Lijfrente-aftrek

Vorige week maandag beperkte een persbericht met onmiddellijke ingang voor veel mensen de aftrekmogelijkheden voor lijfrentetermijnen. Het document van amper een vel draagt alle tekenen van haastwerk. Eigenlijk was het niet meer dan een rap in elkaar gezette voorsprong op een meer uitgebreid persbericht dat vrijdag na de ministerraad uitgegeven had moeten worden. Het eerdere persbericht diende vooral om te voorkomen dat er weer een geruchtenkoorts kon ontstaan.

Hoewel de verzekeraars de bui al zagen hangen, rekenden zij er inderdaad niet op dat er een beslissing zou vallen voordat de ministerraad met de beperking akkoord was gegaan. Misschien was de stap van Kok ook een verrassing voor zijn collega Andriessen, die de verzekeraars een goed hart toedraagt. Toch was Andriessen niet volledig uit het veld geslagen. Het op vrijdag voorziene persbericht kon niet uitgaan. Niettemin bestond na afloop van de ministerraad van vrijdag algemeen de indruk dat er overeenstemming was bereikt over de aanpak van de lijfrente-aftrek.

Maandagochtend was de Rijksvoorlichtingsdienst voorzichtiger: op Financien moeten nog wat technische wijzigingen worden aangebracht, maar de aangekondigde beperking per 16 oktober staat vast. De woordvoerder van Financien kersvers uit het overleg met zijn bewindslieden hield meer slagen om de arm. Misschien zou het hele wijzigingsplan, nadat de technische aanpassingen waren aangebracht, opnieuw in de ministerraad ter sprake komen. Zijns inziens kon er dus niet van een akkoord in het kabinet worden gesproken.

Maar dan was er toch tenminste overeenstemming over 16 oktober als datum van de aftrekbeperking? Nee, ook dat wilde de Rijksvoorlichtingsdienst niet voor zijn rekening nemen. Hij kwam niet verder dan een verwijzing naar de uitspraak van de minister-president die het vrijdagavond 'zeer legitiem' achtte dat Kok per persbericht de fatale datum had bepaald. Kennelijk weet Kok zich gesteund door Lubbers, maar is de strijd voor Andriessen nog niet verloren. Het persbericht van 15 oktober heeft op dit punt veel van zijn heldere glans verloren.

Op een ander punt ontstaat er gaandeweg meer duidelijkheid. Dat betreft de vraag welke contracten er al dan niet door de aftrekbeperking worden getroffen. 'Als de klant het aanmeldingsformulier voor een lijfrente heeft aangevraagd, zit men nog goed', aldus een al te naieve opvatting van een verzekeraar. 'Het aanvraagformulier moet voor 16 oktober door de verzekeraar zijn ontvangen', zo meent een meer realistische vakgenoot. 'Pas als de verzekeraar de aanvraag tijdig heeft geaccepteerd', luidt de meer algemeen heersende opvatting. Een enkele pessimist meent dat men naar het moment van premiebetaling moet kijken.

Financien liet al snel weten dat het gaat om het moment dat de verzekeraar en de verzekerde een 'wilsovereenstemming' hebben bereikt. Hier blijkt echter een lelijk addertje onder het gras te schuilen. De belastingdienst zal een aftrekpost volgens het 'oude regime' alleen accepteren als het lijfrentecontract uiterlijk op 15 oktober volledig tot stand was gekomen; dat wil zeggen zonder mitsen en maren.

Verreweg het meeste gebruik van de lijfrente-aftrek maakt men voor een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Dat is een gewoon verzekeringscontract dat op een bepaald moment een geldsom uitkeert; geld dat men evenwel alleen mag gebruiken om een lijfrente te kopen. Daarom krijgt men van de fiscus voor de premies van zo'n verzekering dezelfde aftrekmogelijkheden als voor 'echte' lijfrentepremies. Omdat de verzekeraar bij die kapitaalsverzekeringen vervroegd uitkeert bij het overlijden van de verzekerde, zal de verzekeringsmaatschappij meestal een medische keuring verlangen voordat zij definitief de verzekering accepteert. Een klant die snel na het sluiten van de verzekering overlijdt, betekent immers een verliespost.

De belastinginspecteur die beoordeelt of een lijfrente-overeenkomst nog voor 16 oktober is afgesloten, kijkt naar het moment waarop de overeenkomst 'perfect' is geworden. De woordvoerder van de belastingdienst die dit meedeelt, onderstreept dat dit bij de gebruikelijke acceptatieprocedures betekent dat het toetsmoment steeds ligt na de medische keuring.

Bij de gebruikelijke verzekeringscontracten accepteert de verzekeraar de aanvraag onder het voorbehoud dat een medische keuring gunstig uitpakt. Dat voorbehoud is dodelijk als daardoor de uiteindelijke acceptatie pas na 15 oktober plaatshad.

Dit alles betekent niet alleen dat veel mensen die op 16 oktober een soepele verzekeraar bereid vonden zich 'een dag te vergissen', alsnog achter het net vissen. Het betekent ook dat de meeste mensen die al in september een kapitaalsverzekering met lijfrenteclausule sloten, ook door de op 15 oktober afgekondigde beperkingen worden getroffen.

Als de verzekeraars van de schrik zijn bekomen, zullen zij de opstelling van Financien zeker aanvechten. Het standpunt van de belastingdienst is juridisch evenwel zeer verdedigbaar. Als we het op de rechter laten aankomen om het laatste woord hierover te spreken, moeten we zeker tot 1994 wachten. Daarom zou het beter zijn dat er tijdens de parlementaire behandeling duidelijkheid ontstaat. Redelijk zou zijn dat de staatssecretaris toezegt dat de fiscus reele lijfrentecontracten van voor 16 oktober soepel zal behandelen, ook als de medische keuring pas later plaatshad.