Parsifal verdwaalt in het sprookjesbos

De toeschouwers zitten rond het decor van Parsifal alsof zij de uitverkoren ridders zijn in Arthurs Tafelronde. Het reusachtige tafelblad is tevens de speelvloer, vervaardigd van weerbarstig materiaal dat de uitgedroogde aarde vol breuklijnen moet voorstellen. Drie acteurs en tal van stemmen via luidsprekers geven een uitbeelding van het verhaal over Parsifal.

Het is niet altijd eenvoudig te achterhalen waarheen het verhaal gaat en wat de dramatische betekenis van de scenes is. Schrijver Tankred Dorst en regisseur Jos Thie willen de oude Parsifal-mythe opnieuw ijken; zij zijn op zoek naar thema's als onschuld en zuivere liefde, moed en verraad, religie en tal van andere Duitse mythen die zo aards zijn als een eik uit het Teutoburger Woud.

Denkend aan Parsifal denk ik aan de graal. Toen de Berlijnse regisseur Klaus Michael Gruber Wagners Parsifal in Amsterdam regisseerde was de graal nauwelijks te vinden; bij Jos Thie ligt het meest symbolische object uit de sage als een niet smeltende ijsklomp bovenop een stapel kranten. De toneelruimte in Hal 4 functioneert als een environment. De verhoogde speelvloer, waarop verder geen symbolisch rekwisiet is te vinden, krijgt zijn tegenhanger door een expositie aan de andere zijde van de zaal vol beelden en taferelen uit de graalsage. Ginds strijkt licht op serene wijze over de voorwerpen; het toneelspel daarentegen gebeurt vlak voor onze ogen.

Parsifal is een voorstelling die affiniteit vereist met een picturale, aan De Appel van heel vroeger herinnerende beeldentaal. Het kostuum van Tineke Schrier als Parsifals moeder en latere geliefde Blanchefleur is geinspireerd op het cliche van een in het bos opduikende toverfee: ze is gehuld in blauwe gewaden die in plooien neervallen en op het hoofd staat een hoge puntmuts waaraan sluiers wapperen. Parsifal (Hubert Fermin) draagt een veelkleurig gebreid vest. Huib Rooymans die in veel dubbelrollen optreedt, zoals koning Arthur en de tovenaar Merlijn, gaat in een modernistisch blauw kostuum.

Gedrieen voeren zij eerder een ritueel dan een toneelspel op. Hun dialogen benoemen eerder abstracties dan dat ze werkelijk een dramatische voortgang teweeg brengen. De grote spanningslijn is wel te achterhalen Parsifal is de kinderlijke onschuld verloren sinds hij ridder is maar nergens draait de tekst de duimschroeven aan om deze algemene problematiek toe te spitsen op een enkel individu, dus om van de sage Parsifal een drama te maken. Het wemelt van de motieven die in het voorstelling nergens toe leiden. Zo voeren ergens boven mijn hoofd enkele surrealisten (Aragon, Apollinaire) via de luidsprekers een analytisch gesprek over opwinding, erotiek, vrouwenlichamen en wellust. Natuurlijk volg ik in gedachten mijn eigen klemmende verlangens, maar zijn we nu niet heel ver van Parsifal afgedwaald? Een mythe is niet een vrij zwevende geest die overal kan neerdalen, dus voor hetzelfde geld op Parsifal als op een surrealist.

Naar toneelspel streven de acteurs een sprookjesachige sfeer na die de vroegere kinderwereld oproept van een boze man (Rooymans), de onschuldige onnozele knaap (Fermin) en de prinses in de verte (Schrier). Het getuigt ook wel van moed zo'n regie te maken die Tolkien tot leven wekt. Parsifal mist scherpte en luciditeit, het is lieflijk, de veelkleurige lieflijkheid van platenhoezen uit het begin van de jaren zeventig. Kijken, luisteren, niet denken en de voorstelling over je heen laten spoelen. Dat vereist een attitude die mij vreemd is; ik geef de voorkeur aan een glasharde en messcherpe vertolking van een mythe. Maar wie graag doolt door het schemerige gebied tussen mythe en mystiek, kan zich aan Parsifal laven.

Voorstelling: Parsifal van Tankred Dorst i.s.m. Ursula Ehler door RO Theater. Vertaling: Martin Hartkamp; decor: Laura de Josselin de Jong; muziek: Paleis van Boem; regie: Jos Thie spelers: Hubert Fermin, Huib Rooymans en Tineke Schrier. Gezien 20/10 Hal 4, Watertorenweg, Rotterdam. Te zien t/m 17/11 aldaar.