De Klerks partij laat zwarten toe

PRETORIA, 22 okt. Sinds de bekering van Saulus van Tarsus heeft geen grotere ommekeer plaatsgehad. Vanaf de oprichting van de Zuidafrikaanse regerende Nationale Partij, 76 jaar geleden, is deze partij toegewijd aan raciale exclusiviteit. Maar sinds president F. W. de Klerk zeven weken geleden voor het eerst voorstelde het lidmaatschap van de partij open te stellen voor zwarten, hebben partijleden het idee van raciale integratie in groten getale geaccepteerd.

Het laatste van de vier provinciale congressen van de partij, in het uiterst conservatieve Transvaal, steunde het afgelopen weekeinde unaniem het idee van de president. Alleen op het congres in Oranjevrijstaat, waar drie tegenstemmen waren, kwamen vragen over deze 'verloochening' van alles waar de partij ooit voor stond.

De afgevaardigden in Transvaal reageerden op het openstellen van de partij voor zwarten met een staande ovatie. Als geboren liberalen hielden zij honingzoete toespraken waarin zij De Klerk lof toezwaaiden voor zijn visie van 'het nieuwe Zuid-Afrika'. Dat is de leus van vandaag. Een leus die op spandoeken en aanplakbiljetten staat en zelfs op de etiketten van wijnflessen, onder foto's van de partijleiders. De koopwaar was uitgestald in de foyer van het stadhuis in Pretoria, waar het congres werd gehouden.

Maar weten de mensen die warm lopen voor 'het nieuwe Zuid-Afrika' werkelijk wat dit inhoudt? Het lijkt voor velen van hen alleen een toverwoord waardoor Zuid-Afrika terug kan komen op het wereldtoneel, de president wordt uitgenodigd door buitenlandse regeringen, de mogelijkheid wordt geopend voor de opheffing van sancties. Misschien zou er zelfs eindelijk weer eens een rugby-toernee kunnen komen.

Maar realiseren zij zich dat 'het nieuwe Zuid-Afrika' een verandering van de regering inhoudt, een verandering in de manier van leven van de blanke bevoorrechte klasse? Die munt lijkt nog niet gevallen te zijn. Althans dat blijkt niet uit deze vier congressen. Het enige dat aanslaat is de leus, die De Klerk in Pretoria nog wat aandikte tot 'het nieuwe rechtvaardige Zuid-Afrika'.

De Klerk zegt hiermee niet dat het oude Zuid-Afrika onrechtvaardig of slecht was, want een ander kenmerk van de massale ommekeer is dat hij niet gepaard gaat met enig berouw over het verleden. Apartheid is misschien een politieke vergissing geweest, een beleid dat niet uitvoerbaar bleek, maar er wordt niet toegegeven dat het immoreel was. 'Het idee van een rechtvaardige maatschappij is niet nieuw voor de Afrikaner. Dat was ook onze leidraad bij de poging om afzonderlijke staten voor de verschillende rassen te hebben, en toen dat niet bereikbaar bleek, bleef men zoeken naar rechtvaardigheid', zo verklaarde minister van voorlichting Stoffel van der Merwe de drastische beleidsverandering.

De Klerk wordt wel eens vergeleken met Gorbatsjov, om de manier waarop hij probeert een mislukt autoritair systeem te liberaliseren, maar er is een belangrijk verschil: Zuid-Afrika heeft geen equivalent voor destalinisatie. Hendrik Verwoerd, de belangrijkste architect van de apartheid, blijft een gerespecteerde figuur.

Zo vergeleek Julie Coetzee van de Women's Action Group de 'fantastische nieuwe geest' in de Nationale Partij met de enthousiaste ontvangst van Verwoerd toen hij in 1961 terugkeerde van de conferentie van het Britse Gemenebest in Londen. Op die conferentie verkoos Zuid-Afrika opzegging van het lidmaatschap van het Gemenebest boven afschaffing van de apartheid hoogtepunt van het Afrikaans Nationalistisch chauvinisme.