Geobsedeerd door 'La Deesse'

Vijfendertig jaar na de introductie van de Citroen DS, de goddelijkste aller automobielen, op de Salon de l'Automobile van Parijs, is er geen DS-bezitter die er nog aan twijfelt: Nederland is het dichtst 'be-DS-de' land ter wereld. Johan Nooij, voorzitter van de DS-club Nederland, schat dat er drieduizend exemplaren door Nederland rijden. De vereniging telt in ieder geval 1.930 leden en is daarmee de grootste DS-club in de wereld. Jaarlijks worden er per saldo 150 nieuwe leden ingeschreven en Nooij verwacht dan ook dat voor het einde van het jaar het aantal van tweeduizend leden wordt gehaald.

De introductie van de auto in oktober 1955, het is al vaker gememoreerd, was een ongeevenaard succes. Op de eerste dag verkocht Citroen twaalfduizend exemplaren van de revolutionaire auto, die op bijna alle fronten afweek van wat men in die dagen gewend was een auto te noemen. Het gestroomlijnde uiterlijk, de hydropneumatische vering, de half-automatische versnellingsbak, geen mens had ooit zo'n wonder aanschouwd. Toen na een week de Salon werd gesloten waren er tachtigduizend exemplaren besteld. Velen moesten jaren op hun auto wachten, want de produktie kwam pas in 1957 met twintigduizend auto's enigszins op gang.

Ook in Nederland sloeg La Deesse (de godin) aan en het succes duurt nog altijd voort. Aanvankelijk was de auto slechts weggelegd voor hoogwaardigheidsbekleders, directeuren en artiesten, maar naarmate er meer tweedehands-exemplaren beschikbaar kwamen raakte ook de links-geengageerde student geinteresseerd. Nu de prijzen weer stijgen lijkt de markt naar de eerste groep terug te schuiven, zij het dat de bezitters nu vaak veel jonger zijn.

Klantenkring

'DS-liefhebbers worden nu nog steeds geboren', zegt DS-specialist Jansen uit Bennekom, die wordt beschouwd als de nestor van de DS-sleutelaars in Nederland. In 1962 kocht hij zijn eerste DS en vijftien jaar geleden, in het jaar dat de DS uit produktie werd genomen, begon hij zijn gespecialiseerde garage. Zijn klantenkring strekt zich inmiddels tot ver over de landsgrenzen uit, twee van zijn klanten wonen zelfs in Israel. De Nederlandse belangstelling voor de DS verklaart hij als 'een kwestie van mentaliteit'.

'In Duitsland is er ook wel belangstelling maar daar overheerst het patserige, daar wil men alle opties en accessoires op de auto. In Belgie is nauwelijks belangstelling, in Engeland wel en in Amerika een beetje. In Frankrijk zelf staat men heel anders tegenover de DS. Daar geloven ze dat rijden in een DS zou betekenen dat er daarna geen betere auto's zijn gemaakt. Wij vinden de CX ook een goede auto, maar we missen toch het karakter van de DS.'

Jansen is wel de eerste, maar allang niet meer de enige DS-specialist in het land. Johan Nooij schat het aantal garages op 25. Alleen al in Amsterdam, waar verreweg de meeste DS-bezitters wonen, zitten er vier of vijf. Ze noemen zichzelf de DS-keizer, Auto Renaissance of Andre Citroen, naar de oprichter van de automobielfabriek. Sommige garagisten zijn voormalige Citroen-dealers die voor zichzelf zijn begonnen, maar de meesten zijn begonnen met de aanschaf van een eigen DS. 'Dit werk komt in bijna alle gevallen uit hobbyisme voort en de collegialiteit is dan ook groot', zegt Dan Davidson van garage Auto Renaissance. 'In 1984 ging ik naar Frankrijk om een speciaal type DS voor mezelf te kopen. Ik kon hem nergens vinden, maar ik kwam wel twee DS-sen tegen die zo goedkoop waren dat ik ze niet kon laten staan.' Ook zijn compagnon Peter Schuring denkt met plezier terug aan de periode dat Fransen hem smeekten hun DS mee te nemen.

Het hoogtepunt van de DS-import naar Nederland ligt tussen 1980 en 1987. 'Voor die tijd reed men in Nederlandse DS-sen', zegt Davidson. 'Maar toen die door het klimaat hier zo slecht waren geworden dat restauratie veel werk zou gaan kosten, ontdekte men dat in Frankrijk goedkopere en betere exemplaren waren te vinden. Voor vijfhonderd gulden kon je een perfecte DS kopen, met bij voorbeeld alleen een technisch mankement. DS-sen zijn namelijk technisch nogal lastige auto's, die zijn gebouwd in een tijd dat arbeidstijd nog niet zo duur was. Om een koppeling te vervangen moet je bij voorbeeld twee dagen vechten. Die Fransen waren dan gestrand met panne en hadden geen zin om dat te laten repareren. Ze kochten liever een nieuwe auto.'

Een goede DS vinden, dat wil zeggen een met een niet door roest aangetaste bodem, is nu veel moeilijker geworden. Davidson en Schuring reizen jaarlijks een keer of zes naar Zuid-Frankrijk op zoek naar gave exemplaren. 'Wij kennen zo langzamerhand de weg een beetje. We zoeken op de meest afgelegen plaatsen en af en toe komen we er nog een tegen. Laatst vonden we in een minimaal straatje in Brive vijf DS-sen in een garage. Iemand die nu voor het eerst zou zijn gegaan had die nooit gevonden.'

Jansen uit Bennekom hoeft niet meer zelf te zoeken: 'Wij hebben in Montpellier iemand die dagelijks voor ons op zoek is. Van de honderd die hij er tegenkomt zijn er misschien vijf geschikt om te importeren.'

Culturele waarde

Behalve dat de spoeling dunner is geworden, beginnen de Fransen nu toch ook zelf in te zien dat de auto een zekere culturele waarde bezit. Er zijn zelfs al Fransen naar Nederland gekomen om een DS te kopen. Jansen: 'De prijzen voor een goede auto zijn nu nagenoeg gelijk.'

Vergeleken met vijf jaar geleden zijn de prijzen aanzienlijk gestegen. Wie vandaag een DS wil aanschaffen, moet rekenen op ten minste fl.6.500, -. Maar prijzen van rond de twintigduizend gulden zijn heel gewoon in deze handel. 'Een auto die vijf jaar geleden 8.500 gulden zou hebben gekost, gaat nu voor iets minder dan twintigduizend gulden van de hand', zegt Johan Nooij. 'En een cabriolet die vijf jaar geleden misschien 25.000 gulden waard was, kost nu al gauw een ton.'

Vanuit verenigingshoek wordt de commercie wel eens met een scheef oog bekeken. Maar Johan Nooij is realistisch genoeg om te beseffen dat het niet meer zonder kan. 'Wie de commercie veroordeelt, steekt zijn kop in het zand', zegt hij. 'We werken op langere termijn toch aan hetzelfde, want wij proberen deze auto op de weg te houden en als er geen mensen meer zijn die hem kunnen repareren dan houdt het op.'