Vijf Duitse instituten hekelen dure sanering DDR-bedrijven

BONN, 22 okt. Het Treuhand-instituut in de voormalige DDR moet alleen worden belast met het toezicht op de verkoop van de 8.000 Oostduitse staatsbedrijven. Dat het ook de 'zeer dure' taak heeft gekregen deze bedrijven voor hun verkoop te saneren, is een 'beslissende constructiefout'.

Dit schrijven de vijf Duitse economische instituten in hun vandaag gepubliceerde najaarsadvies aan de Bondsregering over de Duitse economie.

In het advies, dat eind vorige week al gedeeltelijk is uitgelekt, zeggen de instituten dat decentrale sanering na snelle verkoop van de staatsbedrijven beter en goedkoper zal verlopen.

In de huidige (stagnerende) opzet, die in het Duitse eenwordingsverdrag is gekozen om een 'uitverkoop' van de vroegere Oostduitse staatsbedrijven te voorkomen, is de Treuhand-staf te zwaar belast, terwijl de bedrijven zelf passief blijven wachten op centrale Treuhand-directieven en de noodzakelijke aanpassingen uitstellen. Beter zou het zijn als de Treuhand zich ertoe beperkt staatsbedrijven 'doorzichtiger' te maken en toezicht houdt op hun onderhandelingen met (concurrerende) investeerders, menen de instituten.

In een commentaar op het rapport van de vijf instituten zegt de Duitse regering de voorspelde vertraging van de economische groei (in heel Duitsland tot 1,5 procent in 1991) en de groei van het aantal werklozen en korter werkenden in de gewezen DDR (tot respectievelijk 1,4 miljoen, nu 250.000, en 1,75 miljoen, nu 830.000) te somber te achten.

Minister Haussmann (economische zaken, FDP) wijst op de stabiele economische situatie in de EG en zegt tussen 2 en 3 procent Duitse groei te verwachten. Volgens hem onderschatten de instituten de dynamiek van de Westduitse economie en de kans dat de economische ontwikkeling in de vroegere DDR in de loop van 1991 op gang komt. Haussmann herinnerde er dit weekeinde aan dat de 'vijf wijzen' ook in de afgelopen jaren te sombere groei-prognoses hebben gegeven.

Ook de topman van de Duitse spaarbanken, Geiger, noemde de instituten, vanmorgen voor de Duitse radio, 'te pessimistisch'. Hij vindt dat zij te weinig rekening hebben gehouden met de nu op gang komende economische steunprogramma's van Bonn.

Haussmanns partijgenoot Lambsdorff, FDP-voorzitter en gewezen minister van economische zaken, waarschuwt er echter voor het advies van de instituten te bagatelliseren. Vooral hun waarschuwing voor een snelle loon-prijsspiraal wegens te snelle CAO-stijgingen (gemiddeld 20 procent sinds 1 juli, terwijl produktie en produktiviteit sterk achterblijven) en de nog niet uit premies te dekken AOW-verhoging met 15 procent per 1 januari in de vroegere DDR, is Lambsdorff uit het hart gegrepen. Ook hij vreest dat Bonn, als het zo door gaat, straks zeer grote tegenvallers moet compenseren, wellicht zelfs tot het volgens hem schadelijke middel van belastingverhoging zou moeten besluiten.

De oppositionele SPD put uit het advies van de vijf economische instituten nieuwe moed voor de Bondsdagverkiezingen van 2 december. Bondsdagspecialiste mevrouw Matthaus-Maier herinnerde dit weekeinde aan eerdere SPD-waarschuwingen dat het economische beleid van de bondsregering fataal is voor zowel de Oostduitse economie als de Duitse schuldpositie. Zij bepleitte meer gerichte hulp voor particuliere en overheidsinvesteringen in de vroegere DDR, waardoor de snelle afbraak van de werkgelegenheid zou kunnen worden tegengegaan. Voor de financiering moet Bonn drastischer op de eigen uitgaven snoeien, zei zij.