Diabetes onder controle door beter insuline-regiem

Uit een onderzoek van het universiteitsziekenhuis van Odense, Denemarken, blijkt dat het effectief is om achteraf te controleren of suikerziekte-patienten de voorafgaande maanden de juiste hoeveelheid insuline hebben gekregen om hun bloedsuikerspiegel in toom te houden. Zo nam het aantal patienten dat een slecht gereguleerde suikerspiegel vertoonde met vijftien procent af. Bovendien waren er minder ziekenhuis-opnames nodig dan bij een controlegroep het geval was (New England Journal of Medicine, 11 okt.)

De Denen controleerden regelmatig het geglycosyleerd hemoglobinegehalte (HbA1c-gehalte) in het bloed van de patienten. Deze stof wordt gevormd doordat glucose zich bindt aan het bloedeiwit hemoglobine. Al enige tijd geleden heeft men ontdekt dat de mate waarin dit gebeurt, bepaald wordt door de bloedsuikerspiegel in de daaraan voorafgaande maanden. Als een diabetes-patient een hoog percentage HbA1c (meer dan 10%) heeft, betekent dit dat hij of zij perioden van hyperglycemie (te hoge bloedsuikerspiegels) heeft doorgemaakt. Het HbA1c-gehalte geeft dus informatie over de beheersing van de ziekte over een langere periode, terwijl een directe meting van de bloedsuikerspiegel alleen iets zegt over de hoeveelheid glucose die zich op dat moment in het bloed bevindt.

Als suikerziekte niet goed geregeld wordt, loopt de patient een sterk verhoogde kans dat zijn bloedvaten op den duur beschadigd raken. Dat leidt onder andere tot schade aan het netvlies (retinopathie), tot nierfunctiestoornissen en tot een snelle verkalking van de kransslagaders van het hart. Uit eerder onderzoek is al bekend dat schade aan het netvlies alleen voorkomt bij patienten met een hoog HbA1c-gehalte. In de toekomst kunnen zulke complicaties, die tot voor kort onontkoombaar leken, door een betere regulering wellicht voorkomen worden.

Overigens blijft het voor het bepalen van het insuline-regiem, dat wil zeggen de doses insuline die een bepaalde patient nodig heeft om een min of meer normale bloedsuikerspiegel te bereiken, wel nodig dat ook de glucosespiegel in het bloed regelmatig gemeten wordt. De bepaling van het geglycosyleerd hemoglobinegehalte is alleen een hulpmiddel om achteraf te kijken of alles goed is gegaan. Het levert dan de mogelijkheid om met dieetadviezen en het bijstellen van de insuline-hoeveelheden de ziekte beter onder controle te krijgen. (