HET SCHEMERACHTIGE GRENSGEBIED

In keurige zondagskledij gestoken toeschouwers bevolkten gistermiddag het sportpaleis in Antwerpen voor de finale van het ECC-tennistoernooi, het piraat-evenement van Belgie dat sinds 1982 deel uitmaakt van het nog altijd groeiende, clowneske grensgebied van het tenniscircuit.

Het bericht dat Bjorn Borg op 34-jarige leeftijd in Londen via dagelijkse trainingssessies met junioren werkt aan zijn rentree is illustratief voor de huidige situatie in het internationale tenniscircuit. Waar de professionals jarenlang bijna weemoedige klaagzangen aanhieven over de betreurenswaardige omstandigheden waaronder zij hun vak moesten uitoefenen, heeft de vakbond ATP dit jaar zelf het circuit in handen genomen met als achterliggende redenen de macht van de managementsbureaus te verminderen, meer rustperioden in te lassen alsmede tot een betere inkomensverdeling te komen.

De praktijk wijst tot nog toe evenwel uit dat eerder het tegenovergestelde lijkt te zijn bereikt. Het prijzengeld is tot ongekende hoogte gestegen, bij 54 toernooien mag legaal startgelden worden betaald om toppers naar de arena's te lokken, terwijl de spelers zichzelf in hun ongebreidelde geldjacht nauwelijks rust gunnen. Een tennisser die in de eerste ronde van een Grand-Slamtoernooi een nederlaag lijdt, toucheert altijd nog gemiddeld twaalfduizend gulden. Derhalve is het niet vreemd dat Bjorn Borg, de Zweed die de afgelopen jaren zakelijke investeringen zag eindigen in financiele drama's, geheel overeenkomstig de heersende mentaliteit van de verliezer beloond pogingen onderneemt zijn nog altijd geldende imago te verzilveren. En zeker met de huidige staat aan exorbitante demonstraties mag dat geen probleem vormen.

Het ECC-toernooi in Antwerpen heeft tegen die achtergrond reeds een traditie opgebouwd. Gistermiddag werd de negende editie afgesloten met de overwinning van Goran Ivanisevic in de finale tegen Henri Leconte. In 1982 betaalden de organisatoren bijna 700.000 dollar aan prijzengeld, een voor die dagen uniek hoog bedrag. Philippe Chatrier, voorzitter van de internationale tennisfederatie ITF, sprak destijds schande van het Antwerps initiatief en voorspelde de ondergang van de sport indien deze lijn zou worden voortgezet.

Inmiddels werkt het ECC-toernooi in Belgie met een voor tennisbegrippen modaal prijzengeld van 1,1 miljoen dollar en verblijdt dezelfde Chatrier in december in Munchen de wereld met de titelstrijd om de Grand Slam Cup, waaraan zes miljoen dollar is verbonden. Voor twee reserve-spelers die mogelijk in de korte broek moeten wanneer een collega onverhoopt mocht afzeggen, is 75.000 dollar gereserveerd. Enkele spelers, onder wie Boris Becker en John McEnroe, hebben hun bedenkingen geuit over het toernooi van Chatrier, maar een unanieme afwijzingen dan wel een boycot ligt niet in de lijn van de huidige tennistop die, zo wijst de praktijk van de afgelopen jaren uit, over het algemeen niet kan worden betrapt op een principiele inslag.

Belerend

Enerzijds uitten zij zich op persconferenties als slachtoffer van de oprukkende commercie, anderzijds verleent deze groep in toenemende mate medewerking aan evenementen die de indruk wekken beter tot hun recht te komen in de piste van een kermistent op Tweede Kerstdag. Het zou weliswaar belerend zijn een speler als Ivan Lendl te verbieden met enige regelmaat demonstratiepartijen over heel de wereld af te werken, maar het wordt toch bedenkelijk wanneer spelers een week later klagen over vermoeidheid en blessures.

