Chase, Chemical en 'Manny Hanny' zijn fusiekandidaten; Maarbuiten New York is niemand nog in deze banken geinteresseerd

NEW YORK, 23 okt. Het mag nu ook in beleefd gezelschap worden gezegd: Chase Manhattan Bank, Chemical Bank en Manufacturers Hanover Trust ('Manny Hanny'), drie van de grootste banken van de Verenigde Staten, zijn fusiekandidaten.

De voornaamste redenen: het geringe eigen vermogen (zwakke kapitalisatie), hun brede overlapping en het gebrek aan kopers van buiten de stad. De onderliggende reden: er zijn teveel banken, niet alleen in New York maar in het hele land. De Verenigde Staten hebben 13.000 banken plus eenzelfde aantal pseudo-bankinstellingen. Dat betekent een bank voor iedere 9.600 inwoners, tegen een op 13.700 in Duitsland, een op 86.000 in Engeland, en een op 63.200 in Frankrijk.

De topmanagers van de drie banken zijn nog steeds zeer beschroomd om openlijk over specifieke fusies te praten. Waarnemers denken dat het nog een paar jaar zal duren voor het zo ver is. Niemand weet welke banken het beste bij elkaar zouden passen en wie het initiatief zal nemen. Maar het is veelzeggend genoeg dat Chase, de bank van de Rockefellers die tien jaar geleden nog een soort vooruitgeschoven post van het State Department was, dit soort vragen niet meer kan negeren.

Haast is er overigens niet. 'Mijn doel is het schip op koers te leggen, dan kunnen we al die opties evalueren', zei de aankomende topman van Chase Manhattan, Thomas Labrecque, in een vraaggesprek met Business Week.

Volgens financiele analisten op Wall Street die bankaandelen beoordelen is dat begrijpelijk. 'Je hebt zeer koppige leiders in die drie banken', zegt een analist. 'En twee daarvan zijn net nieuw.' Hij doelt op Labrecque, die eind deze maand officieel de leiding overneemt, en Thomas Johnson, president van Manufacturers, die in december overstapte van Chemical Bank. Johnson stapte over omdat hij niet nummer een kon worden bij Chemical, en wel bij 'Manny Hanny'; en Labrecque heeft nog niet laten zien wat hij kan, aldus deze analist.

De drie banken zijn naar internationale maatstaven zwak, zeker als ze hun leningen aan Derde-wereldlanden zouden afschrijven. Volgens Dan Brumbaugh en Robert Litan, twee onafhankelijke bankanalisten, hebben Chase, Chemical en 'Manny Hanny' kapitaal als percentage van uitstaande leningen van slechts respectievelijk 5,41 procent, 4,06 procent en 5,31 procent. Als ze hun Derde-wereldleningen zouden afschrijven zouden die percentages respectievelijk 3,61, 2,45 en 2,34 zijn.

Een fusie tussen twee van de drie banken, welke dat dan ook mogen zijn, ziet er aantrekkelijk uit. Bezuinigingen dank zij de fusie zouden enorme besparingen kunnen opleveren. De drie banken zijn net als de Nederlandse banken oververtegenwoordigd op de consumentenmarkt, hun filialennet zou kunnen worden gehalveerd. Alle dienstverlenende diensten zouden ook gehalveerd kunnen worden. De besparingen zouden 30 procent van de bedrijfskosten kunnen zijn. Voor Chase zou dat neerkomen op een besparing van 1,07 miljard, voor Chemical 795 miljoen en voor 'Manny Hanny' 619 miljoen dollar.

Een Nederlandse bankier noemde die percentages gisteren 'conservatief'. Hij zei dat de drie genoemde banken zo zeer op elkaar lijken dat de besparingen wel 50 procent zouden kunnen zijn.

Hij en anderen zeggen dat een fusie met een buitenlandse bank hoogst onwaarschijnlijk is, simpelweg omdat de New-Yorkse banken weinig te bieden hebben. 'Ze zijn ondergekapitaliseerd vergeleken met Europese banken', zegt Raphael Soifer, bankanalist voor het effectenhuis Brown Brothers Harriman. 'Europese banken lijken meer geinteresseerd in regionale (Amerikaanse) banken. De expertise die de grote New-Yorkse banken hebben, hebben ze zelf ook', aldus Soifer.

De Nederlandse bankier zegt dat een buitenlandse bank beter zelf iets kan opzetten. 'Je betaalt veel te veel, iets van anderhalf tot twee keer de boekwaarde'. Bovendien legt zo'n overname volgens hem een groot beslag op het management.

Regionale banken zijn ook niet erg geinteresseerd, zegt Soifer van Brown Brothers, omdat ze New York als een moeilijke markt beschouwen en weinig interesse hebben in valuta-markten en andere internationale activiteiten die de specialismen zijn van de New-Yorkse banken.

'New York heeft de naam veel armoe te hebben, veel etnische groepen, misdaadproblemen', zegt Richard Stillinger van Keefe, Bruyette en Woods. 'Dat is te vreemd voor wat die regionale banken gewend zijn.'

Non-banken zoals Ford Motor Co. (dat door zijn kredietmaatschappij een enorme financiele dochter heeft) mogen geen banken overnemen en zijn bovendien meer geinteresseerd in de goedkope spaar- en hypotheekbanken die ze kunnen overnemen van de overheid. 'De koopjes zijn nu te vinden bij de overheid', grijnst Soifer, doelend op de failliete spaarbanken die de overheid heeft moeten opkopen.

Dus de New-Yorkse banken zijn op elkaar aangewezen. Het is mogelijk dat de angst om alleen achter te blijven, de managers van twee banken in elkaars armen drijft. Een analist denkt dat de managers niet zo'n haast zullen hebben 'Zij zijn geen aandeelhouders. Ze denken meer aan hun baan' en dat een eventuele impuls van het bestuur moet komen.

David Rockefeller, die nu in de board of directors van Chase zit, zei tegen Business Week dat een fusie op dit moment niet wordt overwogen. Maar: 'Het is mogelijk dat een fusie zinvol kan zijn', voegde hij eraan toe.

Rockefeller is dan ook aandeelhouder in Chase, niet gewoon werknemer van de bank.

    • Michiel Bicker Caarten