Dagboek

Donderdag

Half acht wakker door geruis: het regent. Wat is het heerlijk in mijn tentje.

Collega N heeft de caravan mee. Het enige wat aan de keukenset ontbreekt is een fritessnijder. K en G verrichten de hele week al culinaire hoogstandjes, terwijl vijftig vierdeklassers om ons heen zich behelpen met blik uit de Ardennen. Wij drinken glaasjes wijn op deze onrechtvaardigheid.

We gaan vandaag kanovaren, behalve N en K. Zij zijn er te oud voor. Iedereen boven de 20 is er te oud voor, maar ik doe net alsof. Een bus brengt de kanovaarders naar een plaatsje met veel klinkers in een diep dal te bereiken langs een kronkelige weg. Marian geeft over. Wat kunnen kinderen er stralend gezond uitzien als ze overgeven. Tussen de antiperistaltische bewegingen door kijkt ze me met glanzende ogen wezenloos aan. Diagnose: te veel Pisang Ambon. Het is niet erg, haar produkt is zo schoon als babytjespoep.

Naast de kano's kleden we ons uit. Ik draag een paar sandalen, een zwembroek, een hemd, een poloshirt en een rubber jack. Het is fris en het regent nog steeds. Ik stap achterin de tweepersoonskano en zal 21 kilometer achter een jeugdige bos haar aan peddelen.

De rivier is heel mooi, vooral als de zon schijnt. Na tien meter komt de eerste puts water ongeveer ter hoogte van mijn nieren de boot in. Van mijn tenen tot halverwege navel en tepeltjes is alles nat. Dit blijft zo de komende viereneenhalf uur. Regelmatig, juist als het natte hemd lauw begint te worden door mijn lichaamswarmte, wordt het water ververst: onhandig gebruik van de peddel, een onverwachte stroomversnelling of een grapje van een naburige kano.

Halverwege zitten N en K met kratten frisse limonade aan de kant. Ik hoef niet. Voortdurend dringt koel water door alle porien mijn onderlijf in. Ondertussen doet de afkoeling blaas en geslacht verschrompelen: zo kost een plasje nog moeite.

Als het eindpunt is bereikt, blijk ik te weinig droge kleren bij me te hebben. Vreemd: korte broek zonder ondergoed. Het blijft koel deze dag tot er op de camping thee en warme kleren zijn. Later is er een barbecue, die uren lang voortsuddert, en dan warme chocolademelk en dan kinderen, die zo moe zijn dat ze zonder tegenstribbelen rond middernacht in hun nog steeds klamme tentjes kruipen. Als die morgen maar droog zijn, want dan gaan we weg.

Om half een hangen we tevreden in N's tuinmeubilair. K loopt een rondje: 'Volgens mij zijn er 3 te weinig'. Of niet? We gaan ze tellen: dertig ritsen open en dicht, maar halverwege raakt G de tel kwijt. Nog een keer: twee meisjes liggen in een jongenstent, en er zijn er drie te weinig. Wat doen we, zoeken of wachten? Om vier uur komen de dames binnen. Wij zijn ondertussen uitgepraat.

Vrijdag

Half acht wakker door geruis: het regent. Wat is het heerlijk in mijn tentje.