De tramtest

Opeens zijn de nieuwe trams van het Amsterdamse GVB voor de gewone passagier toegankelijk. We hebben ze al een jaar voorbij zien rijden, die opmerkelijk robuuste eenheden in grijs, blauw en rood. 'Instruktiewagen' stond er voorop. Ze schoven met hoge snelheid langs de halte, verlangend nagekeken door de Amsterdammers die zich zo ook wel wilden laten instrueren. Het was, en het is meer een hoovercraft-achtig schuiven dan rijden, want bij deze trams zijn de wielen nagenoeg onzichtbaar. Daardoor, en ook door de wat toegespitste vorm van de voorruit, wordt de indruk van snelheid nog versterkt.

Nu opeens sinds een week? twee weken? zijn er een paar ingezet op lijn vijf, de elitelijn die van het Centraal Station naar het World Trade Center voert en in geval van een taxistaking een van de twee verbindigen met Schiphol vormt. Geen feestelijke inwijding, geen inaugurele ritten; gewoon meteen in de dienstregeling alsof ze er altijd al hadden gereden. Voor ons, klanten van het GVB, was het niettemin een grote gebeurtenis. Zondagochtend vroeg heb ik daarom in alle rust een testrit gemaakt.

Als je binnenkomt, maakt de nieuwe tram een ruime indruk. Je kunt kiezen uit drie brede 'dubbele' ingangen waarvan de middelste nagenoeg gelijkvloers is. Het doet wat denken aan de vooroorlogse twee-assers die als bijwagen van lijn twee dienst deden. Trappen binnen een rijdend voertuig geven iets intiems. Dat merk je ook bij de dubbeldekkers van de Nederlandse spoorwegen. De zitplaatsen zijn van het nieuwe model, rood met bruine rug en zitting, functioneel en comfortabel naar de maatstaven van het stadsvervoer. Ik telde er 52 en dat wekte mijn verbazing want in de oude trams zijn er ongeveer 65. In het voorste en achterste deel wordt de ruimte van een zitplaats in beslag genomen door een soort bijzetkastje van grijs metaal waarvan de passagier de inhoud niet kent.

Nog meer ongewone kenmerken: er zijn twee bestuurderscabines, de ene voor en de andere achter, en aan beide zijden van het voertuig bevinden zich ingangen. Het GVB is dus blijkbaar van plan, lijnen aan te leggen die niet met een lus eindigen maar waarvan rangeerfaciliteiten het begin- en eindpunt vormen. Ook de plaatsing van de banken wijst daarop. De ene helft van de passagiers rijdt altijd 'achteruit', terwijl de andere helft 'vooruit' rijdt. Voor de hoofdstad een nieuwigheid in het fin-de-siecle.

We begonnen te rijden. De acceleratie is een sensatie. De lege straten van de zondagochtend schoten als strepen voorbij, haltes zonder passagiers bleven in stofwolken achter, bochten werden vlot genomen, de wegligging was voorbeeldig. Ik kon merken dat de bestuurder er plezier in had en ik kon het me voorstellen. Het moet een genot zijn, op de zondagmorgen met zo'n tram door de stad te crossen. Ik had de tijd opgenomen. Vertrokken van het CS hadden we binnen tien minuten het punt bereikt waarvan ik het passeren altijd als een testcase beschouw: de bocht met de wissels van de Overtoom naar de Eerste Constantijn Huygensstraat. Als het geen tram zou zijn maar een schip dan zou je denken dat het daar op de klippen liep; maar moeiteloos schoven we eroverheen.

Een tram in de stad is niet alleen om in te rijden maar ook om naar te luisteren; en wat ik nu van dit nieuwe type hoor wekt mijn gemengde gevoelens. De deuren die naar buiten scharnieren, maken een ongezond scheurend geluid. Iedere start gaat gepaard met een eigenaardig gepiep onder de vloer dat weer begeleid wordt door een trilling. Maar meteen daarna wordt het beter. Deze elektromotor heeft, meer dan die waarmee de oudere modellen zijn uitgerust, het hoog-nasale dat de tram haar authenticiteit verleent. Bij het nemen van scherpe bochten veroorzaken de draaistellen het gierend gillen dat de tram tot de onnavolgbare sopraan van de stad maakt. Pas als men dat hoort weet men: dit is de echte tram, ergo ik ben in de echte stad. Het is de variant op Descartes die de mens verzekert dat hij een urbaan wezen is.

Vooral om deze reden beschouw ik dit nieuwe materieel van het GVB als aanwinst. Het is voor iedere liefhebber uit de provincie een goede reden om weer eens een bezoek aan de hoofdstad te brengen.