Inspecteurs niet welkom op veemarkt

LEIDEN, 23 okt. In een hoek van de veemarkt in de Groenoordhallen in Leiden ligt een zeug te rillen. Ze ademt zwaar, heeft ingevallen flanken en een open, etterende wond op haar linkerachterpoot. Twee inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst van de Dierenbescherming staan er naast, maar doen niets. Actie zou voor de zeug enkel uitstel van executie betekenen. Nu zal ze nog op dezelfde dag in het slachthuis arriveren.

De inspecteurs M. Broekhuizen en D. Duyzer voelden zich vanochtend vroeg ongemakkelijk in deze situatie. Eigenlijk zouden we de zeug in beslag moeten nemen en linea recta naar het slachthuis moeten brengen, zegt Broekhuizen. Maar bij rondvraag onder de omstanders blijkt het varken ineens geen eigenaar te hebben zodat inbeslagneming niet mogelijk is. De dierenarts, die dergelijke 'wrakke' dieren niet op de markt mag toelaten, weet niet hoe de zeug toch binnen is gekomen. De inspecteurs zouden graag zien dat het injecteren van een chip in het lichaam met daarop alle gegevens over de herkomst verplicht wordt gesteld. Bij veel raspaarden wordt dat op het ogenblik al gedaan.

De inspecteurs zeggen inmiddels een olifantshuid te hebben gekregen door de opmerkingen en scheldwoorden die hun regelmatig worden toegevoegd. Ze zijn geen graag geziene gasten. Dat geldt niet alleen voor de veemarkten. Het grootste deel van hun werktijd besteden de inspecteurs aan het natrekken van tips van particulieren en politie over mishandelde en verwaarloosde huisdieren en vee. 'Vooral in het circuit van illegale hondenfokkers wordt men soms erg agressief', zegt Broekhuizen. Hij heeft collega's wier familieleden zijn bedreigd.

Op veemarkten blijft het over het algemeen bij verbaal geweld. Vanochtend zei een veedrijver toen hij de inspecteurs zag opzettelijk hard genoeg tegen een collega: 'Heb jij een veeprikker bij de hand?.' Ze refereerden hiermee aan gebeurtenissen rondom de inspecteur die vorige week tijdens de jaarlijkse veemarkt in Zuidlaren werd bewerkt met een elektrische veeprikker.

Beide inspecteurs noemen dit geval een incident, te wijten aan alle stress die heerst tijdens de markturen. 'In een kort tijdsbestek moeten veel dieren worden uitgeladen of ingeladen. De veedrijver krijgt betaald per stuk vee dat hij de markthallen in of uit drijft. Tijd is dus geld', zegt Broekhuizen. Vooral bij de schapenhandel neemt een verkeerde behandeling volgens hem daardoor de laatste tijd ernstige vormen aan: 'Het schaap dat vooraan staat, niet wil lopen en daardoor de rest tegenhoudt, wordt met twee vingers in de oogkassen gegrepen en vooruit getrokken. Veeprikkers worden op de ogen en het scrotum gezet.'

Tegen onjuist gebruik van vee prikkers kunnen de inspecteurs weinig doen. In de wet staat namelijk wel vermeld wanneer de prikker mag worden gebruikt maar niet op welke delen van het dier. Om die reden zou de Wet wapens en munitie moeten worden gewijzigd, vindt de inspectie. Behalve veel pijn houden de beesten veelal geen letsel over aan de stroomstoten, zegt Broekhuizen. Een aanklacht indienen wegens mishandeling zoals bij stokslagen en dergelijke maakt daarom weinig kans.

De in zwarte stofjas gehulde en met wandelstok gewapende veedrijvers en handelaren volgen de bewegingen van de twee inspecteurs vanuit hun ooghoeken nauwlettend. Ondertussen worden hammen met interesse bevoeld en kalveren met een korte tik tot huppelen aangezet. Zeugen worden met behulp van een schop of de veeprikker op de weegschaal geleid. Inspecteur Broekhuizen toont de hoorn van ongeveer vijf centimeter lang die hij van een koe heeft afgezaagd omdat het ding voor de helft terug de kop was ingegroeid. 'Toen ik er opmerkingen over maakte, volgde de gebruikelijke reactie', zegt de inspecteur: 'Wat geeft het, meneer, dat dier is toch voor de dood.'.