EG kan geen plan maken voor hulp Moskou

LUXEMBURG, 23 okt. De Europese Commissie zal er niet in slagen een rapport over hulp aan de Sovjet-Unie op te stellen dat zij zou voorbereiden voor de extra EG-top die zaterdag en zondag in Rome wordt gehouden.

'Exploratoire' missies die naar de Sovjet-Unie zijn gestuurd om de behoeften en mogelijkheden te peilen zijn, aldus een diplomaat, op een muur van 'volstrekte ondoorzichtigheid' gestuit 'waar je niets mee kunt beginnen'.

Op de top van de twaalf EG-landen in juni in Dublin hadden de staats- en regeringleiders van de Europese Gemeenschap de Europese Commissie, het 'dagelijks bestuur' van de EG, opdracht gegeven een programma uit te werken voor uitgebreide hulp aan de Sovjet-Unie. Bij de bespreking gisteren van de recente ervaringen van ambtenaren van de Europese Commissie in Moskou bleek dat de politieke toestand in de Sovjet-Unie zo ondoorzichtig is en de statistische gegevens zo weinig betrouwbaar, dat het onmogelijk is een concreet plan op te stellen.

Wel wordt gedacht aan de mogelijkheid om korte-termijnkredieten beschikbaar te stellen voor de invoer van consumptiegoederen. Ook wordt bekeken of er hulp moet worden geboden voor de betalingsbalans, al was, zoals minister Van den Broek gisteren zei, de noodzaak daarvoor wellicht iets minder geworden wegens de gestegen olieprijs.

Van den Broek heeft zijn Europese collega's gisteren aandacht gevraagd voor het plan voor een Europese energiegemeenschap dat premier Lubbers in juni in Dublin heeft gepresenteerd en dat gericht is op de grootscheepse exploratie en exploitatie van de olie- en aardgasreserves van de Sovjet-Unie, waardoor dat land harde valuta zou kunnen verdienen. Op topniveau in Moskou, zo zei Van den Broek, bestaat er veel belangstelling voor het plan, maar op de niveaus daaronder, bij de technocraten, stuit het op verzet. Wat de EG betreft signaleerde de minister 'twijfels' bij sommige landen in verband met de positie van andere gasexporteurs, zoals Algerije.

Tegen de zin van veel leden van het Europees Parlement heeft de EG gisteren alsnog het akkoord over handel en economische samenwerking met Roemenie ondertekend. Oorspronkelijk zou het akkoord in juni zijn ondertekend, maar na de gebeurtenissen in het centrum van Boekarest, waar demonstrerende studenten door uit de provincie opgetrommelde mijnwerkers in elkaar werden geslagen, werd dat toen uitgesteld.

Op de persconferentie na de ondertekening zei de Roemeense premier, Petre Roman, gisteren dat zoiets in de toekomst niet meer zou voorkomen. Hij pleitte voor enig geduld, omdat Roemenie een 'democratie in opbouw' is. De Italiaanse voorzitter van de raad van ministers van buitenlandse zaken, Gianni De Michelis, legde er de nadruk op dat het gesloten akkoord een raamovereenkomst is waarvan de invulling afhankelijk is van de voortgang van de democratie in Roemenie.

Nederland is, met een groot aantal Europarlementariers, van mening dat de ondertekening van het akkoord beter nog wat uitgesteld had kunnen worden. Den Haag heeft zich echter neergelegd bij de mening van de overige EG-landen dat het niet aanging om Roemenie, dat zich krachtig achter de sancties tegen Irak heeft opgesteld, anders te behandelen dan landen als China en Iran, die de EG voor eenzelfde houding heeft beloond.

De Oosteuropese landen zullen volgend jaar waarschijnlijk bijna zeven miljard dollar meer nodig hebben door de verhoging van de olieprijs, zo bleek gisteren uit schattingen van de Europese Commissie. Daardoor komen de hulpprogramma's van de 24OESO-landen die hulp hebben geboden in de knel, zo wordt gevreesd.

    • Frits Schaling