Design-lunch A'dam als smaakmaker voor Vormgevingsinstituut

AMSTERDAM, 22 okt. Het nieuwe Vormgevingsinstituut bestaat nog slechts op papier, maar hieruit is al een ander novum ontstaan: de design-lunch. Op uitnodiging van de gemeente Amsterdam schoven zaterdag tachtig betrokkenen uit de museumwereld, de ontwerppraktijk en de politiek aan in de Beurs van Berlage. Hiermee biedt de hoofdstad officieus zichzelf en de Beurs aan als locatie voor het instituut in oprichting.

Kostuum- en decorontwerper Keso Dekker zorgde voor een toepasselijk theatrale sfeer. In de grote, lege zaal van de Goederenbeurs dekte hij een tientallen meters lange tafel met een laken van loodgrijs rubber en zilveren kandelaren. Uit talloze rekwisietenzolders was een eclectisch allegaartje aan stoelen bijeen geraapt, geen twee waren er gelijk. In de uitsparingen in de bakstenen muren stonden waxine-lichtjes zachtjes te flakkeren. Tussen en tijdens de gangen zalmterrine, rond Frans boerenbrood met charcuterie en amandeltaart toe verscheen een serie sprekers op een reusachtige videoscherm hoog in de ruimte om hun visie op het nieuwe instituut te geven.

Het felste betoog was van Reyer Kras, conservator toegepaste kunst van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij haalde uit zowel naar de gemeente als naar WVC: beide rennen volgens hem achter iets nieuws aan zonder goed te kijken wat ze al in huis hebben. 'Waarom haalt de stad een concurrent in huis met doelstellingen die deels al decennia lang die van het Stedelijk Museum zijn? En hoe verhouden de uitgaven die de stad voor dit instituut moet doen zich tot de uitgaven voor cultuur in Amsterdam die nu al sterk onder druk staan?

'Vormgeving is vervallen tot een beleidsinstrument met een calvinistische ondertoon. Van doelstellingen als 'bevorderen van de kwaliteit' en 'aanmoediging van de discussie' word ik droevig. De nota kreunt van goede wil, maar de minister wil teveel tegelijk.'

Opvallend door afwezigheid was behalve WVC-minister d'Ancona het ministerie van economische zaken. Zoals bekend verwacht WVC, dat bereid is jaarlijks 1,4 miljoen gulden voor het instituut uit te trekken, een 'gelijkwaardige bijdrage' van EZ, maar overeenstemming hierover is er nog steeds niet. Kras bepleit een rolverdeling waarbij WVC het instituut financiert en slechts incidenteel een beroep op EZ doet. Ontwerper Benno Premsela daarentegen vond de deelname van EZ van groot belang: 'Anders is het instituut alleen een cultureel gegeven.'

Kort voor de design-lunch had Amsterdam zijn reactie op de concept-nota van WVC uitgebracht: 'Een vliegende start een gefaseerde ontwikkeling'. Het instituut zou moeten beginnen met een paar opvallende activiteiten, bijvoorbeeld een jaarlijks internationale 'summer course' op postacademisch niveau en een aantal gelijktijdige tentoonstellingen.

In Amerika was zo'n design-lunch in zo'n gebouw ook denkbaar geweest, maar dan voor welgestelde zakenlieden die in hun hoedanigheid van potentiele sponsors waren uitgenodigd. In Nederland ontbreekt niet alleen die hard sell, sterker nog, op de bijeenkomst waar Amsterdam de lobby inzet wordt het hele idee van een nieuw Vormgevingsinstituut grondig in twijfel getrokken. De Hoekse en Kabeljauwse twisten van Neerlands design.