APPELCAKE

Deze cake wordt niet in de geijkte cakevorm gebakken, maar in een langwerpige, lage vorm van ca. 27 (x) 17 (x) 2,5 cm. Het is dan ook eigenlijk meer een koek dan een cake. U kunt ook een ronde taartvorm (ca. 24 cm) gebruiken, maar een langwerpige vorm heeft als voordeel dat de appels er gemakkelijk op gerangschikt kunnen worden.

150 gram zelfrijzend bakmeel

2 theelepels bakpoeder

snufje zout

75 gram fijn tafelsuiker

1 ei

6 eetlepels melk

2 eetlepels mais- of zonnebloemolie

3 zachtzure appels (bijv. Elstar)

25 gram gesmolten boter

50 gram lichtbruine basterdsuiker

1 theelepel kaneel

Verwarm de oven voor op 200 C en vet de langwerpige (of ronde) vorm in. Zeef het meel met de bakpoeder en een snufje zout boven een kom en meng de suiker erdoor. Klop in een andere kom het ei, de melk en de olie door elkaar. Schenk het eimengsel bij het meel en klop het tot een beslag. Schenk het beslag in de ingevette vorm en strijk de bovenkant glad.

Snijd de geschilde appels in partjes, verwijder de klokhuizen en snijd de partjes in dunne schijfjes. Bestrijk de bovenkant van het beslag met de gesmolten boter en rangschik in rijen of cirkels (voor een ronde vorm) de appelschijfjes erop. Meng de basterdsuiker en de kaneel door elkaar en strooi dit over de appels.

Bak de cake op een rooster in het midden van de voorverwarmde oven gaar in ca. 35 minuten.

Serveer de cake lauwwarm of koud.