'Water en plantengroei bedreigen Inca-stad'

LIMA, 22 okt. Een Frans archeologisch onderzoeksteam heeft de noodklok geluid over de pre-Colombiaanse Inca-vestingstad Machu Pichu, gelegen op 2.400 meter hoogte, nabij Cuzco in het Peruaanse Andesgebergte.

Overvloedig regenwater en oprukkende vegetatie bedreigen de wereldberoemde Inca-stad, die vermoedelijk uit de vijftiende eeuw dateert, aldus de leider van het team, Jean-Francois Bouchard, gisteren in de Peruaanse krant El Comercio.

Het gevaar van een totale ineenstorting van de stenen muren van de Hoofdtempel is volgens de archeologen aanzienlijk toegenomen. Ook zou er schade zijn aan de 'Tempel van de Drie Vensters', aan de vestingtoren en aan het Koningsgraf.

Hoewel de rest van het door droogte geteisterde Peru met smart zit te wachten op regenval in de Andes, kan het komende regenseizoen het voortbestaan van Machu Pichu als top-attractie van het Peruaanse toerisme in gevaar brengen. Volgens Bouchard waren ten tijde van het Inca-rijk van de vijftiende tot in de zestiende eeuw de gebouwen van het tempelcomplex voorzien van daken, waarlangs het regenwater werd afgevoerd. De huidige overblijfselen van de Inca-stad zijn dakloos. Bouchard wil daarom een drainagestelsel aanleggen. De UNESCO, de VN-organisatie voor cultuur, zou dat deels moeten financieren.

Machu Pichu werd in 1911 ontdekt door de Amerikaanse archeoloog Hiram Bingham en decennia later blootgelegd door een groep archeologen van de universiteit van Yale. In de vier eeuwen daarvoor was 'de Verloren Stad' onder een deklaag van junglegewas verborgen geweest. Ook de Spaanse conquistadores uit de zestiende eeuw hebben het complex, dat als een van de laatste toevluchtsoorden voor de uitstervende Inca-cultuur heeft gediend, nooit ontdekt.