemen intensiever en verfijnder. Maar de impulsen spraken elkaar zodanig tegen, dat ze wat de politieke consequenties betreft nauwelijks wijzigingen in hun vroegere standpunten konden aanbrengen. De grootste verandering is het feit dat ze geen bezwaren meer hebben tegen menselijke contacten met Zuid-Afrika.

Daarom heeft ook de PvdA de komst van president De Klerk naar Nederland geaccepteerd en zullen ook de vertegenwoordigers van de partij in de commissies van buitenlandse zaken in Eerste en Tweede Kamer morgenochtend aan het gesprek met hem deelnemen. Daarom hebben de politici zich niet verzet tegen de toepassing van het volledige protocol, met inbegrip van een bezoek aan koningin Beatrix. Daarom ook zullen wel hier en daar demonstranten staan, maar organiseren de anti-apartheidsgroepen geen massale acties. De Klerk wordt hier niet gezien als een Gorbatsjov, ondanks het feit dat ook hij het systeem in zijn land verandert, nadat hij er zelf groot in is geworden. Zijn beloning voor zijn huidige beleid zit vooral in wat er niet gebeurt, in wat Nederland niet doet. Het verwerpt de blanken in Zuid-Afrika niet meer. 'Zuid-Afrika is geen paria meer voor Nederland', zei delegatielid Van Traa (PvdA) na terugkeer.