Tot welke hoogte de clowneske toestanden inmiddels zijn gestegen bewijst de door Mark McCormack volgende maand in Milaan georganiseerde shoot-out; een speciaal voor de televisie opgezet toernooi met acht spelers die louter tiebreaks afwerken, waarbij de winnaar tweehonderdduizend dollar wacht. Wellicht dat deze rechtstreeks uit het golf overgenomen variant veel toeschouwers trekt in Italie, maar het is de vraag wie nu eigenlijk een dienst wordt bewezen. Deelnemers verruimen hiermee in elk geval het schemerachtige grensgebied tussen officieel, voor de wereldranglijst meetellend tennis en de officieuze, lucratieve bijverdiensten.

In de Verenigde Staten won Ivan Lendl dit jaar het 'Stakes-toernooi', waarbij sprake was van een uiterst curieuze opzet die meer van doen had met de gokpraktijken uit Las Vegas. In een wedstrijd begint de speler met een saldo van 250.000 dollar. Elke slag over het net levert 400 dollar op, een dubbele fout kost 4.000 dollar, terwijl bij een ace ditzelfde bedrag weer wordt bijgeschreven. De gewezen nummer een van de wereld Ivan Lendl haastte zich uiteindelijk naar de uitgang met een cheque van ruim een half miljoen dollar, het publiek en de televisiemaatschappij kennelijk tevreden achterlatend.

Tegen die achtergrond is het nauwelijks verbazingwekkend te noemen dat het ECC-toernooi in Antwerpen door de jaren heen is getroffen door een zekere devaluatie waar het toeschouwersaantallen en bezetting betreft. Dit jaar bezochten ongeveer 200.000 als altijd in zondagse kledij gestoken liefhebbers het sportpaleis; een teruggang in vergelijking met vorig jaar van tien procent. Van de huidige top-tien maakten slechts de zaterdag uitgeschakelde Stefan Edberg, Andres Gomez en Brad Gilbert de gang naar Antwerpen, hoewel de organisatie gistermiddag amechtig wapperde met communiques dat voor 1991 Edberg, McEnroe, Sampras, Gomez, Chang en Gilbert reeds zijn vastgelegd. Maar evenals in de voetbalwereld mag vandaag de dag aan een contract in het tenniscircuit weinig waarde meer worden toegekend.

Opmars

Gezien de relatief matige stijging van prijzengeld heeft het ECC-toernooi in elk geval geen gelijke tred weten te houden met de internationale ontwikkelingen in het tenniscircuit. Niettemin vormde de gisteren gespeelde eindstrijd tussen Ivanisevic en Leconte een aangenaam treffen met veel aantrekkelijke ingredienten. De Fransman Leconte, die zaterdag de met darmstoornissen kampende Stefan Edberg in drie sets versloeg, had aanvankelijk moeite met het scherp gesneden spel van Ivanisevic. De Joegoslaaf, dit jaar bezig aan een indrukwekkende opmars, legde met 6-2 en 7-6 (8-6) beslag op de eerste twee sets, maar moest vervolgens toestaan hoe Leconte tot tevredenheid van het publiek de derde en vierde reeks op zijn naam wist te schrijven met 6-4 en 6-4.

Beide spelers dwongen elkaar tot een vijfsetter, waarin Ivanisevic zich met 6-1 in de slotreeks uiteindelijk de sterkste toonde. Na afloop mocht hij voor korte tijd het met 1617 bezette diamanten racket in de handen houden. Degene die het evenement drie keer binnen vijf jaar wint, krijgt het glitterracket ter waarde van bijna zes miljoen gulden mee naar huis, iets wat alleen Ivan Lendl in het verleden lukte. Ivanisevic moest het doen met een replica en de cheque van 250.000 dollar. De hoogte van het aan de Joegoslaaf uitgekeerde startgeld hield de organisatie strikt geheim.

Het lijdt geen twijfel dat Antwerpen zich ook volgend jaar weer opmaakt voor een nieuwe editie van het ECC-toernooi. Zolang de sponsors zich verdringen is de financiele basis gegarandeerd en staat niets een aantrekkelijk deelnemersveld in de weg. Een uitgelezen mogelijkheid voor Bjorn Borg.